VERBETERDE AFWEER GAAT TEN KOSTE VAN DE VRUCHTBAARHEID

Waarom zijn genvarianten die onvruchtbaarheid veroorzaken en daarmee een succesvolle voortplanting in de weg staan toch zo wijd verspreid in de menselijke soort? Een team van Leidse internisten, gynaecologen en een gerontoloog uit Newcastle heeft dit evolutionaire raadsel voor één zo'n gen opgelost. Een mutatie in het interleukine-10-gen maakt vrouwen minder vruchtbaar maar beschermt de dragers ervan tegelijkertijd tegen bacteriële infecties, zo ontdekten zij (Nature Medicine, augustus).

Interleukine-10 (IL-10) is een van de bepalende factoren voor het soort respons van het afweersysteem op lichaamsvreemde objecten. Het afweersysteem van personen met een hoge IL-10-bloedspiegel reageert met een zogeheten T-helper 2 respons. Bij mensen met een lage IL-10-spiegel is de immuniteit daarentegen gebaseerd op een T-helper 1 respons, een reactie die superieur is in het onderdrukken van ontstekingen.

De onderzoekers betrokken 92 gezonde vrouwen die geen familie van elkaar waren in hun studie. Uit de analyse blijkt dat vrouwen met hoog IL-10-gehalte in hun bloed een tien maal verhoogde kans hebben normaal vruchtbaar te zijn. Omgekeerd blijkt dat vrouwen met een laag IL-10-niveau vaker onvruchtbaar zijn. De oorzaak van het verlaagde interleukine-niveau is in veel gevallen terug te voeren op een puntmutatie in een gedeelte van het DNA dat de activiteit van het interleukine-10-gen regelt.

Net als bij een infectie het geval is, bevindt zich tijdens een zwangerschap een lichaamsvreemd object in de baarmoeder, het kind. Dat wekt een immuunrespons op die, als die al te sterk is, een spontane abortus teweeg kan brengen. Vrouwen met een verlaagd interleukine-10 niveau zijn beter beschermd tegen infecties maar betalen daarvoor wel de prijs van een verminderde vruchtbaarheid.

Volgens de onderzoekers biedt de door hen gevonden omgekeerde relatie tussen vruchtbaarheid en immuniteit ook een verklaring voor het eerder geconstateerde verband tussen het hebben van kleine gezinnen en het bereiken van een hoge leeftijd onder Britse aristocraten. Die constatering speelde in een tijd dat de voornaamste doodsoorzaak nog werd gevormd door infectieziekten, zoals cholera en tuberculose. Wellicht heeft de komst van antibiotica de selectiedruk veranderd.