Cultureel erfgoed©

Beeldspraak is al eeuwenlang een van de meest gebruikte communicatievormen in de westerse cultuur. Een belangrijk deel van ons dagelijks taalgebruik bestaat uit het scheppen van beelden met behulp van woorden. Zinnen als `die winkel loopt als een trein' of `de politiek is een schip in woelig water met Wim Kok aan het roer' roepen in eerste instantie mentale beelden op, totdat ze ingesleten raken. De essentie van beeldspraak is dat woorden beelden oproepen totdat ze weer gewoon woorden worden. Beeldspraak is van niemand, het is levend cultureel erfgoed dat voortdurend verandert.

Tot ongeveer het midden van de jaren negentig waren de digitale communicatiekanalen vooral tekstgericht. De computer was in hoofdzaak een slimme typemachine waarmee je tekst eindeloos kon veranderen. Op internet is de verhouding tussen tekst en beeld nog steeds 80-20. Maar dit verandert snel. Digitale camera's, scanners, en software als Photoshop behoren al bijna tot de basisuitrusting van iedere pc-gebruiker. Binnen enkele jaren, zo is de verwachting, is de genetwerkte computer vooral een beeldmachine.

Niet beeldspraak, maar beeldtaal wordt de communicatievorm van deze eeuw. Beeldtaal betekent het scheppen van betekenis door middel van plaatjes. Beeldtaal is eigenlijk het omgekeerde van beeldspraak: woorden roepen geen beelden op, maar beelden vormen de visuele grondstof voor communicatie tussen mensen. Net als elke taal kent ook beeldtaal een uitgebreid vocabulaire, vastgelegd in cd-roms met clipart: menig diginaut heeft massa's van zulke visuele woordenboeken. In de bewerking van plaatjes ontstaat gaandeweg een visuele grammatica en retorica bestaande uit clichés en beleefdheidsfrases: het prullenbakicoontje op iedere desktop, de smiling face in een e-mail, het paperclipmannetje dat op zijn hoofd krabt. Afbeeldingen gebruikt als kunstwerk of nieuwsfoto vinden we in talloze knip-en-plak-variaties terug op homepages of in digitale mailings.

Beeldtaal heeft een krachtiger bereik dan gewone taal, zeggen enthousiastelingen. Zij is internationaal, werpt geen linguïstische grenzen op en slecht muren tussen sociale en intellectuele klassen. Beeldtaal zou de interactie tussen mensen democratischer en creatiever maken. Critici, zoals Neil Postman, wijzen op het gevaar van de dominantie van beeldtaal: beelden overtuigen zonder woorden, zonder argumentatie. Logica wordt vervangen door affectie en emotie; beelden lokken verontwaardiging, angst of affiniteit uit, in plaats van een beredeneerd standpunt. Het krachtige bereik van televisie werpt volgens Postman een schaduw vooruit op het gangbare discours van de toekomst.

Ten goede of ten slechte, de opmars van de beeldtaal wordt op allerlei vlakken onderkend. Nederland krijgt binnenkort een Centrum voor Beeldcultuur dat wordt gevestigd in Rotterdam. Visuele cultuur is al een afstudeerrichting aan verschillende universiteiten. Het sterkste bewijs voor de definitieve opkomst van de beeldtaal is het ontstaan van een digitale beeldindustrie. Niet alleen het materiële beeld maar ook het immateriële beeld is een bezit geworden dat verhandelbaar is in harde valuta. Imago's en logo's, waarvan de waarde niet uit te drukken is in woorden. Hetzelfde geldt voor digitale reproducties van beelden die na overname vrijelijk bewerkt mogen worden. Nu erkennen we van oudsher natuurlijk het auteursrecht op vervaardigde beelden, zoals schilderijen en foto's, waardoor bij elke reproductie een deel van de opbrengst toekomt aan de artiest. Maar in de beeldindustrie ontstaan nieuwe eigendomsverhoudingen: beelden worden een soort grondstof voor digitale reproductie. Bill Gates en Mark Getty bezitten gezamenlijk de eigendomsrechten van zo'n 70 miljoen beelden en verdienen daar bijna 400 miljoen per jaar aan. Zij hebben die beelden nooit zelf geschapen, maar zagen op het juiste moment hoe lucratief het bezit van deze basiselementen was.

Beeldspraak was (en is) cultureel erfgoed dat door iedereen vrij te gebruiken en te bewerken is; van beeldtaal moet nog blijken of het tot het domein van het digitale cultureel erfgoed gaat behoren of tot de handel.