Futiliteiten

De Tweede Kamer sprak minister Brinkhorst (Landbouw) gisteren aan op `futiliteiten'. Daarmee werd bedoeld de slordigheden van boeren bij de bestrijding van mond- en klauwzeer (MKZ). Een minderheid van de veehouders had het vanuit `Brussel' opgelegde regime als overdreven ervaren en had het niet zo nauw genomen met oornummers en registratie. Er was wel eens een kalfje door de mazen gerold. Een kniesoor die daar moeilijk over doet, meende ook een Kamermeerderheid nadat zij haar eerste angst voor een volwassen epidemie had overwonnen. De bewindsman met de uitstraling van een pietje-precies moest het ontgelden. Ja, hij had gelijk: ook de nu dwarsliggende partijen hadden de vigerende wetten goedgekeurd. Maar kon het toch niet wat minder met de opgelegde strafkortingen op de compensatie voor het ondergane leed.

Zoals het in gedoogland betaamt, bond de minister in. Hij nam de omstreden 240 dossiers nog eens door. Hier werd een boer vrijgepleit, daar werd een korting verminderd. Maar zoals het met gedogen gaat: het smaakt altijd naar meer. De Kamer kwam terug van reces, ontbood de minister voor een debat en dreigde alvast met een motie wanneer hij de ingeslagen weg van het korten op de kortingen niet verder zou bewandelen.

Het hek leek van de dam. Maar gisteren hield de bewindsman voet bij stuk. Hij wees de morrende volksvertegenwoordigers er nog eens op dat er wetten waren, dat daar maatregelen tegen onvoldoende naleving in waren opgenomen, dat de risico's strenge naleving vergden, dat de Kamer daarop ten overvloede had aangedrongen, dat de meerderheid van de veehouders zich daaraan had gehouden en dat hij dus niet verder terug kon. Wel toonde hij zich bereid om samen met de standsorganisatie LTO de dossiers nog een keer door te nemen.

De Kamermeerderheid bond in en haalde stilletjes opgelucht adem. Zij meent de verongelijkte boeren nu weer recht in de ogen te kunnen kijken. De minister mag intussen spitsroeden blijven lopen. LTO heeft al laten weten niet verder te willen gaan dan het aanreiken van dossiers. De organisatie neemt geen verantwoordelijkheid voor de beoordeling van die dossiers. Waarom zou zij ook? Zij verdedigt de boerenbelangen zoals boeren die op het moment wensen te zien. Het is aan de minister om verantwoordelijkheid voor de langere termijn te nemen. En, zou men kunnen zeggen, ook aan de Kamer.

Bij alle perikelen rondom de afwikkeling van de MKZ-crisis blijft één vraag onbesproken. Waarom worden er geen geeigende maatregelen genomen om zo een crisis te voorkomen of ten minste zoveel als mogelijk in te dammen? Daar wringt het. De veeteelt in de Europese Unie is afhankelijk geworden van export. Die export dreigt te verdwijnen als er wordt geënt. En dat moet voorkomen worden. Daarover bestaat consensus, in Europa en in Nederland, tussen boeren, bewindsman en, ja, ook de Kamermeerderheid. De rekwisieten worden in de kelder bewaard voor de volgende ronde.