Kopiëren

Van de week ging het gesprek over charisma. Meer specifiek over de vraag of charisma aangeboren is of iets wat mensen zichzelf verwerven in de loop van hun leven. Over dit soort kwesties valt lustig te speculeren. Aan de ene kant lijkt charisma op een trek als extraversie (je bent het of je bent het niet en het is zo goed als onmogelijk de eigenschap te veranderen), aan de andere kant kom je zelden charismatische kleuters of tieners tegen. Hitler was in zijn jonge jaren in het geheel geen gevierd persoon. De meeste mensen die in staat zijn grote massa's te mobiliseren of tot verrukking te brengen, vielen in hun jeugd niet noemenswaardig op.

De ware charismaticus is niet meer piepjong en moet het een en ander meegemaakt hebben, bij voorkeur iets tragisch. Een gemeenschappelijk kenmerk van goeroes, schreef Anthony Storr in zijn boek Feet of Clay. A Study of Gurus, is dat ze door een zwarte periode van depressie of andere persoonlijke ellende zijn heengegaan, voordat ze gelouterd hun boodschap konden verkondigen aan potentiële volgelingen. Dit klinkt aannemelijk. Vanuit het donker zie je beter het licht dan wanneer je toch al in het zonnetje staat. Een vrolijke flierefluiter zal minder zieltjes winnen dan iemand die iets te boven is gekomen.

Omstandigheden en diverse spelingen van het lot kunnen iemand geschikt maken voor de rol van charismaticus, maar toch blijft de persoonlijkheid zelf van groot belang. Er zijn tal van mensen met een vergelijkbare achtergrond als bijvoorbeeld Bill Clinton (armoedige jeugd, vader nooit gekend, alcoholische, mishandelende stiefvader) die hun lijden ook te boven zijn gekomen, maar het verder niet tot wereldleider brachten, laat staan dat ze massa's in vervoering konden brengen. Clinton heeft net weer dat je ne sais quoi en die ambitie, waardoor hij – ook met minder ellende in zijn jeugd – het altijd ver had geschopt.

Uiteindelijk is charisma het resultaat van een geschikte persoonlijkheid die in geschikte omstandigheden terechtkwam en daarmee een onontwarbaar mengsel van onherhaalbare factoren. Voor ieder individu geldt vanzelfsprekend dat er sprake is van een totaal onoverzichtelijke optelsom van aanleg, geneigdheden en invloeden van buiten. Elk mens is gedoemd tot uniekheid. Dit is een relevant feit voor de discussie over het reproductief klonen. Een reproductieve kloon is niets anders dan een jaren later kunstmatig tot stand gebrachte helft van een eeneiige tweeling. De Italiaanse vruchtbaarheidsspecialist Antinori geeft hoog op van de mogelijkheden om kinderloze echtparen te helpen via het kloneren van zichzelf of van genetisch materiaal van een overleden kind. De Raëliaanse beweging, las ik in deze krant, is ook geobsedeerd door de kloontechniek, niet alleen voor de voortplanting van onvruchtbaren, maar ook ter verbetering van menselijke kenmerken en mogelijkheden. Dat laatste is onbegrijpelijk. Hoe kan een kopie van iets beter zijn dan het origineel? Daar zijn weer heel andere technieken voor nodig dan de kloontechniek zelf.

Het reproductief klonen van mensen is in geen enkel land toegestaan, maar in de particuliere sector hebben ondernemende artsen vrij spel met hun privé-klinieken, dus binnen niet al te lange tijd zullen de kopieerexperimenten wel in gang gezet worden. Men hoort dit op ethische gronden te veroordelen – toch hoop ik dat het er van komt omdat het me leuk lijkt die megalomanie compleet de soep in te zien draaien.

Niets zo eenvoudig als een kind op de gewone manier op de wereld te zetten. Maar ingewikkeld kan natuurlijk ook: tientallen eicellen extraheren, genetisch materiaal destilleren en injecteren, petrischaaltjes, incubators, IVF-procedures, draagmoeders, miskramen, kortom een gigantische miljoenenoperatie waarvoor? Om een kopie te produceren! Niet eens iets nieuws, zoals elke spontaan geconcipieerde vrucht toch weer een nieuwe unieke genencombinatie vormt, maar een domme kopie van wat we al hadden. Die waarschijnlijk ook nog eerder dan normaal het begeeft, omdat de gebruikte cel, waarin de stamcel geïnjecteerd wordt, ouder is, dus al een eind op weg met z'n delingen.

In het licht van alle problemen waarmee de mensheid te kampen heeft is de menselijke kloon zo ongeveer de laatste in aanmerking komende oplossing. Juist daarom zou ik er wel een tot leven willen zien komen. En dan liefst eentje van Hitler. Er is vast nog wel een lichaamscel van hem op te sporen. Zodat we kunnen meemaken hoe zijn schuchtere kloon, opgevoed door aardige ouders, op zijn 15de komt te overlijden aan een hartaanval, nadat hij de tweede prijs in een aquarelwedstrijd voor tieners heeft gewonnen.