Amateurs en landverraders

Is het allemaal met de watersnoodramp begonnen? In 1953 speelde het Nederlands voetbalelftal een benefietwedstrijd ten bate van het rampenfonds. Het was een team van amateurs in een tijd dat het voetbal in Nederland nog maar weinig voorstelde.

Want de beste spelers waren verdreven van de Hollandse velden, naar het buitenland. Deze voetballers, aangekocht door buitenlandse clubs, speelden korte tijd later hun eigen benefietwedstrijd, in Parijs, tegen Frankrijk. Veertigduizend mensen zaten op de tribune, onder wie vierduizend supporters uit Nederland. De Nederlandse professionals wonnen, maar ze konden de Fransen geen revanche aanbieden in een Nederlands stadion, want dat mocht niet van de KNVB.

De voetbalbond stond in die jaren immers een zuiver amateurisme voor. Wie toch geld verdiende met de sport, werd door de bond op de zwarte lijst gezet. Beb Bakhuys bijvoorbeeld, die al in 1937 een contract in Metz tekende en daarmee de eerste Nederlander was in het buitenland. Hij mocht zelfs niet op de tribune zitten bij de eerste wedstrijd die het Nederlands elftal speelde na de bevrijding, in en tegen Luxemburg.

Maar ook de latere bondscaoch Kees Rijvers hoorde bij de `landverraders'. Hij ging naar Italië als beroeps en mocht derhalve niet meer voor Nederland uitkomen. Rijvers maakte deel uit van het `Gouden Binnentrio' uit die jaren, samen met Faas Wilkes en Abe Lenstra. Van hen is alleen Lenstra in Nederland gebleven. Niet dat er voor hem geen interesse was, maar hij bleef liever in Heerenveen.

Wilkes, Rijvers en anderen halen herinneringen op uit die tijd in de NOS-documentaire Sport in beeld: ontstaan van betaald voetbal in Nederland. In deze jaren werd de roep om professioneel voetbal in Nederland steeds groter, want Nederland ontzegde zich mooi spel door het gedwongen amateurisme. Dat was in Parijs al gebleken. Maar aangezien de KNVB van geen wijken wilde weten ontstond er een tweede bond, de NBVB onder leiding van de Limburgse aannemer Joosten. Deze zette een eigen competitie op, met drie Limburgse ploegen, uit Geleen, Venlo en Heerlen.

De koninklijke bond was hiermee voor het blok gezet, en werd gedwongen toe te geven aan de eisen van de tijd. In november 1954 werd de `Vrede van Den Haag' getekend en gingen de twee organisaties samen. De twee competities werden stilgelegd, want er kwam een nieuwe start. Het Nederlandse voetbal kon zich nu gaan voorbereiden op een serieuze deelname aan de kwalificatie voor het wereldkampioenschap van 1958. Van meedoen in 1954 was nog geen sprake, daarvan had de KNVB afgezien uit angst voor een blamage.

Sport in beeld: ontstaan van betaald voetbal in Nederland, NOS, Ned2, 19.30-20.37.