Schilderijen van Toon Hermans in wijnrood en mooi-weer-blauw

Toon Hermans maakte honderden schilderijen, waarvan er nu 65 voor het eerst te zien zijn in het Singer Museum in Laren. In zijn geboorteplaats Sittard worden vanaf volgend jaar zelfs drie tentoonstellingen aan hem gewijd.

Eigenlijk kwamen de zonen van Toon Hermans alleen maar vragen of vaders schilderijen misschien bij het Singer Museum in depot konden. Maar dat kon niet, want het depot is nu al te klein. Wel had het Singer een andere suggestie: een overzichtstentoonstelling. Hermans exposeerde eerder wel eens een paar schilderijen, maar een eigen tentoonstelling heeft hij nooit gehad. ,,Dat vind ik nou niet zo nodig'', zei hij in 1981 met een zuinig mondje, in een tv-interview waarvan nu een fragment op video wordt vertoond – in een klein zaaltje beneden, als toegift op de vijf grote zalen waar het werk volop door licht en ruimte wordt omgeven.

Toon Hermans stierf in april 2000, op 83-jarige leeftijd. Een half jaar later verscheen de cd Als de liefde, waaraan hij de laatste maanden van zijn leven had gewerkt. Gistermiddag is de tentoonstelling in het Singer Museum geopend. Volgende maand komt uitgeverij Fontein met het autobiografische Levensboek, dat Hermans door zijn dood niet meer heeft kunnen voltooien. Volgend voorjaar begint het stedelijk museum Het Domein in Sittard met een expositie-drieluik over zijn beroemde ereburger. En volgend najaar hoopt productiemaatschappij Quintessence een cd-box uit te brengen met Hermans' platenoeuvre, samengesteld door Jacques Klöters.

Zo is het voorlopig wel genoeg, vindt zoon Maurice Hermans, bestuurslid van de stichting die is opgericht om Hermans' artistieke nalatenschap te beheren. ,,Wij zouden niet graag zien dat er elk jaar een Toon Hermans-opstopping ontstaat. Hij sprong zelf ook altijd heel zorgvuldig met dit soort dingen om, en in die geest willen we verdergaan. Het moet goed gedoseerd worden. Er zijn heus nog wel wat andere ideeën, maar die moeten dan maar wachten. Hij heeft ons ook goed achtergelaten – waarom zouden we dan nog méér willen?'' Toen bekend werd dat Laren de tentoonstellingsprimeur had, kwam er onverwijld een reactie uit Sittard. Men moest niet denken dat Hermans' geboortestad stil zat. Volgend voorjaar gaat er een expositie open over zijn jeugdjaren, zijn eerste stappen op het toneel en de haat-liefde-verhouding die hij sindsdien onderhield met de stad waar hij nu begraven ligt. Een jaar later wordt er een tentoonstelling aan de artiest gewijd, en daarna reizen de schilderijen naar het zuiden af.

,,Singer was de eerste die met dit voorstel kwam'', aldus Maurice Hermans. ,,Zo eenvoudig is dat. Maar we hebben ook met Sittard goede contacten. Ze doen daar veel. Ze hebben een straat en een school naar Toon genoemd. En er is zelfs een Toon Hermans-wandeling van de VVV. Zoiets zou nooit mijn idee zijn, maar dat is niet tegen te houden.'' Wel ziet de stichting nauwlettend toe op het ontwerp van het standbeeld, dat in Sittard zal verrijzen.

Het boek dat begin september uitkomt, is volgens uitgever Wim Hazeu geen echte autobiografie, omdat het manuscript unvollendet is gebleven. De auteur haalt vooral herinneringen op aan het begin – zijn jeugd en zijn eerste theaterervaringen – en mijmert over zijn laatste levensjaren. In een verhaal over Hermans' eerste auditie herkent Hazeu iets van het glansnummer de doif is dood. ,,Niet omdat Toon daar toen zelf met een duif heeft gestaan, dat niet, maar gezien de hele sfeer van zo'n auditie was het wel een autobiografisch nummer.''

De keuze van de 65 schilderijen is door het Singer Museum gemaakt uit de honderden die Hermans naliet. Alleen de eerste verwijst naar zijn leven als theaterkomiek, en is door de vormgevers dan ook achter een spleet van een theatergordijn geplaatst. Wie daar doorheen kijkt, ziet een doek dat bijkans egaal groengeel is. Iets naast het midden is een gaatje geschilderd, met een oog erin. Het is onmiskenbaar zijn oog. Zo keek hij dus de zaal in, vóór de voorstelling begon.

Maar verder zag zijn schildersoog vooral landschappen en stillevens, met een expressionistisch palet dat toch vooral verstilling uitstraalt. Zelden of nooit beweegt er iets; er hangen luchten vol onweer of zomerzon boven, maar de bomen, de huizen en zelfs de kleine mensjes die hier en daar te vinden zijn, blijven roerloos. Vormen en kleuren spelen de hoofdrol. Op één van de muren staat de uitspraak: ,,Als ik naar de verfboer ga, vraag ik naar bananengeel, sinaasappeloranje, biljartgroen, wijnrood of mooi-weer-blauw.''

Tot de zeer weinige reminiscenties aan zijn theaterbestaan behoort – misschien onbedoeld – ook een portret van zijn vader. De oude Hermans is op zijn paasbest afgebeeld, met een kwieke knevel en een rode sjaal om. Daar hoort een liedje bij: Vader gaat op stap. Aan zijn moeder, op het schilderij ernaast, is daarentegen geen spoor van bonhomie te zien. Schildertechnisch zijn deze portetten veel gedetailleerder dan de landschappen, die trouwens ook onderling danig kunnen verschillen. Hij had wel een eigen, onbevangen soort stijl, maar probeerde ook zo ongeveer alles uit wat er de laatste anderhalve eeuw aan picturale schilderkunst is gemaakt. Soms waagde hij zelfs iets abstracts, maar dat lukte volgens zoon Maurice nooit zo goed. Hier ontbreken die pogingen.

Schilderen en optreden lagen voor Toon Hermans in elkaars verlengde. In een videofragment demonstreert hij dat door de oude tekendoos te laten zien, die hij als jongen van Sinterklaas kreeg. ,,En nu is dat mijn schminkdoos geworden'', zegt hij dan.

Toon Hermans, levenskunstenaar. Singer Museum, Laren. T/m 4/11. Inl.: (035) 5315656, www.singerlaren.nl