Sportarts Peter Vergouwen wil geld en respect

De afdeling topsportgeneeskunde van het UMC wordt met sluiting bedreigd. Peter Vergouwen is het slachtoffer van een spel.

Topsporters die frequent worden behandeld door Peter Vergouwen zijn twee weken geleden al een actie begonnen tegen sluiting van de afdeling topsportgeneeskunde in het Utrechts Medisch Centrum (UMC). De sportarts had zich tot op heden van commentaar onthouden, omdat hij als medisch begeleider de rust in de Nederlandse ploeg bij de wereldkampioenschappen atletiek in Edmonton niet wilde verstoren. Dit weekeinde gaf hij in Canada opening van zaken.

Het tegenstrijdige van de kwestie is, dat Vergouwens afdeling per 1 januari 2002 moet verdwijnen, terwijl het tot ieders tevredenheid functioneert. ,,We krijgen overal dozen met respect, maar geen geld'', klaagt de sportarts, die bij het uitblijven van financiële steun mogelijk de wijk naar het buitenland neemt. Charles van Commennee, de Nederlandse technisch directeur van de Britse atletiekbond, heeft al een visje uitgegooid. Hij wil Vergouwen graag binnenhalen, omdat Groot-Brittannië een achterstand heeft op het gebied van medische sportbegeleiding.

Vergouwen zegt overal voor open te staan. Hij hoopt dat de geldschieters UMC, NOC*NSF en het ministerie van VWS door de actie van de sporters dermate onder druk worden gezet, dat hij alsnog de verlangde 1,6 miljoen gulden om een Centre of Excellence op het gebied van de topsportgeneeskunde te kunnen starten. Nu draait de sportarts met een begroting van rond de 750.000 gulden, maar dat is in zijn ogen behelpen. Om optimaal te kunnen functioneren en met name om onderzoek te kunnen verrichten, is volgens Vergouwen minstens een verdubbeling van het budget noodzakelijk.

Het UMC, waar de afdeling door de oud-directeur Gerlach Cerfontaine is binnengehaald, draait de geldkraan wegens een noodzakelijke bezuiniging van dertig miljoen gulden dicht. VWS wenst de leerstoel sportgeneeskunde, die aan het UMC is verbonden niet langer te betalen, nadat professor Wim Mosterd met pensioen is gegaan. Maar die leerstoel wil Vergouwen juist niet kwijt, omdat daarmee ook de mogelijkheid tot onderzoek komt te vervallen.

En tot slot wil NOC*NSF niet de door Vergouwen gewenste bijdrage verstrekken, omdat ook andere dan olympische sporters van zijn afdeling gebruik maken. De sportkoepel wenst niet de medische hulp voor Haile Gebrselassies en Dieter Baumanns te betalen.

In het overleg tussen die drie instanties wordt volgens Vergouwen de bal steeds doorgespeeld en blijven het discussiëren met een open einde. Het steekt de sportarts met name, dat hem eind vorig jaar door Marcel Sturkenboom, directeur topsport van NOC*NSF, mede namens VWS een toezegging is gedaan, dat zijn afdeling kon blijven bestaan. Sturkenboom noemde geen bedrag, maar beloofde dat alles in orde zou komen. Voor 1 maart 2001 zouden door de drie betrokken partijen de toezeggingen in een convenant worden vastgelegd.

Maar wat er ook gebeurde, op de afgesproken datum was er geen convenant. Vergouwen zegt tot op heden aan het lijntje te zijn gehouden en heeft nu duidelijkheid geëist. Hij wil met zijn personeelsleden weten waaraan ze in het nieuwe jaar toe zijn. Maar dat willen ook de topsporters, die in actie zijn gekomen. In Edmonton lieten de atleten Kamiel Maase en Simon Vroemen er geen misverstand over bestaan, dat Vergouwens afdeling een onmisbaar onderdeel van hun jaarplanning is geworden. Opheffing zou voor de 220 topsporters, die gebruik van zijn afdeling maken, een stap terug in hun ontwikkeling betekenen.

Het toegezegde bedrag van 100.000 gulden van NOC*NSF beschouwt Vergouwen als een belediging, omdat de sportkoepel volgens hem goed weet hoe de zaken er voorstaan en welke bedragen daarmee zijn gemoeid. Als NOC*NSF haar eigen topsportbeleid serieus neemt, vindt de sportarts niet dat de sportkoepel het zich kan permitteren om zijn afdeling te laten barsten. ,,Maar mijn vak verkoopt niet'', klaagt Vergouwen, die om die reden ook al geen sponsors kan interesseren. ,,Er wordt naar een omzet gevraagd. Maar die vraag is gênant, want topsport kost nu eenmaal geld.''