Pc viert 20ste verjaardag wat laat

De eerste personal computer zag twintig jaar geleden het levenslicht, op 12 augustus 1981. Althans, dat zeggen de grote pc-fabrikanten, die de introductie van de IBM-computer in dat jaar als het nuljaar beschouwen van hun industrie.

Hobbyisten waren daarvoor al jaren bezig met het in elkaar knutselen van `kleine' computers. Er waren minicomputers op de markt. In 1977 werd de Apple II gelanceerd, met een kleurenscherm, geluid en grafische beelden. En rond diezelfde tijd verscheen ook de Tandy Radio Shack 80, liefkozend ook wel de Trash 80 genoemd. De Apple en TRS-80 werden vooral gebruikt door liefhebbers van het programmeren.

IBM, dat in de jaren zestig vooral furore maakte met grote bedrijfscomputers, gaf in de zomer van 1980 het startsein voor het ultrageheime `Project Chess'. Twaalf topingenieurs, later bekend geworden als The Dirty Dozen, gaven leiding aan de ontwikkeling van een persoonlijke computer voor werknemers in het bedrijfsleven.

In 1981 werden 130.000 IBM-pc's verkocht, dat werden er al snel 200.000 per maand. Vorig jaar waren dat er 140 miljoen. De totale waarde van pc-industrie wordt geschat op 178 miljard dollar (ruim 443 miljard gulden).

Het succes van de eerste pc was te danken aan de naamsbekendheid van IBM. Het apparaat was eenvoudig te begrijpen voor beginners. IBM stond bovendien toe dat andere bedrijven het apparaat kloonden. Die strategie bood de ruimte aan twee bedrijven die anno 2001 nog altijd de pc-markt domineren: Windows en Intel. Zij kregen de kans om standaardonderdelen te leveren voor het apparaat: programmatuur en de microprocessor.

De keuze van IBM voor open standaarden en externe toeleveranciers was voor de moloch een ongebruikelijke. IBM was in de jaren tachtig gewend de lakens uit te delen en lag jarenlang onder vuur wegens mogelijk misbruik van zijn monopoliepositie. Dat die rol twintig jaar later zou zijn overgenomen door een van die toeleveranciers, Microsoft, voorzag niemand. (Foto's AP)