Niemand ziet achtergrond zelfmoordaanslagen

Israël bereidt zich voor op méér zelfmoordaanslagen. De radicale islamitische organisaties beschikken over een groot reservoir aan vrijwilligers.

Na de tweede Palestijnse zelfmoordaanval in vier dagen, gisteren in Haifa, zet heel Israël zich schrap voor nieuwe aanslagen. Veiligheidsmaatregelen zijn zo mogelijk nog verscherpt en sinds gisteren hebben Israëlische ministers gewapende beveiliging van de binnenlandse veiligheidsdienst Shin-Beth.

De Israëlische vrees lijkt gerechtvaardigd want volgens opiniepeiligen zijn de Palestijnen in ruime meerderheid voorstanders van nieuwe aanslagen. De commentator voor Arabische Zaken van de Israelische televisie verklaarde gisteren dat de Islamitische Jihad en Hamas beschikken over een onuitputtelijk reservoir aan zelfmoordenaars. ,,Beide organisaties kunnen het aantal vrijwilligers gewoon niet aan'', zei hij.

Van alle kant wordt het Israëlische publiek dezer dagen overspoeld met waarschuwingen voor zelfmoordterroristen. Maar naar de diepere achtergronden van deze ontwikkeling in de Palestijnse samenleving wordt in de media en het politieke debat nauwelijks gevorst. Het is een bijverschijnsel van het ,,Israëlische gelijk'' dat zelfonderzoek naar de achtergrond verdringt. Alleen de kleine vredesbewegingen en moedige linkse politici wijzen de bezetting van de Palestijnse gebieden in 1967 aan als oorzaak van de hel waarin Israël nu aan het veranderen is.

Tot Baruch Goldstein, de ultra-orthodoxe jood, in 1994 zijn M-16 geweer leegde op biddende Palestijnen in de Ibrahim-moskee was voor de Palestijnen zelfmoord een onbekend wapen tegen de Israëlische bezetting. Maar precies veertig dagen na Goldsteins moord op 29 Palestijnen veranderde dat. Achter elkaar vlogen in Jeruzalem bussen in de lucht. Eerst Hamas en daarna ook de Islamitische Jihad negeerden traditionele islamitische bezwaren tegen zelfmoordacties. Ze presenteerden zelfmoord als een religieus offer voor de bevrijding van Palestina. De zelfmoordenaar vergaarde niet alleen eer maar ook het eeuwige leven.

De zelfmoordaanslagen zijn een effectief militair strijdmiddel voor de radicalen, maar ook een wapen tegen het door premier Yitzak Rabin en de Palestijnse leider Yasser Arafat getekende akkoord van Oslo, en de daaruit voortvloeiende `twee-statenoplossing'. Hamas en de Islamitische Jihad verzetten zich om ideologische redenen tegen deling van de heilige islamitische grond in een Palestijnse en joodse staat.

De moord op Rabin in 1995 door de nationalistische religieuze Israëliër Jigal Amir werd ingegeven door dezelfde religieus geïnspireerde afwijzing van de deling van het door God beloofde land aan het joodse volk. Ten tijde van Amirs aanslag was het gezag van de regering Rabin reeds door een reeks Hamas-zelfmoordaanslagen ernstig ondermijnd.

De moord op Rabin is de doodsteek geweest voor het vredesproces. Sindsdien is onder Rabins opvolgers het aantal kolonisten in bezet gebied tot tweehonderdduizend verdubbeld en hebben de Palestijnen, op de helft van de stad Hebron na, tijdens het bewind van Netanyahu geen millimeter grond aan hun zelfbestuurgebieden kunnen toevoegen. Geen enkele Palestijnse gevangene ,,met bloed aan de handen'' kwam op vrije voeten.

De uitholling van het akkoord van Oslo na 1995 heeft in de Palestijnse samenleving een gezagsvacuüm geschapen waarin de radicaal islamitische oppositie kon en kan gedijen. Yasser Arafat kreeg niet alleen groeiende interne kritiek op zijn corruptie en mensenrechtenschendingen. Hij moest ook opboksen tegen het argument dat hij de stichting van een Palestijnse staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad geen stap naderbij bracht. Door Israëls toedoen boekte de islamitische oppositie over de zo beladen kwestie van Jeruzalem grote winst op het seculiere gezag van Arafat. De opening van een tunnel in Oost-Jeruzalem onder Netanyahu, het debat over de heilige plaatsen in Camp David en de rondgang van Ariel Sharon, 28 september vorig jaar op de Tempelberg/Al-Haram al Sharif, versterkten deze islamitische emoties nog. De Al-Aksa intifada heeft die gevoelens geïntensiveerd en sedert het begin van de Israëlische liquidatiepolitiek hoog opgezweept. De moord in Nablus op Hamas-kopstukken die volgens Israël zelfmoordaanslagen beraamden, was de start van de huidige golf van zelfmoordaanslagen. Tegen helikopters, precisieraketten en F-16 gevechtsvliegtuigen gooien de islamitische bewegingen de zelfmoord in de strijd. Met de koran in de hand maken Hamas en de Islamitische Jihad een rechtse bocht om Arafats gezag, en geven aan de Palestijnse revolutie elke dag een sterker islamitisch stempel.