Moerasvogel teruggelokt in moerasgebied

Nederland heeft nog maar zo weinig moerassen dat karakteristieke moerasvogels het alleen met een speciaal actieplan kunnen redden. De Nieuwkoopse Plassen, waar de moerasvogels weer voorzichtig terugkeren, dienen als voorbeeld.

Een purperreiger! Een golf van opwinding overspoelt de vogelliefhebbers die zich in een zogenoemde fluisterboot hebben verzameld om te zien wat het herstel van moerasgebieden voor effect kan hebben. Verrekijkers gaan omhoog, camera's klikken, kreten van enthousiasme weerklinken.

De Nieuwkoopse Plassen zijn vanouds een vogelrijk gebied. Het is eigenlijk vrij normaal om er snippen en nijlganzen te treffen, en ooievaars, buizerds, torenvalken en bruine kiekendieven. Ook de wielewaal zit er. Maar wat er lange tijd heeft ontbroken, zeggen vogelbeschermers, en wat zich nu enigszins begint te herstellen, is het aantal vogels dat typerend is voor de moerasdelta.

De purperreiger bijvoorbeeld. In dit gebied valt de schuwe vogel niet op, zo veel lijkt zijn lichaam op het riet waarin hij zich verscholen houdt. De smalle kop gaat in een vloeiende lijn over in een lange hals, zodat hij zelf op een rietstengel lijkt. Hij vist in ondiep water en nu en dan fladdert hij onhandig weg naar veiliger oorden, ver weg van mensen.

De purperreiger, niet te verwarren met de stadse blauwe reiger, is een van de dertien moerasvogels die ernstig in hun voortbestaan worden bedreigd. Als er niets gebeurt, zegt de Vogelbescherming Nederland, is niet alleen de purperreiger ten dode opgeschreven maar ook andere soorten, zoals de roerdomp, het woudaapje, de kwak, de blauwe kiekendief, het porseleinhoen, de zwarte stern, de snor, de grote karekiet en het baardmannetje. Met de lepelaar, de krooneend en de blauwborst gaat het redelijk goed, maar ook voor deze soorten is blijvende aandacht gewenst.

Vorig jaar heeft staatssecretaris Geke Faber (Natuurbeheer) een beschermingsplan voor moerasvogels gepresenteerd. Nu is het tijd om ernst te maken met de aanbevelingen, vindt de Vogelbescherming, die vorige week een handleiding heeft gepresenteerd voor iedereen die wil weten hoe je moerasvogels het beste kunt beschermen.

Belangrijkste doel is om de komende drie jaar een begin te maken met het uitbreiden en onderling verbinden van moerasgebieden. De moerasgebieden, waar de Romeinen al bezorgd over waren, zijn te klein geworden, vertelt Ruud van Beusekom van Vogelbescherming Nederland. De vogels moeten in versnipperde stukjes zien te overleven.

Een ander actiepunt is de kwaliteit van de bestaande moerasgebieden te verbeteren, althans geschikt te maken voor de bedreigde vogels en daardoor ook voor veel andere diersoorten, zoals vlinders, sprinkhanen, kikkers en libellen.

Vogelbeschermers stellen de aanpak van de Nieuwkoopse Plassen als voorbeeld voor de bescherming van moerasvogels. Met een budget van vier miljoen gulden is drie jaar geleden begonnen met het afgraven van de bovenste laag van enkele gebieden rondom het water. Dat zijn landjes waar de roerdomp, die je vroeger vanuit Nieuwkoop met tien tegelijk kon horen, al uit verdwenen was. De verzuring had daar toegeslagen, onder meer door regenwater, met plantjes zoals pitrus, die andere plantjes verdringen. Er zijn poelen gegraven waar kikkers en insecten op af zijn gekomen. Door te baggeren kan het water voedselarmer worden gemaakt, zodat algen er geen kans krijgen. Of, zoals boswachter Willem Regtop van Natuurmonumenten het verwoordt, zodat algen het water in de zomer niet in een dikke erwtensoep kunnen veranderen.

Er is bij de Nieuwkoopse Plassen veel gedaan om de omstandigheden voor de moerasvogels te verbeteren. Neem een sloot die slechts één keer in de drie jaar wordt schoongemaakt en die daardoor de eerste stadia van verlanding laat zien, zodat er precies die plantjes groeien die een moerasvogelvriendelijk milieu in de hand werken. Boswachter Willem Regtop wijst op de krabbescheer, een stijve, stekelige plant waar de groene glazenmaker vertoeft, een zeldzame libelle die op het menu van de zwarte stern staat. Verder groeien er de sigaarachtige lisdodde en de kikkerbeet met zijn witte bloemetjes.

In zo'n sloot voelt de grootste broedkolonie purperreigers van Noordwest-Europa zich thuis. Maar ook het landschap oogt als op een oude schoolplaat, idyllisch bijna. Zeker als je daarbij ook tientallen schrijvertjes op het water ziet dansen, kleine kevertjes die alleen kunnen overleven in redelijk schoon water.

Het schrijnendst in de huidige moerasgebieden, zegt Ruud van Beusekom van de Vogelbescherming, is eigenlijk het gebrek aan riet. Zeker, het is goed dat er af en toe riet wordt gemaaid, want als je niets doet in een moeras krijg je binnen de kortste keren opschietende bomen, te beginnen met berken en elzen, zo weten alle natuurbeschermers. Maar ieder jaar riet maaien om commerciële redenen is ook niet goed, stellen de vogelbeschermers. Moerasvogels houden van oud riet.

En dan hebben we het nog niet gehad over het `tegennatuurlijk peilbeheer' waar Nederland beroemd om is. We pompen ons een ongeluk, zegt Willem Regtop, terwijl we tegelijkertijd ook weer water inlaten, zoals de Nieuwkoopse Plassen in de droge voorjaarsmaanden ook van water uit de Rijn moet worden voorzien. De Vogelbescherming wijst er nog maar eens op dat ten behoeve van de boeren het waterpeil in de winter kunstmatig laag wordt gehouden en in de zomer kunstmatig hoog. Allemaal leuk en aardig, zegt de Vogelbescheming, maar natuurgebieden met een natuurlijk hoger waterpeil lopen vaak letterlijk leeg in het omliggende agrarische gebied en door deze `verdroging' krijg je nooit een behoorlijke hoeveelheid stevig waterriet.

Het effectiefst is en blijft het om het aantal moerasgebieden uit te breiden, zegt de Vogelbescherming. Voor de Nieuwkoopse Plassen ligt er een plan om deze te verbinden met de Vinkeveense Plassen. Maar voordat dat plan klaar is, zegt boswachter Willem Regtop, terwijl hij zijn boot door het moeras manoeuvreert, zullen er nog heel wat jaren voorbijgaan.