Liever dichter dan politicus

Tot verbijstering van miljoenen Indiërs dreigde de 74-jarige premier Vajpayee twee weken geleden met aftreden. Wie is deze man, die de Indiërs als geen ander aan zich weet te binden maar eigenlijk liever dichter is?

Een man die rond zijn twintigste dichtte:

Hiroshima: In de nacht

verdwijnt soms mijn slaap

met de ogen open denk ik aan ze

de makers van de bom

de slachting

als zij nu kunnen slapen

zal de geschiedenis ze nooit vergeven.

In het Hindi klinkt het beter. Niettemin gaf dezelfde Atal Bihari Vajpayee een halve eeuw later als premier opdracht een kernproef uit te voeren, waardoor India de zesde nucleaire mogendheid in de wereld werd.

Een man die leiding geeft aan een nationalistische hindoe-partij, een partij die op z'n minst medeverantwoordelijk is voor de verwoesting van de omstreden Babri-moskee in Ayodhya en de daarop volgende rellen en pogroms tegen moslims in het begin van de jaren negentig. Niettemin is dezelfde Vajpayee wars van extremisme en is hij een groot liefhebber van het islamitische levenslied.

Een man die aimabel en charmant is, die zijn weg weet met vrouwen en zich graag door hen laat omringen. Niettemin is hij zijn leven lang ongetrouwd gebleven.

Een man die bekend staat om zijn integriteit, zijn soberheid, zijn afkeer van corruptie en inhaligheid. Niettemin wordt hij het laatste jaar geplaagd door schandalen en beschuldigingen tegen zijn naaste vrienden en familieleden.

Vajpayee vond de kritiek zo zwaar, dat hij eind juli tot ieders verrassing dreigde op te zullen stappen als premier.

Niemand kon het geloven en snel werden excuses aangeboden. Maar nog steeds bestaat de vrees dat hij opstapt. Niet omdat hij dat moet, maar omdat hij dat wil. Omdat hij er genoeg van heeft, terwijl een miljard mensen hem nodig hebben. Een opvolger is namelijk niet voor handen. Geen enkele levende Indiër beschikt namelijk over zo'n vermogen om boven de partijen te staan als hij.

Vajpayee werd geboren op 25 december 1926, als kind van een eenvoudig schoolmeester in het prinselijke rijk van Gwalior, ongeveer 350 kilometer ten zuiden van New Delhi. Gwalior is nu een treurige en vervallen plaats, maar in de tijd van de Britten heerste er tucht en netheid.

Atal Bihari ging naar het Victoria College in Gwalior en studeerde daarna rechten en politieke wetenschappen. In zijn studietijd leerde hij de hoogleraar B.N. Kaul kennen. Hij beschouwde Kaul als zijn goeroe en ze raakten zo aan elkaar gehecht dat Atal Bihari introk bij diens familie. Niet Kaul adopteerde hem, maar Vajpayee adopteerde de familie. Na de dood van prof. Kaul werd hij de man in het gezin. Dochter Kaul trouwde met Ranjan Bhattacharya, de bekende `schoonzoon' die ook vandaag bij Vajpayee woont en als een tijger waakt over zijn gezondheid.

Op zijn zestiende sloot Vajpayee zich aan bij de onafhankelijkheidsbeweging van Nehru en Gandhi. Hij werd door de Britten korte tijd opgesloten. Deze ervaring maakte hem voorgoed bewust van de politiek, maar hij kon niet kiezen tussen een carrière als dichter of als politicus hij dacht dat die twee onverenigbaar waren.

Maar zijn vrienden roemden zijn spreekvaardigheid, zijn vermogen om een publiek te betoveren met zijn woorden en om, in de mooiste zinnen, voor de hand liggende opmerkingen te maken. Als dichter ging hij dan ook de politiek in, in 1951. Hij raakte nauw betrokken bij de RSS, een beweging van `hindoe-vrijwilligers', die later zou uitgroeien tot een van de grootste hindoe-fundamentalistische partijen van India. In die tijd was de RSS echter vooral een sociale organisatie, die hulp bood aan families in nood.

Vajpayee werd journalist bij het partijblad van de RSS, maar hij richtte daarnaast een eigen politieke partij op: geen nationale partij, zoals het Congres van de toenmalige premier Nehru, maar een `nationalistische' partij, de verre voorloper van de nu regerende BJP.

