Gekkenwerk

Een kort geding in een stadhuis en ook nog eens op zondag: dat wordt zelden vertoond. De aanleiding voor deze opmerkelijke rechtszaak daarentegen wordt vaak meer vertoond: meer en meer krijgen burgemeesters die een `gevaarlijke gek' gedwongen willen opnemen, nul op het rekest bij psychiatrische instellingen wegens plaatsgebrek.

Met de spoedprocedure, die de gemeente Amsterdam gisteren had aangespannen tegen de Stichting Geestelijke Gezondheidszorg Buiten-Amstel om haar te dwingen een agressieve patiënt op te nemen, is slechts het topje van de ijsberg zichtbaar geworden. Jaarlijks moeten er in Amsterdam ongeveer vijfhonderd geestelijk gestoorden gedwongen worden opgenomen, omdat ze een gevaar vormen voor hun omgeving. Omdat er geen bedden zijn, zitten ze daarom onverantwoordelijk lang opgesloten in een politiecel niet onder auspiciën van een professionele hulpverlener maar onder het toeziend oog van een cipier die vaak ook niet weet wat hij of zij met de woesteling aanmoet. Amsterdam heeft daarvan de meeste last. Maar elders in Nederland doen zich vergelijkbare problemen voor.

De oorzaken voor de verstopping van de geestelijke gezondheidszorg zijn historisch én politiek van aard. In de jaren zestig/zeventig raakte ook Nederland in de ban van de `antipsychiatrie'. Kort samengevat was de theorie dat gekken eigenlijk normaal zijn, juist omdat ze afwijken van de heersende norm. Er was reden om de psychiatrie kritisch tegen het licht te houden. Maar de antipsychiatrie bleek nog meer voordelen te hebben. Hoe langer je een patiënt laat doormodderen, hoe goedkoper. In de jaren tachtig/negentig werd deze tendens nog versterkt door het idee dat geestelijke problemen erg vaak een alibi waren voor niets doen. De burger moest eerst zijn eigen problemen oplossen en niet onmiddellijk er voor bij de psychiater aankloppen.

De gevolgen van deze combinatie, waarin ideologische en budgettaire motieven samenkwamen, doen zich nu gelden. De problemen stapelen zich op. Omdat er onvoldoende plaatsen zijn in verpleegtehuizen blijven de bedden in psychiatrische inrichtingen bezet met mensen die daar niet thuishoren, zodat psychotische arrestanten in de politiecel worden opgesloten of op straat worden geschopt en zo voort en zo verder.

Met het kort geding, dat de gemeente Amsterdam ten principale heeft gewonnen, zijn de formele verantwoordelijkheden in deze keten nu helder. Informeel is een oplossing geen stap dichterbij. Die taak berust bij minister Borst (Volksgezondheid). Hopelijk is ze nu eens wel in staat enige haast te maken.