`Motti hield rekening met de dood'

Ongeveer zeshonderd joden herdachten gisteren in Amsterdam de Nederlandse slachtoffers van de bomaanslag in Jeruzalem, vorige week.

De familieleden zitten op de eerste rij. Naast hen nemen de rabbijnen plaats. Ongeveer zeshonderd mensen, voornamelijk religieuze joden, zijn gisteravond bijeengekomen in het Joods Cultureel Centrum in Amsterdam. Zij willen hun solidariteit betonen met de joodse slachtoffers van de Palestijnse bomaanslag in de pizzeria in het centrum van Jeruzalem vorige week. Er vielen 16 doden, onder wie de Nederlandse vader Motti Schijveschuurder-Moskovits, moeder Tsira en hun drie kinderen Raya (14), Avraham (4) en Chemda (2). Twee dochters van 9 en 11 liggen nog in het ziekenhuis. Drie andere zoons waren thuis op het moment van de aanslag.

,,Eigenlijk had ik vanavond ook willen spreken'', zegt Bentsion Moskovits, een neef van Motti. ,,Maar dat mocht niet.'' Het bestuur van de Joodse Gemeente was bang dat de bijeenkomst ,,te emotioneel'' zou worden. ,,Ze wilden opgewekte, strijdvaardige mensen zien en geen verslagen hoofden.''

Zes jaar geleden verhuisde het gezin Schijveschuurder naar de nederzetting Talmon op de Westelijke Jordaanoever ,,uit idealistische overwegingen'', vertelt Bentsion. ,,Het was een religieuze plicht om het land van Israël te bezetten.'' Motti stichtte een school; Tsira werkte in een doveninstituut.

Tsira had aanvankelijk bezwaren tegen de verhuizing omdat het gevaarlijk was. ,,Motti heeft er altijd rekening mee gehouden dat hij vermoord kon worden'', zegt Bentsion. ,,Toch was hij was wel eens beledigd als mensen hem niet durfden op te zoeken.'' Bitter: ,,Tijdens de begrafenis moesten ze wel.''

,,Wij zijn bijeen gekomen'', roept Rabbijn Vorst tot een stampvolle zaal, ,,om de eenheid te tonen van het joodse volk en de verbondenheid met elkaar.'' Buiten is zijn toespraak op een videoscherm te zien: de zaal is te klein voor alle toehoorders. Vorst verwijt de Nederlandse regering werkloos toe te zien en de Nederlandse pers dat zij bevooroordeeld schrijven over het conflict in het Midden-Oosten. ,,Waar was het vlammend protest toen deze vijf burgers werden vermoord?''

Ronny Naftaniël, directeur van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI), is een van de aanwezigen. Hij spreekt van een ,,dramatische gebeurtenis'' omdat er voor het eerst Nederlanders gedood zijn. ,,Veel mensen uit de joodse gemeenschap zijn bang voor hun vrienden en familie. Er wonen tienduizend Nederlanders in Israël.'' Dat de omgekomen Nederlanders als kolonisten extra gevaar liepen, wuift hij weg. ,,Hun dood was puur toeval. Ze hadden net zo goed lid kunnen zijn van de beweging Vrede Nu.''