In 1957 kwam hij in het parlement, al kon hij ook toen niet helemaal duidelijk maken wat hij bedoelde met zijn nationalisme. Het was in ieder geval niet-links, zoals de Congrespartij, en ook niet-rechts. Maar hij hield zulke pakkende en poëtische redevoeringen, dat Nehru al voorspelde dat die knaap van amper 31 nog eens de leider zou worden van het land.

Keer op keer werd Vajpayee gekozen, maar zijn partij maakte nog geen stormachtige groei door. Toen Indira Gandhi werd vermoord en haar zoon Rajiv Gandhi in 1984 de leiding van de Congrespartij overnam, haalde Vajpayees BJP maar twee van de 539 zetels.

Maar Rajiv Gandhi deed iets waar Vajpayee's partij groot van zou worden: Rajiv Gandhi gooide het socialisme en het beleid van protectionisme en zelfvoorziening overboord en liberaliseerde de economie. Zo ontstond een grote groep kleine zelfstandigen, eigenaren van werkplaatsen en winkeltjes, die zich in de eerste plaats niet zozeer `Indiaas' voelden, alswel `hindoe'. Het was vooral de nieuwe leider van de BJP, Lal Krishna Advani, die hieruit electoraal munt wist te slaan voor zijn partij.

In 1991 verwierf de BJP 119 zetels en de groei was sindsdien niet te stuiten. Vijf jaar later werd echter niet de door `Ayodhya' enigszins in diskrediet geraakte Advani maar de gerespecteerde Vajpayee premier, en daarna weer, en nu voor de derde keer. Zijn minzaamheid, zijn niet-confronterende aard en zijn neiging tot consensus hebben hem intussen tot de populairste politieke leider gemaakt sinds Nehru. Door zijn felste opponenten wordt hij gerespecteerd, en als Vajpayee zijn belangrijkste tegenstander, oppositieleidster Sonia Gandhi van de Congres-partij, uitnodigt op de thee, zal ze komen.

Maar het zijn niet je opponenten die je in de politiek het meest moet vrezen, maar je vrienden. De Falling Star, opent het grootste weekblad India Today vorige week, met een eenzame Vajpayee op de cover, zijn rug naar ons toegekeerd. Zijn coalitiegenoten en zijn medepartijleden vinden namelijk dat hij onbereikbaar is geworden en de macht niet met hen deelt.

Het is waar dat Vajpayee zich het liefst terugtrekt met leden van de familie Kaul. Hij luistert naar Pakistaanse Ghazals, hij leest uit een dichtbundel of gewoon uit een detective-roman, met zijn lievelingshond aan zijn voeten en een drankje in de hand. Hij laat zich, anders dan de meeste Indiase politici, niet graag omringen door parlementariërs en gunstzoekers. Het liefst spreekt hij tijdens een sober ontbijt met vier of vijf adviseurs en vrienden, om zich daarna toe te leggen op het schrijven van een gedicht of een spreekbeurt. Schrijven is nog altijd zijn grootste passie, hij is verslingerd aan het Hindi en het mooiste moment van zijn leven was, zoals hij zei, toen hij als eerste Indiër de Verenigde Naties toesprak in zijn moedertaal.

Maar zijn eigen partij vindt hem te eigenzinnig en te solistisch. De onderhandeling met Pakistan is mislukt, de economische hervormingen lopen grote vertragingen op en volgens een onderzoek van The Economist bij zijn eigen partij vindt een meerderheid dat hij moet opstappen.

Sommigen hebben zelfs opmerkingen gemaakt over de corruptie die begaan zou zijn door zijn `schoonzoon', Ranjan Bhattacharya, en dat werd Vajpayee te veel. Ooit zei hij in het parlement, in navolging van de Goddelijke koning Rama: ,,Ik ben niet bang voor de dood, als ik al ergens bang voor ben. Maar een slechte naam vind ik onverdraaglijk.''

Hij herhaalde deze woorden niet. Hij zei alleen dat hij geen leiding meer kan geven aan de coalitie. ,,Men zegt dat ik oud word en dat mijn gezondheid achteruit gaat. Voordat anderen mij wegsturen, ga ik zelf weg.''

De paniek was groot, want voor een staatsman van zijn allure is er voorlopig geen enkel alternatief. Op veler verzoek is hij aangebleven. Maar men weet dat hij niet geeft om macht. Hij geeft om taal. En misschien had hij wel gelijk, toen hij dacht dat een dichter geen politicus kon zijn.