Bij de boom

Ik nam mijn buurmeisje mee voor een wandeling naar het Vondelpark. Na vijftien meter stopte ze bij een platgetrapte halve bij. ,,Die is dood'', zei ze, ,,hij moet bij de boom.''

,,Misschien dat we die bij maar laten liggen'', reageerde ik laf, ,,bij de boom ligt zoveel poep.''

Hevig geïnteresseerd in dit laatste liep ze naar de boom en ging op zoek. ,,Is dit poep'', vroeg ze bij alle stukjes die daar enigszins aan deden denken. Vervolgens schakelde ze over naar: ,,Mijn papa is in de lucht.''

Er volgde een korte stilte, toen zei ik om maar iets te zeggen: ,,Ja, dat is zo... is hij ook bij de sterren?''

Dat bleek een uiterst domme vraag, want de tweejarige antwoordde naar boven turend: ,,Natuurlijk niet, er zijn toch geen sterren. Mijn papa is gewoon in de lucht.''

Na een blik van verstandhouding pakte ze mijn hand, om aan te geven dat het nu wel welletjes was. Genoeg over dode vaders.