Vrede nog ver weg in Macedonië

Tot het laatst blijft het onzeker of vandaag in Skopje het `akkoord van Ohrid' wordt getekend. Gebeurt dat wel, dan blijft onzeker of het parlement het goedkeurt. En als dàt gebeurt, is het twijfelachtig of de NAVO-troepenmacht slaagt in zijn missie.

Het akkoord van Ohrid regelt de status en de rechten van de Albanese minderheid. Als het vanmiddag wordt getekend, zal het knarsetanden tot in de verre omtrek te horen zijn. De Macedoniërs hebben vanaf het begin overleg over het thema `rechten van de Albanese minderheid' overbodig gevonden. Zij gaan ervan uit dat de rechten van de Albanezen al heel behoorlijk werden gewaarborgd vóórdat het Albanese `Nationale Bevrijdingsleger' UÇK in februari de wapens opnam en ze tekenen vandaag het akkoord van Ohrid uitsluitend onder druk van die guerrilla – en van de NAVO. Niet voor niets noemde premier Ljubco Georgievski het akkoord `een capitulatie' voor `de terroristen' van het UÇK. Hij had eraan kunnen toevoegen: een capitulatie die ons door de internationale gemeenschap is opgedrongen – want daar komen de gevoelens van de Macedoniërs wel op neer.

Knarsetanden ook aan Albanese kant, want voor de minderheid voorziet het akkoord wel in vele verbeteringen, maar zij heeft aan de onderhandelingstafel heel wat eisen moeten laten vallen. Het Albanees wordt niet overal in Macedonië tweede officiële taal, maar alleen in het gebied van de minderheid en in het parlement. De politie wordt niet, zoals de Albanezen hadden geëist, gedecentraliseerd, al wordt de zeggenschap van de minderheid groter en wordt het aantal Albanezen bij de politie drastisch uitgebreid. Er komt geen Albanese vice-president en er komt ook geen Albanees vetorecht op besluiten van het parlement. De Albanezen tekenen omdat een half ei beter is dan een lege dop, maar het gevoel is toch dat zij de grootste concessies hebben moeten doen.

Of het akkoord tot vrede leidt, hangt af van diverse factoren. Eerst moet het parlement het akkoord goedkeuren, met tweederde meerderheid. Die meerderheid is er nu niet, omdat de twee grootste Macedonische partijen, de nationalistische VMRO van premier Georgievski en de sociaal-democratische SDSM van ex-premier Branko Crvenkovsi, niet op één lijn zitten.

Als het parlement het akkoord toch goedkeurt, moet een NAVO-strijdmacht van 3.500 man, uit twaalf landen (waaronder wellicht Nederland), beginnen met de ontwapening van het UÇK. De soldaten van `Operatie Noodzakelijke Oogst' moeten hun taak tot de wapeninzameling beperken en na dertig dagen weer vertrekken.

Het is uiterst onwaarschijnlijk dat `Noodzakelijke Oogst' een succes wordt. Op de eerste plaats zal het UÇK zich niet laten ontwapenen. Net zoals in Kosovo zal het guerrillaleger de meeste wapens verstoppen. Toen het Kosovaarse Bevrijdingsleger na de intocht van de NAVO-vredesmacht in Kosovo moest worden ontwapend, kwamen de Kosovaarse guerrillero's aanzetten met honderd oude kalasjnikovs en een paar stukken artilleriegeschut die in het museum thuishoorden. De bulk van de wapens werd verstopt – en het waren die wapens die het Macedonische UÇK sinds februari in staat hebben gesteld de Macedonische strijdkrachten te bevechten. Met een redelijke mate van zekerheid kan nu al worden voorspeld dat de wapeninname door de NAVO-strijdmacht een farce wordt. NAVO-woordvoerders hebben al moeten toegeven dat ze niet weten wat voor wapens het UÇK bezit. Bovendien zullen de NAVO-soldaten de UÇK en haar wapens niet gaan opzoeken: men verwacht dat de guerrillero's zelf hun wapens komen brengen. En dat zal hooguit in symbolische zin gebeuren.

`Operatie Noodzakelijke Oogst' brengt bovendien diverse zeer serieuze risico's met zich mee. Ze hebben te maken met de verwachtingen die de Macedoniërs en de Albanezen aan de komst van de 3.500 NAVO-soldaten verbinden. De Macedoniërs verwachten niet alleen dat de NAVO-macht het UÇK zijn wapens afneemt, maar ook dat het de grens met Kosovo afsluit en de vrede garandeert. Dat kan die NAVO-strijdmacht niet en dat kan ook KFOR vanuit Kosovo niet. De Albanezen verwachten dat de NAVO-troepen hen beschermen tegen Macedonisch geweld en het akkoord van Ohrid implementeren en zelfs dat ze de Macedonische burgers en paramilitairen ontwapenen die recentelijk door de regering zijn bewapend – taken die die 3.500 soldaten, zelfs als ze er een mandaat voor hadden, onmogelijk kunnen uitvoeren.

Een nog groter risico: als het UÇK nieuwe aanslagen pleegt, krijgt de NAVO de schuld. Niet alleen omdat die aanslagen aantonen dat de NAVO faalt inzake de ontwapening van het rebellenleger, maar ook omdat elke breuk van het bestand de Macedoniërs sterkt in hun overtuiging, dat de NAVO aan de kant van de Albanezen staat. Het gevaar is groot dat het toch al gehavende prestige van de NAVO in Macedonië dan geheel verloren gaat. Dát het tot nieuwe UÇK-acties komt, is waarschijnlijker dan dat ze uitblijven: het UÇK telt, vooral rond Tetovo, veel ongedisciplineerde manschappen en autonome commandanten.

Het `akkoord van Ohrid' kan alleen werken als zowel de Macedoniërs als de Albanese minderheid als het UÇK dat willen. En zowel het Macedonische bewind als het UÇK heeft haviken in zijn gelederen die geen vrede willen. De Macedoniërs zijn uitgesproken verbitterd: er is te veel gebeurd, sinds februari, er is te veel geschoten, te veel etnisch gezuiverd. Er moeten wonderen gebeuren wil het akkoord van Ohrid daadwerkelijk tot vrede leiden.