Waarom zijn Britten zo verslaafd aan quizzen?

Pronken met echte kennis is in Groot-Brittannië not done, zegt wiskundige Chris Watkins. `Maar opscheppen met kwartjeskennis is onschadelijk en mag weer wel. Dat is een uitlaatklep.'

Vraag één. Wat is de eerste plaat van The Jimi Hendrix Experience? (1) Nee? Okay. Vraag twee. De artiestennaam van de man die beroemd werd met Be-Bop-A-Lula is Gene Vincent; wat is zijn echte naam? (2) Weer niet? Goed, nog eentje. Welke Amerikaanse stad associeer je met de popgroep The Spinners? (3)

Wie op zulke vragen het antwoord schuldig blijft, heeft op maandagavond in The Rosemary Branch, een pub in de hippe Londense wijk Hoxton, weinig te zoeken. Dan is het de vaste quizavond. Zoals in veel Londense bierhuizen op de stille dagen van de week en zelfs één keer per jaar in het prestigieuze River Café.

De onderwerpen variëren per pubquiz: algemene kennis, nieuws, film, sport, natuurwetenschappen, de bijbel, geschiedenis, muziek of de soap EastEnders en niet zelden ook een combinatie daarvan. Maar de setting is bijna altijd hetzelfde. Om negen uur gaan de tafels aan de kant en uit het publiek vormen zich teams. Soms zijn het gelegenheidsspelers – je was er toch en hoe geef je kleur aan wat een saaie avond beloofde te worden? – en soms zijn het fanatieke, vaste teams, die elke week spelen en al een uur zenuwachtig limonade hebben staan drinken aan de bar. En vaak zijn het mannelijke dertig-plussers, want quizzen blijft vooral een competitiespel voor oudere jongens.

Je betaalt een pond, krijgt een antwoordformulier, de quizmaster schraapt zijn stem in de microfoon en daar zijn de eerste vragen: Wat is de naam van het enige Londense metrostation waarin geen van de letters uit het woord `mackerel' voorkomt? (4) Van welk land is Niamey de hoofdstad? (5) Van welke secte was River Phoenix lid? (6)

Britten zijn verslaafd aan quizzen. Van de radioquiz Round Britain, die geografische kennis van de Britse eilanden test, tot Who wants to be a Millionaire?, waar je in vijftien vragen een miljoen kunt verdienen. Van de drie muziekquizen onder Top of the Pops-vlag tot University Challenge, waar studenten het onder leiding van Jeremy Paxman tegen elkaar opnemen en je alle zeilen moet bijzetten om zelfs de vraag te kunnen verstaan. En van het bordspel Triviant tot The Weakest Link (in Nederland te zien als De zwakste schakel), waarin strenge schooljuf Anne Robinson sadomasochistische mannen met hun kwartjeskennis rond de oren slaat. En BBC Online heeft vele tientallen quizzen tegelijk lopen over cult-series als The Simpsons, Star Trek en The X-files. Met vragen als: Hoe heette het robothondje van Doctor Who? (7)

Die verslaving is van alle tijden, gelooft Simon Collins, oprichter van Getminted.com, een gaming-website. ,,Quizzen zijn onze nationale obsessie'', vertelde hij vorig jaar aan The Observer na de verrassende doorbraak van Anne Robinson. ,,Het Britse volk houdt van spelregels en voorschriften. Ze houden van in de rij staan en de bizarre regels van cricket. Dat geeft ze het gevoel dat de wereld zin heeft, that there's sense in it all.'' Chris Watkins, lector wiskunde aan de universiteit van North London, voegt daar nog een Brits trekje aan toe. ,,Pronken met echte kennis is not done'', zegt hij. ,,Maar opscheppen met kwartjeskennis is onschadelijk en mag weer wel. Dat is een uitlaatklep.''

Tim Leckie (35), Andy Kneele (41) en Lee Shale (39) kennen elkaar nog niet zo lang, maar steeds beter sinds ze zeven weken geleden voor het eerst samen aan de maandagse muziekquiz in The Rosemary Branch meededen. Eerst eindigden ze onderaan, twee keer werden ze tweede en vorige week wonnen ze eindelijk, vooral omdat Lee, een geluidstechnicus, vragen als `In welk jaar verscheen Johnny Mathis' hit When a child is born?' (8) met dodelijke trefzekerheid wist te beantwoorden.

,,Ik speel niet om te winnen'', zegt Tim eerst, terwijl hij het eerste van een rijtje tequilaglaasjes doorslikt, dat ze van het prijzengeld (twintig pond) hebben gekocht. ,,Het is een alibi om naar de pub te gaan en het hoort ook bij de Britse pubcultuur. Het is precies wat een pub van een bar onderscheidt.''

Maar na enig aandringen (endrinken) komt het hoge woord er toch uit. ,,Australiërs zijn geobsedeerd door sport, Fransen door eten en veel Engelse mannen willen het allerliefst een popster zijn. Daarom spelen ze luchtgitaar, lezen ze hun hele leven popblaadjes en verzamelen ze al die weetjes. Op een avond als vandaag kun je er eindelijk succes mee hebben.''

Het is een beetje alsof je Rob hoort praten, de aan lijstjes en muziektrivia verslaafde hoofdpersoon van Nick Hornby's High Fidelity, die maar niet volwassen wil worden. ,,Ik zou willen dat mijn leven als een Bruce Springsteen-song was. Voor één keer. Ik wéét dat ik niet Born to run ben [...], maar het gevóel hoeft toch niet anders te zijn, wel?''

Plaatsvervangend succes is een algemene drijfveer bij het quizzen. Meer dan één op tien Britten noemt zichzelf een `quizaholic' en vier van de vijf quizkijkers speelt in de huiskamer gepassioneerd mee tijdens een tv-quiz om virtueel dat miljoen pond te winnen, zielsgelukkig en diepbedroefd als het inderdaad lukt. Want je hád daar zelf in de stoel kunnen zitten, in één klap rijk en beroemd na die makkelijke vraag over het Europese land waar Audrey Hepburn de Tweede Wereldoorlog doorbracht (9).

Sommige psychologen zetten niettemin vraagtekens bij de populariteit van het quizzen. De grote shows zouden Big Brother-achtig voyeurisme en de neiging tot graaien aanwakkeren. Terwijl het grote publiek de indruk krijgt dat weetjes-zonder-context belangrijker zijn dan echte kennis. Het wat zonder het hoe of het waarom. Zoals Alex Johnstone, een `consumentenpsycholoog', zei: ,,Het hele concept van intelligentie krijgt een nieuwe inhoud, waarbij het vermogen om nuggets informatie te absorberen of te voorschijn te halen meer waarde krijgt dan het vermogen om vragen te stellen en te wegen.''

Dat het gevaarlijk die kant opgaat ontdekte de nieuwe staatssecretaris van Sport, Richard Caborn, vorige maand tot zijn schande, toen hij van de vijf sportvragen die een radiopresentator hem voor de grap stelde er precies nul wist. ,,Ik ben meer bezig met kinderen uit arme wijken voor sport te interesseren'', gaf hij als slappe verklaring. Kan ik een vriend bellen?, had hij moeten zeggen.

En dan is het alweer tijd voor de laatste vraag. Vingers aan de knoppen? Het woord `quiz' is bedacht door een Ier die wedde dat hij een nieuw woord binnen een dag algemeen bekend kon maken. Waar of niet waar? (10)