Recessie is dubbeltje op zijn kant

Morgen publiceert het CBS zijn raming van de economische groei over het tweede kwartaal. Een herhaling van de krimp in het eerste kwartaal zou een recessie in Nederland betekenen. Die kans is klein, maar niet verwaarloosbaar.

Eenentwintig jaar. Zo lang is het geleden dat Nederland zijn laatste `officiële recessie' beleefde. In het tweede kwartaal van 1980 kromp de economie met 1,7 procent ten opzichte van het kwartaal daarvóór. En het derde kwartaal van dat jaar gaf nóg eens een krimp te zien, ditmaal met 0,2 procent. Twee kwartalen van krimp achtereen is de meest gangbare definitie van een economische recessie. In de jaren daarna zou de economie wel eens in een kwartaal krimpen, maar nooit meer tweemaal achtereen. In 1992 leek het weer zo ver, maar ook toen, in een periode die wel degelijk als een recessie werd aangevoeld, bleek er naderhand geen `echte' te hebben plaatsgehad.

Is het ditmaal zo ver? In het eerste kwartaal van dit jaar kromp het reële bruto binnenlands product (bbp), de brede maatstaf van het volume van alle geproduceerde goederen diensten binnen de landsgrenzen, met 0,3 procent ten opzichte van het laatste kwartaal van vorig jaar. Vandaar dat er met spanning wordt gewacht op de de voorlopige raming van de economische groei in het tweede kwartaal, die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) morgen publiceert.

De kans dat het bbp nogmaals op kwartaalbasis blijkt te zijn gekrompen is aanwezig, maar ze is wel klein. Dat heeft niet direct te maken met de algemene toestand van de economie. Het heeft eerder te maken met de eigenaardigheden van het eerste kwartaal zelf.

Op kwartaalbasis wordt het bbp berekend uit de totale bestedingen van consumenten en de overheid, de investeringen, een verandering van de voorraden en de groei van – in het Nederlandse geval – het overschot op de handelbalans. De consumentenbestedingen zijn de voornaamste factor. Zij maken ruim de helft van het bbp uit. Omdat de consumenten aan het eind van vorig jaar zagen aankomen dat de btw dit jaar verhoogd zou worden, hebben zij veel uitgaven aan vooral luxe goederen `naar voren gehaald', met name van auto`s. Dat resulteerde in een kleine explosie van de consumentenbestedingen in het vierde kwartaal van vorig jaar, met 4,3 procent op jaarbasis. Logischerwijs werden die uitgaven in het eerste kwartaal van dit jaar niet meer gedaan. Dat had tot gevolg dat de consumentenbestedingen toen juist inzakten, met een groei van nog maar 1,4 procent op jaarbasis. Van kwartaal op kwartaal betekende het een flinke afname, en dat tikte door in de telling van het bbp. De `economische krimp' van het eerste kwartaal was een feit.

Het inzakken van het eerste kwartaal was dus voor een groot deel een incident, en dat betekent dat de trend uit het eerste kwartaal niet zomaar wordt voortgezet in het tweede. De meeste analisten rekenen er op dat de bestedingen zich enigzins zullen hebben hersteld. Voor het bbp voorspelt ABN Amro voor het tweede kwartaal een groei van 0,3 tot 0,4 procent. J.P. Morgan houdt het op 0,3 procent.

Toch is er een kans dat de economie in het tweede kwartaal is gekrompen. P. van Doesburg, van Kempen & Co, is één van de weinige analisten die daar rekening mee houden. De al beschikbare gegevens over het tweede kwartaal zijn niet onverdeeld positief. De consumptieve bestedingen zakten, mede door de mkz-crisis, in april verder in met een jaargroei van nog maar 0,3 procent. Om pas in mei op te veren naar een jaargroei van 2 procent. Voor juni worden de gegevens morgen gelijktijdig met het bbp zelf gepubliceerd. Maar het inzakken van de koopbereidheid van consumenten in juni, dat al wel bekend is, wijst niet op een grote sprong. De hoge inflatie heeft de koopkracht van consumenten sterk uitgehold, en er wordt door Nederlanders inmiddels flink gespaard. Anderzijds geven meevallende detailhandelsverkopen over juni weer hoop.

De tweede component van het bbp, de volumegroei van de overheidsconsumptie, verandert niet snel. Ze zal volgens Van Doesburg tegen de drie procent op jaarbasis hebben bedragen. De investeringen zijn een onzekerder factor. Maar gezien het feit dat de industriële productie in het tweede kwartaal met 0,1 procent kromp op jaarbasis, voorspelt dat weinig goeds. Onbekend, en vrijwel niet te ramen, is wat de volumegroei van de export en import heeft gedaan. Maar de daling van de groei van de wereldhandel – het Centraal Planbureau verwacht een groei van nog maar 3 procent dit jaar – maakt ook die vooruitzichten niet florissant.

Al met al – herzieningen van eerdere CBS-cijfers over het bbp-daargelaten – moet er volgens Van Doesburg rekening mee worden gehouden dat de economische groei in het tweede kwartaal ten opzichte van een jaar geleden verder is gedaald, tot minder dan 1,5 procent. Hoe vertaalt zich dat in de economische groei ten opzichte van het eerste kwartaal? Dat is lastig, omdat seizoenseffecten die in kwartaalvergelijkingen optreden, vaak onverwachte uitkomsten geven. Maar meer algemeen kan worden gesteld dat een economische groei van minder dan 1,1 procent op jaarbasis in het tweede kwartaal, consistent is met een krimp ten opzichte van het eerste kwartaal. Na de krimp in dat eerste kwartaal zelf, zou er dan dus sprake zijn van twee achtereenvolgende kwartalen, en is de eerste officiële `recessie' sinds die van 1980 een feit. Die kans is aanwezig, zij het dat het dan op vrijwel alle fronten flink slecht moet zijn gegaan met de economie. De uitslag volgt morgen.