Minister moet bij krimpeconomie salaris inleveren

Het gaat economisch niet goed in het land waar de hoogste ministerssalarissen ter wereld worden betaald. Dus wat doet de regering van dat land, Singapore? Ze voert een salarisverlaging voor zichzelf door.

,,Onze salarissen gaan in slechte economische tijden vanzelf omlaag'', zei minister zonder portefeuille en vakbondsleider Lim Boon Heng gisteren. ,,Ze zijn via een formule gebaseerd op de inkomens van topondernemers en die gaan nu omlaag door de afnemende economische groei. Als resultante daarvan zullen de ministersalarissen ook dalen.'' Met hoeveel wilde minister Lim niet zeggen.

Singapore beleeft een recessie. Eerst was het een technische recessie – economische krimp gedurende twee kwartalen, de eerste twee van dit jaar – inmiddels is het `technische' overal vervallen. Op de economische groei van 2000 van liefst 10 procent zal dit jaar waarschijnlijk een klein plusje of nog waarschijnlijker een kleine min, een krimpje, volgen. Volgens minister Lim trekt de economie van Singapore halverwege 2002 weer aan.

Hij verdient als minister zo'n anderhalf miljoen Singapore dollar per jaar, ruim twee miljoen gulden. Minister-president Goh Chok Tong krijgt een kleine 2,7 miljoen gulden en voor staatssecretarissen geldt het beginsalaris van 968.000 Singapore dollar (1,3 miljoen gulden).

De filosofie erachter is dat de regering Singapore ziet als een bedrijf en dat het voor de leidinggevende werknemers van dat `bedrijf' moet kunnen concurreren met echte bedrijven en het salaris dat zij hun topmensen bieden.

Halverwege 2000 – een jaar van ongebruikelijk grote groei – stemde het parlement nog in met een salarisverhoging voor de hele ploeg ministers en staatssecretarissen van 21 procent. Samen kreeg het 24-koppige kabinet daarmee 34 miljoen Singapore dollar (bijna vijftig miljoen gulden) per jaar.

De loonsverhoging kreeg naar Singaporese maatstaven stevige kritiek in de vorm van voorzichtig geformuleerde, kritische brieven in de krant. Voor de redenaars op Speakers Corner, een plek waar critici en opponenten van de regering zich min of meer vrij mogen uiten, zijn de hoge ministerssalarissen een onuitputtelijke bron van inspiratie.