Friese no-nonsense bouwer

De vorige week donderdagavond overleden architect Abe Bonnema vond zijn eigen woonhuis in het Friese Hardegarijp zijn beste creatie. Met behulp van zeven stalen portaalspanten, een betonnen dak en vloer, een stenen middenkern voor het sanitair en glas en hout voor de buitenwanden, bouwde hij in 1963 een transparant, rechthoekig paviljoen om in te wonen en te werken. Hij vroeg aan Mien Ruys, Nederlands bekendste tuinarchitect van de twintigste eeuw, de groene omgeving te ontwerpen.

Met het Bonnema Huis tekende Abe Bonnema zijn geloofsbrief. Het is een toonbeeld van modernistisch functionalisme. De constructie is even eerlijk als doelmatig, de materialen zijn met zorg gekozen: voor de benedenvloer grijs geaderd kristallino, een marmersoort uit de Sint Gotthard, donker leisteen voor de verdieping en Californian Redwood voor de buiten- en binnenwanden. Zo ontstond een bouwwerk dat modern en tijdloos is, net als veel van de Bonnema-gebouwen die na dit huis zouden volgen.

Als zoon van een timmerman die later leraar bouwkunde werd aan de HTS van Leeuwarden, raakte Abe Bonnema vroeg vertrouwd met elementaire houten constructies. Het gedrag van beton leerde hij kennen in de jaren vijftig op de TH in Delft, vooral van J.H. van den Broek. Sindsdien beschouwde Bonnema de strakke, onversierde less is more-stijl van Mies van der Rohe als de meest zuivere en

daarom meest nastrevenswaardige architectuurstijl die er bestaat.

Behalve tijdens zijn studiejaren in Delft is Bonnema nooit voor langere tijd uit Friesland weggeweest. Zijn `bureau voor architectuur en ruimtelijke ordening', aanvankelijk aan huis gevestigd, werd gestaag groter en verhuisde op den duur naar de negentiende-eeuwse Villa Nova, uiteraard

ook in Hardegarijp, maar aan de rand.

In de jaren zestig, zeventig en tachtig groeide het Bonnema-oeuvre vooral in Leeuwarden. Kantoorgebouwen voor de Postgiro, de Frieslandbank, de Gemeentelijke Sociale dienst, Universiteitscomplex De Bouhof, de Avéro-passage, een gebouw voor de Rijksscholengemeenschap Slauerhoff. Daarnaast ontwierp hij de gemeentehuizen voor Bergum en Drachten, een kantoorgebouw voor PTT Telecom in Groningen, enorme woningbouwcomplexen op talloze plaatsen in de noordelijke provincies en kleinere villa's voor particulieren die vooral in Friesland en op de Waddeneilanden zijn te vinden.

Een onvoorstelbaar rijke en gevarieerde collectie werken sproot voort uit de `perfect geoliede machine', zoals Bonnema zijn onderneming in Hardegarijp noemde. Toch heeft het lang geduurd voordat hij als architect ook buiten Friesland bekendheid kreeg. Zijn eerste omvangrijke gebouw in de randstad was het hoofdkantoor van de Sociale Verzekeringsbank in Amstelveen. Het witte, hoefijzervormige complex werd in 1985 ontworpen en kwam gereed in 1991. Functioneel, modern en tijdloos.

De landelijke doorbraak beleefde de nuchtere Fries met het gebouw voor de Nationale Nederlanden, naast het Centraal Station in Rotterdam en met honderdvijftig meter het hoogste gebouw van Nederland. In een besloten prijsvraag versloeg Bonnema met zijn ontwerp de collega's Quist, Kraaijvanger, Van Mourik en Coenen. De Raad van Bestuur van de Nationale Nederlanden koos unaniem voor Bonnema's robuuste toren-ensemble. Niet alleen om de doelmatigheid, want ook de vorm beviel: `krachtig en toch slank'. Het reusachtige gebouw werd voltooid in 1992 en vormt samen met de Erasmusbrug van Ben van Berkel het symbool van Rotterdam als vooruitstrevende architectuurstad.

In 1998 verscheen een boek met een overzicht van Bonnema's werk, onnavolgbaar in zwartwit gefotografeerd door de nestor van de Nederlandse architectuurfotografie, Jan Versnel. Het boek werd ten doop gehouden in het Amsterdamse Stedelijk Museum. De no-nonsense meester uit Friesland werd onthaald in het walhalla van de moderne kunst. Hij zelf nodigde bij die gelegenheid iedereen uit om toch vooral te komen kijken naar het Bonnema Huis in Hardegarijp.