Kort feestje voor het CDA

Je zal toch eerste man van het CDA en dus oppositieleider zijn. Je zit je, uiteraard met de

deuren en de gordijnen goed dicht, zachtjes in de handen te wrijven nadat vrijdag is uitgelekt dat het Centraal Planbureau voor het eerst sinds 1994 een stijging (met 40.000) van de werkloosheid en een daling van de economische groei voorziet (een halvering tot 2 procent voor dit en volgend jaar). En ook, denk je, behoort Nederland de afgelopen maanden qua inflatiepercentage voor het eerst in jaren tot de koplopers in de Europese Unie. Dat zou komend najaar wel eens, denk je verder, tot stevige looneisen kunnen leiden. Is er toch nog hoop, zit de worm erin, krijgt paars het eindelijk eens moeilijker, komt onze kans alsnog? En, wie weet, haakt Kok misschien dadelijk ook nog af?

Je weet dat de kiezer veel meer dan vroeger zijn voorkeur bepaalt op materiële gronden, als hij al naar de stembus gaat, en veel minder vaak kiest volgens vaste ideologische bindingen. Je weet dat goede economische omstandigheden het daarom al jaren bijzonder moeilijk maken om kiezers weg te lokken bij de grote paarse partijen, PvdA en VVD, hoewel de nationale basis voor die gunstige omstandigheden voor een flink deel is gelegd tussen 1982 en 1994, tijdens het twaalfjarige premierschap van je partijgenoot Lubbers. Inkomensmatiging in ruil voor werk was immers de kern van het akkoord van Wassenaar, dat regering, werknemers en werkgevers in 1982 tekenden en dat zij sindsdien opmerkelijk nauwgezet hebben nageleefd. De Zalm-norm, die Bolkesteins VVD daar in 1994 per regeerakkoord bovenop liet zetten en in 1998 liet prolongeren, zorgde voor een economische completering. De staat van de overheidsfinanciën verbeterde snel en spectaculair, Zalm kon dit jaar zelfs een eerste overschotje vieren, de staatsschuld daalde scherp en aan de eisen voor toetreding tot het euro-gilde was al eerder makkelijk voldaan.

Dan komen zulke CPB-berichten voor het CDA plotseling als manna uit de hemel. Dat zal geen enkele oppositionele politicus hardop zo zeggen. Integendeel: hij of zij zal met omfloerste stem en een vroom gezicht spreken van een ernstige nationale tegenslag, maar thuis gaat er zo'n weekeinde misschien wel een kurk van de fles. Bij de fractievoorzitter, maar ook bij zijn fractiegenoten. Reken maar dat er tussen Den Haag en menig christen-democratisch vakantieadres over dat CPB-nieuws is getelefoneerd of geë-maild, afgelopen weekeinde.

Want over negen maanden zijn de volgende Tweede-Kamerverkiezingen. En dan is het voor je partij en jezelf erop of eronder. Je bent 53, je hebt in 1998 als lijsttrekker niets kunnen goedmaken van het dramatische verlies van 20 zetels in 1994 maar in plaats daarvan nog een handvol zetels extra verloren. Het rommelt zachtjes in je partij, waar velen je nog slechts als lijsttrekker willen handhaven omdat het point of no return voor de komende verkiezingen nu eenmaal al gepasseerd is. Het rommelt soms ook in je fractie, die verdeeld is tussen, ruwweg, ervaren `rechtse' realisten en jonge, onervaren en ongeduldige `linksige' nieuwkomers. De ene groep gruwt van het idee straks eventueel voor een coalitie met de PvdA en GroenLinks te worden uitgenodigd, bijvoorbeeld indien de VVD, mogelijk mede dankzij het afhaken van Kok, als grootste partij finisht en de PvdA niet als haar kleinere coalitiepartner wil fungeren. De andere groep, die soms doet denken aan de vroegere ARP, ziet zo'n combinatie als een nieuw Jeruzalem aan het Binnenhof. Beide groepen zijn overigens één in de vrees dat het electorale mes er volgend jaar wéér stevig ingaat.

Die parlementariërs, niet alleen die van het CDA trouwens, kennen een vrij dure staat van leven, zij hebben huizen en hypotheken, een tweede auto en/of vakantiehuisje, studerende kinderen, zieke familieleden en andere duurzame verplichtingen. Ze hebben hun baan in de maatschappij verlaten, raken vaak al aan de middelbare leeftijd. Of de weg terug naar het vorige beroep straks redelijk begaanbaar is mag een vraag heten die menig Kamerlid met het oog op de verkiezingen nu alvast thuis begint te bespreken. Andere angstige vraag: in de komende maanden worden de kandidatenlijsten opgesteld, op welke plek kom ik terecht en wat zal straks de laatste verkiesbare plaats blijken? Kortom, zo'n CPB-bericht is balsem voor de zielen van de leden van een oppositiefractie in nood.

Maar helaas, het weekeinde was nog nauwelijks voorbij of er rolde, mogelijk in het geheel niet toevallig, ander nieuws naar de media. Minister Vermeend van Sociale Zaken blijkt een overschot van wel 20 miljard in de sociale fondsen te kunnen wegen op zijn politieke en financiële mogelijkheden. En op electorale mogelijkheden natuurlijk, maar dat zegt hij er niet bij. Wat hij ook niet zegt en wat haast niemand zegt: het gaat hier om teveel betaalde premies dankzij de lagere aantallen uitkeringstrekkers, we geven dat geld dus gewoon terug aan de mensen die het hebben betaald. Nee, voor zo'n uitgangspunt hebben beheerders van publieke middelen veelal weinig over.

In plaats daarvan worden nu paarse worsten uit het raam gehangen. Of, zo men wil, sigaren uit eigen doos aangeboden, en ook nog op voorwaarde van passende tegenprestaties. Ongeveer zo: als de vakbeweging zich komend najaar met haar CAO-eisen gedeisd houdt, zouden we de helft van die twintig miljard kunnen inzetten om de premies te verlagen. Anders gezegd: mede door uw jarenlange matiging hebben we meer werkgelegenheid en minder uitkeringstrekkers gehad, als u nu verder matigt krijgt u wellicht via de premies de helft van `onze' meevaller. Wellicht, want als zoiets om macro-economische redenen gewenst is (bijvoorbeeld om het risico te vermijden van verhitting van de economie door zo'n consumptie-impuls), halen we die premieverlichting geheel of gedeeltelijk terug langs fiscale weg. Zo is het altijd goed: quitte of dubbel voor paars in een verkiezingsjaar. Het CDA en zijn fractieleider Jaap de Hoop Scheffer staan na één vrolijk weekeinde alweer droef in de gure wind. Waar was je Wim?, vroeg Jaap al eens, de camera inkijkend. Nu, nog is Wim (Kok) er, deze keer via zijn vriend Vermeend, die natuurlijk niet pas afgelopen weekeinde van dat overschot hoorde.