Stilstand

,,Het gebeurde heel onverwachts'', zei de oude man die ik af en toe opzoek. ,,We stonden op het punt om naar bed te gaan. Mijn vrouw poetste haar tanden in de badkamer. Opeens hoorde ik een bons. Toen was alles stil. Angstaanjagend stil. Ik hoorde alleen nog de kraan lopen, maar niet meer het poetsen. Ik vond haar op de badmat, haar gezicht naar me toegekeerd, de ogen verstard. De verplegers waren er binnen een paar minuten. Uw vrouw is dood, zei een van hen. Kom nou, zei ik, dat kan toch helemaal niet.

,,Hartstilstand. Of een hartinfarct. Dat weten ze niet zeker. Wat maakt het uit. Ik heb mijn zoon en mijn dochter gewaarschuwd en met z'n drieën zijn we die eerste uren erna doorgekomen. Tegen de morgen zijn zij naar huis gegaan en ben ik naast mijn vrouw op bed gaan liggen. Dat wilde ik graag, ja. Onze laatste nacht samen. Er was niets spookachtigs aan. Ze lag er mooi bij, ik heb nog een paar dingen tegen haar gezegd. In het gebouw en buiten was het doodstil. Het was alsof we alleen op de wereld waren.

,,Ik heb de volgende dag in een soort verdoving doorgebracht. De begrafenisondernemer kwam, mijn kinderen kwamen, alles werd in mijn aanwezigheid geregeld, maar er drong bijna niets tot me door.

,,Ik kon het niet begrijpen. Dat was het enige wat ik steeds weer dacht: ik begrijp het niet. Na zestig jaar verdwijnt er opeens iemand uit je leven, zomaar, zonder een woord te zeggen. We hebben geen afscheid kunnen nemen, we hebben elkaar niet kunnen bedanken. De wereld bleef opeens stilstaan en zij werd er vanaf gegooid.

,,Zoiets is eigenlijk niet te verwerken. Niet als je op mijn leeftijd bent. Je doet alsof je de draad weer oppakt, maar inwendig is er steeds een stem die zegt: dit is zinloos, hier kom je nooit meer overheen. Een onmetelijke zee van leegheid strekt zich voor je uit. En jij zwemt daar in je eentje in.

,,Moe en moedeloos, zo voel ik me vaak. Maar ik moet verder, ik wil het nog niet opgeven. Er is maar één leven, hierna zal ik er nooit meer zijn, daar ben ik van overtuigd. Mijn zintuigen doen het nog goed, mijn geheugen is dat van een jonge man en ik interesseer me nog altijd voor de wereld. Dus ik moet er nog iets van zien te maken. Had jij nog een visje voor me meegenomen? Een haring? Mooi, maar toch niet zo zout als de vorige keer?

,,Ik denk nog elke dag aan mijn vrouw, maar ik denk nu niet meer de hele dag aan haar. Dat zou je vooruitgang kunnen noemen. Het zijn vlagen die opeens over me heenkomen. Dan zie ik beelden van haar, steeds dezelfde.

,,Ik zie ons dansen op de avond dat we elkaar leerden kennen. Ze was een mooi, donker meisje. Ik vroeg haar: zie ik je vrijdag weer? Ze knikte. Uit beleefdheid? Ik wist het niet. Die vrijdag regende het hevig. We hadden ergens in het centrum op straat afgesproken. Ik stond te schuilen onder een luifel. Ik keek naar de lucht en ik dacht: als ze maar komt.

,,Opeens stond ze voor me. Lachende ogen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, alsof ze geen moment getwijfeld had. Ze had haar man gevonden. Ze hoefde nooit meer een ander. Dat hebben vrouwen toch sterker dan wij, vind je niet? Of zijn dat ouderwetse praatjes?''