Een blije loper

Lachend liep hij van de ene wereldtitel naar de andere. Grijnzend liep hij het ene wereldrecord na het andere. Wie Haile Gebrselassie zag hardlopen, of het nu vijf of tien kilomer was, zag een mannetje dat hardlopen geen onoverkomelijke opgave vond. Nog altijd holt hij met groot plezier over 's werelds hardloopbanen. Dat deed hij ook in Edmonton, al moest hij op de WK genoegen nemen met de derde plaats op de 10.000 meter.

Het is de vraag of Haile als jongetje ook zoveel plezier heeft gehad, toen hij in Ethiopië van de ouderlijke boerderij naar school holde. Tien kilometer heen en terug rende hij met de boeken en schriften in zijn linkerhand, zowat elke dag. En nog wel in de ijle lucht, want de streek waar hij woonde lag 3.000 meter boven de zeespiegel. Ze zeggen dat hij daar het plezier in langdurig hardlopen heeft opgedaan en ze zeggen dat hij tijdens het hardlopen nog altijd raar zwaait met zijn linkerhand omdat hij daarin vroeger zijn boeken en schriften droeg. Ze zeggen zoveel over Haile, want hardlopers uit Afrika vormen altijd een bron voor rijke fantasieën.

Hardlopers uit Afrika zijn bijzondere mensen, zeggen ze. En dat is natuurlijk wel een beetje zo. Hardlopers uit Afrika hebben geleerd met minder genoegen te nemen, ze zeuren niet over tekortkomingen, ze zijn opgegroeid dicht bij de natuur, ze eten en drinken levensmiddelen afkomstig uit de natuur en hebben (noodgedwongen) geleerd te lijden. Te voet reizen is voor veel Afrikanen normaal, bij gebrek aan transportmiddelen en gebrek aan geld. Hardlopers uit Afrika zien hardlopen, is kijken naar mensen uit een wereld waarin werkdruk en haast nog nauwelijks bestaat. Kijken naar hardlopers uit Afrika is kijken naar ontspannen hardlopers.

Maar hardlopers als Gebrselassie, wiens voornaam Haile `energie' betekent, lopen niet alleen meer hard voor hun plezier. Ze lopen ook niet alleen meer hard om te winnen, ze lopen hard om beloond te worden. Alleen een schouderklopje is niet meer voldoende. Een gouden medaille, een wereldtitel en een wereldrecord dienen verzilverd te worden. Rijk kunnen ze worden van het hardlopen, net zo rijk als de hardlopers uit de rijke landen.

Gebrselassie, een zoon van een arme boer, is rijk geworden. Zeker drie Mercedessen heeft hij al gewonnen. De eerste liet hij trots aan zijn vader zien, om aan te tonen dat hardlopen toch meer oplevert dan studeren voor arts of leraar. De tweede heeft hij weggegeven, de derde gebruikt hij zelf wanneer hij door Ethiopië rijdt. Want Haile loopt niet meer als hij niet hoeft te lopen. Hij rijdt met zijn auto langs de dorpen in zijn geboorteland en helpt de mensen het arme, verdorven land op te bouwen.

Dankzij een van zijn raadgevers, de Nederlandse atletenmanager Jos Hermens, weet Gebrselassie nu ook de weg in de commerciële wereld. Want wie een land als Ethiopië wil opbouwen moet iets weten van zaken doen. De ambities van de hardloper zijn groot. Als het aan hem ligt wordt hij eens president van zijn land. Maar Haile weet ook dat heel hard hollen, wereldkampioen en olympisch kampioen en een volksheld zijn niet voldoende zijn om het politieke machtsspel in zijn land te doorbreken. Hij spiegelt zich aan presidenten in andere landen, mannen die vooral op basis van hun acteertalenten en sportieve prestaties hun land mochten leiden. Maar of dat voldoende is in Ethiopië, is nog de vraag.

Voorlopig blijft Haile Gebrselassie nog hardlopen, om nieuwe wereldtitels en wereldrecords aan zijn erelijst toe te voegen. Liefst met een lach op zijn gezicht, in de hoop dat iedereen ziet dat heel hard lopen een genot kan zijn en ergens toe leidt. Als het niet naar de hemel is, dan toch zeker tot rijkdom.