Niet iedereen kan uit in Amsterdam 2

Amsterdamse disco's zijn bepaald geen afspiegeling van de bevolking, constateerde politiechef Kuiper. We hebben het er misschien zelf naar gemaakt, zegt een Turkse bezoeker.

I have a dream, roept Martin Luther King onder begeleiding van een zware basdreun. Dit is ,,house voor gevorderden'', zegt Marco de Rooy, eigenaar van discotheek Marcanti-Plaza in Amsterdam-West. Dit is niks voor Turkse en Marokkaanse jongeren, volgens hem, ,,die gaan liever ergens heen waar R&B wordt gedraaid''.

Het is dus een smaakkwestie waardoor Marcanti Plaza geen ,,Nafferaanbod'' heeft, zoals De Rooy het noemt – naar de via de politie ingeburgerde afkorting voor Noord-Afrikanen. En hij bedoelt daarmee dat het echt niet aan zijn toelatingsbeleid ligt dat binnen in de zalen van Marcanti Plaza vrijwel uitsluitend witte bezoekers dansen, strak kijkend en strak gekleed. En dat terwijl de jongeren in deze buurt van Amsterdam voor 70 à 75 procent van niet-Nederlandse origine zijn. De Amsterdamse politiechef Kuiper ziet hier, blijkens het jaarverslag van zijn korps dat vorige week verscheen, een gevaar in voor de toekomst van de stad.

Ben, geboren en getogen in Amsterdam West en frequent bezoeker van Marcanti wil geen racist zijn, ,,maar gelukkig zie je ze hier weinig'' vindt hij toch. Want luister, ,,als je een Nederlander binnenlaat, heb je twee procent kans op problemen, laat je een Marokkaan binnen, zestig procent. Die moslimjongens zien westerse meisjes als hoeren en die mogen ze dus lastigvallen.''

De beveiligingsman aan de deur – zijn naam wil hij niet zeggen – zegt dat hij Marokkanen alleen weigert als ze in groepen komen, ,,maar dat geldt voor alle groepen''. Of als ze zich niet netjes kleden en als ze onder de 21 zijn. De Rooy ziet wel eens Marokkanen komen van rond de 16, 17 jaar. ,,Terwijl ze al klaar staan om weg te rennen, komen ze nog een beetje dreigen. Het vervelende is alleen dat ze de laatste tijd meteen een pistool trekken of daar mee dreigen.''

Op de gang staat Cicek met zijn vrienden tegen een tafel geleund een raketijsje te eten. Hij woont in Amsterdam-Oost, is geboren in Turkije. Als hij uitgaat, hij schat ongeveer één keer per maand, heeft hij eigenlijk nooit problemen om ergens binnen te komen. ,,Als je je netjes kleedt en er goed verzorgd uitziet, moet het overal lukken.'' Hij wijst tevreden op zichzelf: donkere broek met omgeslagen pijpen, gestreken grijze blouse met zwarte opdruk. ,,Netjes toch?'' wijst hij tevreden op zijn outfit. Hij gelooft niet dat er sprake is van discriminerend toelatingsbeleid en denkt dat mensen die niet binnen worden gelaten, het er vaak zelf naar hebben gemaakt.