Kunst vol symboliek tussen de graven

Een zomerse middag in Amsterdam. Begraafplaats Zorgvlied ligt er verlaten bij. Een enkeling is onderweg met een tuiltje bloemen, een fietser kruist een pad. Ons doel is niet een overleden naaste te bezoeken, maar de tentoonstelling Beelden op Zorgvlied. Op initiatief van Stichting De Amsteltuin exposeren elf kunstenaars uit binnen- en buitenland bestaand of voor de gelegenheid gemaakt werk.

De objecten zijn tussen de graven geplaatst. Witte steentjes op de grond, een ijzeren, bruin geroeste punthoed of een glazen, een kleurige plaat: als je de bordjes met de namen van de kunstenaars of de overledenen niet opmerkt, is het soms gissen of je wel of niet met een onderdeel van de tentoonstelling te maken hebt.

Misschien was het wel de bedoeling van de initiatiefnemers van Beelden op Zorgvlied om aldus een licht onzeker gevoel bij de bezoeker te veroorzaken: met een plattegrond in de hand tussen de doden op zoek naar het kunstwerk van Meinke Horn of Da van Daalen, een mens zou zich voor minder een beetje ongemakkelijk voelen.

Je kan er natuurlijk ook voor kiezen zelf te ontdekken hoe de aangeharkte paadjes nu weer naar de vrolijk gekleurde steentjes op het graf van Annie M.G. Schmidt leiden, en dan weer naar de Phyllotaxis van Sjoerd Buisman. De spiraalvormige figuur – een oud thema van deze kunstenaar – is geïnspireerd op de vorm van de bleekselderij. Het staat bij uitstek symbool voor oneindigheid, van begin zonder einde, en lijkt hier in zijn natuurlijke omgeving te zijn terechtgekomen.

Het cyclische thema zien we ook in de Bow Knot van Shinkichi Tajiri (1923), die momenteel ook een tentoonstelling heeft in het Cobramuseum van Amstelveen. Net als in zijn andere knopensculpturen zie je ook nu weer twee gietijzeren lussen die in elkaar haken en vloeiend in elkaar overgaan. De interpretatie laat de kunstenaar aan de kijker over. Geïnspireerd door de geschiedenis van zijn vaderland laste hij vroeger stukken schroot aan elkaar en noemde die Samoerai. Misvattingen over deze sculpturen deden hem teruggrijpen naar de eenvoud.

Toch wijzen niet alle werken zo eenduidig op begin en einde. Wat te denken van de Burcht en de Poort van Saskia de Rooy? Zij speelde – zoals eerder in parken en tuinen – met de elementen: haar ijzeren framen met spitse boog lijken de hemel te willen vangen, de toegangspoorten nodigen de wandelaar naar binnen te stappen. Net zo monumentaal is ook het speciaal voor de expositie door Niko de Wit vervaardigde Hemel-Aarde: een stalen constructie als een omgekeerde toren, die opvallend genoeg aan het einde van een pad is geplaatst. Wil De Wit lucht en aarde verenigen door het werk naar boven te laten splijten? Moeten we bij de roestkleur van het staal niet aan `gene zijde', maar juist aan de aarde denken?

Minder raadselachtig zijn de sobere zandstenen stapels van Reinhard Buxel: zijn Dreieck (2000) of Turm (1987) – meccanoblokken die metershoog op elkaar zijn geplaatst – vormen door de materiaalkeuze (steen) een eenheid met de klimop en de bomen er omheen. Maar dan vraagt de bezoeker zich weer af wat eigenlijk de band is met de locatie. De sculptuur zou net zo goed tot zijn recht komen in een gewoon park.

Hoewel het idee van de organisatoren om hedendaagse kunst te tonen op juist het oudste deel van Zorgvlied, wel origineel is, blijft de keuze van de beelden nogal willekeurig: oud en nieuw werk, wat wèl of juist weer helemaal niet voor deze specifieke locatie is gemaakt. Desondanks verdient het idee navolging. Want juist de verwondering en verwarring die ontstaan bij het zien van de beelden in samenhang met de bemoste grafstenen en gedenktekens, confronteren je met de vergankelijkheid van zowel kunst als leven, met gedachtespinsels die het in een spierwitte tentoonstellingszaal laten afweten.

Tentoonstelling: Beelden op Zorgvlied, beeldende kunst op de begraafplaats. Amsteldijk 273, Amsterdam. T/m 31/8. Open: ma-vrij 8-16u, za-zo 10-16u. Inl.: (020) 6445236.