Prevelen tegen je eigen pony

Wat doen de kinderen deze zomer? Vakantiekampen helpen ouders de lange zomer door. Maar zelden zie je daar alle soorten kinderen tegelijk. Toon uw kamp en ik zeg wie u bent. Deel 4 van een serie: de meisjes uit de mooie buurt. `Papa is...ahum.'

Ze kan op haar tenen de manen van een veel grotere pony in feestelijke knotjes leggen en tegelijk de ingewikkelde organisatie van haar leven buiten dit ponykamp met je doornemen.

,,Mijn ouders werken allebei. Wij hebben thuis dus een au pair, maar die is nu in Polen'', zegt Sophie Walter (10) uit Haarlem.

,,En we hebben nog een oppas uit Zuid-Afrika. Mijn broertje is nu op survivalkamp en mijn zusje is bij oma. Hierna ga ik nog een week op zeilkamp.''

We zijn er nog niet.

Want wat doen haar ouders dan?

,,Dat weet ik eigenlijk niet.''

Ze geeft de pony een kusje in zijn hals.

,,Ja. Ik heb het ze wel gevraagd, maar ze leggen het zo moeilijk uit.''

Stilte. ,,Eh ze...'' Stilte. Dan fleurt ze op.

,,Oja! Mama, die geeft trainingen aan mensen. Of zo.''

En je vader?

,,Ik weet niet hoe die baan heet.''

Vertelt hij er dan niks over?

,,Papa houdt geloof ik alles bij. Van wie winst en wie verlies maakt.''

Ze is niet de enige. Veerle Takes (10) begint zelfverzekerd met ,,mijn moeder werkt in ieder geval in een ziekenhuis'', om dan even zenuwachtige geluidjes te gaan maken die klinken als ,,rebbelderebbelderebbel''.

,,Hij is ahum, ahum, rebbelderebbel. Nou, hij is iets in ieder geval. Iets met geld. Maar niet bij een bank of zo.''

Julie Arends is de enige die het weet. ,,Mijn ouders zijn allebei psychiater en ik had ook een erg goed rapport.'' Negens en tienen.

De leidsters van dit ponykamp in Appelscha hadden gezegd dat hier veel kinderen komen wier ouders bijvoorbeeld bij Philips of bij Shell werken. Misschien omdat deze kampen, van organisator Vinea, met 700 gulden per week relatief duur zijn. Nederlandse kinderen uit het buitenland komen hier ook. Die zitten daar op een internationale school en mogen tijdens hun vakantie in Nederland op kamp met vriendjes van vroeger. Die de rest van het jaar vaak ook op internationale scholen zitten, maar dan in andere landen.

Deze week komen de meeste meisjes uit een goede buurt in Haarlem (,,Ja, wij hebben een groot huis naast een mooi park.''). Jongens gaan niet op ponykamp, die kijken wel uit, zit je tussen het gegiechel en geknuffel.

Overal in de stal, waar ze de hele week een `eigen' pony mogen verzorgen, leunen kleine meisjes, allen tien, tegen de dieren. Doodstil en aandachtig. Een tijdje je neus tussen zijn manen duwen. Of je wang tegen zijn wang. En zachtjes prevelen: ,,Líeve, lieve Blacky''. (Of ,,Witkopje'', of ,,Stippel''. Of ,,Milton''.)

Cissy van Marxveld is niet van vroeger. Ach, vat Julie samen. ,,Wij hier hebben allemaal een heel gelukkig leven. Wij hebben veel dieren, grote huizen en goede rapporten. Ik ga drie keer in de week naar hockey en één keer in de week naar tennis. En ik heb óók nog tijd voor mijn vriendinnen.'' Alleen die gaatjes in haar oren. Die mag ze niet.