Hondenpoepbeleid

Het is over het algemeen droevig gesteld met het hondenpoepbeleid van de gemeenten, zo blijkt uit een vorige week verschenen herziene handleiding voor het gemeentelijk hondenbeleid van de Rijksuniversiteit Utrecht.

Nog te vaak delen hondenwachters zonder enige uitleg of positief verhaal botweg bekeuringen uit aan de baasjes van illegaal poepende viervoeters.

Nog te vaak ook is het hondenpoepbeleid bij gemeenten iets wat weinig ambtenaren gedurende lange tijd voor hun rekening willen nemen, het is geen prioriteit. Te zelden ook worden er uitrenvelden en poepstroken aangelegd en als dat gebeurt, worden ze niet altijd even trouw schoongemaakt, signaleren de onderzoekers. Zij pleiten voor een breder draagvlak onder bewoners, met of zonder hond.

Gelukkig zijn er ook wel een paar gemeenten die op de goede weg zijn. Zo gaat er in Utrecht jaarlijks een miljoen gulden om in het gemeentelijke hondenpoepbeleid. Dat bedrag gaat op aan een keur van maatregelen waarvan de handhaving is toevertrouwd aan twee deskundige hondenwachters. Deze bevoegde opsporingsambtenaren zijn erop getraind pas bonnen uit te schrijven als hondenbezitters zelfs na twee of drie aardige gesprekjes blijven volharden in eigenwijs gedrag.

Bekeuringen van zestig gulden uitdelen doen ze niet vaak, zo blijkt uit de laatste cijfers. In de eerste zes maanden van dit jaar spraken de twee Utrechtse hondenwachters 533 keer iemand aan en werden er slechts 14 bonnen uitgeschreven. Het is echter niet uitgesloten dat dit aantal stijgt, omdat er vanaf september twee hondenwachters bij komen.

In Utrecht geldt een aanlijnplicht, met dien verstande dat op sommige hondenspeelweiden in de stad de hond vrij mag draven en zelfs met speeltoestellen wordt verwend. Zie daarvoor het Griftpark, waar dagelijks tientallen honden door hun baasjes met balletjes heen en weer worden gestuurd. Ook geldt in Utrecht een opruimplicht, waarvoor als tegenprestatie de aanwezigheid van tientallen zogenoemde hondentoiletten mag gelden. Dit zijn stukjes grasveld waar vrijelijk gepoept mag worden. Ze worden wekelijks machinaal schoongezogen. Voor honden die hardnekkig weigeren van deze veldjes gebruik te maken, is er het opruimzakje dat in de Utrechtse binnenstad gratis uit een automaat kan worden getrokken. Zo'n automaat heet een hondenhalte. Wie de instructies op het zakje opvolgt, zal zien dat de drol met een enkele handbeweging en zonder direct huidcontact kan worden geborgen.

Het zou onjuist zijn om te beweren dat alle Utrechters zich aan de verordening houden. Op straat lopen veruit de meeste honden aan de riem, uit mededogen voor stadgenoten en om te voorkomen dat ze door auto's worden aangereden. Maar in de parken draven veel honden er lustig op los.

Hun baasjes, daarop aangesproken, erkennen meestal onmiddellijk dat ze formeel in de fout zijn, maar ze leggen daarnaast ook een grote braafheid aan de dag door hun hond zo veel mogelijk te trainen om het hondentoilet niet voorbij te lopen en zodra de poep elders belandt, deze liefdevol te verwijderen, overigens meestal met een zelf gekocht plastic zakje. Waarom ze dat zo trouw doen, vertellen ze, is een kwestie van etiquette en welbegrepen eigenbelang. Niemand krijgt nu eenmaal graag poep aan zijn schoen. Ook zijzelf niet.