Nog veel te doen (3)

Op vier terreinen – vindt premier Kok – moet de regering nog veel doen. Deelname aan betaald werk noemde hij als één van de vier. En terecht, want in Nederland werkt een volwassen vrouw gemiddeld 14 uur per week, tegen 18 uur in Duitsland en Frankrijk en meer dan 20 uur in alle Scandinavische landen (Nederlandse mannen daarentegen werken juist iets langer dan gemiddeld in het eurogebied). Nederlandse vrouwen maken dus minder carrière, verdienen veel minder en zijn economisch kwetsbaarder dan bijna overal elders. Dat zou wel eens kunnen liggen aan een tweede vreemde karakteristiek van Nederland, namelijk de ouderwetse schooltijden en het gebrek aan naschoolse opvang van kinderen onder de twaalf. Naar de cijfers te oordelen is dat niet zo belangrijk voor de vaders, maar erg hinderlijk voor veel moeders. Vaak hebben ouders wel kinderopvang tot vier jaar, maar ervaart één van hen (de moeder?) daarna alsnog zware complicaties om opvoeden en werk te combineren. Daarom beloofde het regeerakkoord van 1998 een dekkend aanbod voor kinderen tot en met 12 jaar. Ziet u het? Het Sociaal en Cultureel Planbureau schrijft – opmerkelijk kritisch voor een overheidsinstelling – ,,beleid voldoet niet meer. Buitenschoolse opvang is er voor bijna 2 procent van de kinderen. Dit zijn geen aantallen die kunnen concurreren met de Europese voorloperslanden.''

Wat zou complete naschoolse opvang kosten? Een plaats als bij voorbeeld Almere met veel kinderen heeft 13 procent van de bevolking in de categorie 5-12 jaar. Ik zou de kosten met 2 begeleiders per klas schatten op 22 miljoen per jaar. Het rijk zou best 40 procent kunnen betalen vanwege de belasting en premies die de begeleiders gaan afdragen (en uitkeringen die vervallen als er zo veel parttime banen bijkomen). Als dan ook nog de ouders 150 gulden per maand betalen wanneer hun kind gebruik maakt van de naschoolse opvang, dan zijn de kosten al gedekt. Trouwens, als Almere geen geduld heeft om te wachten op de Tweede Kamer, zou naschoolse opvang tot half zes 's middags op vijf dagen per week ook al financieel mogelijk zijn door de gemeentelijke lasten (die er nu lager zijn dan gemiddeld) te verhogen met 15 procent.

Almere zou nog twee andere voordelen binnenhalen. Een stad die op iedere school opvang aanbiedt is extra aantrekkelijk als woon- en werkgemeente. Almere mist de Koppelpoort en Lange Jan van Amersfoort en de oudere villawijken van Hilversum. Zou een pioniersrol bij de naschoolse opvang niet een flinke duw geven op de ranglijst van grote steden? En ten slotte hoorde ik een intrigerende suggestie van Marten Kircz, landelijk bestuurder van de Algemene Onderwijsbond: waarom voelen Franse docenten zich meer gewaardeerd dan hun Nederlandse collega's? Misschien wel omdat daar de gemeente overal behoorlijk zorgt voor opvang in de pauze en na school, zodat de leraren hún professionele rol comfortabeler kunnen waarmaken. In Nederland mag de docent ook vlug even de wc controleren en zorgen vrijwilligers voor het overblijven. Alles zo goedkoop mogelijk: volgens Kircz een reden te meer voor verlies aan zelfbewustzijn bij de leraren. Een rijke stad als Almere zou dus ook gastvrijer voor haar leraren kunnen worden door meer professionele, gemeentelijke hulp in de school.

Dat ouders geen veertig of vijftig uur per week geld verdienen buiten de deur zolang hun kinderen klein zijn, is begrijpelijk. Maar in Nederland maken de lastige schooltijden de combinatie van werken en opvoeden wel éxtra moeilijk, en volgens de cijfers toch vooral voor de moeders. Bedrijven calculeren met een haperende carrière voor het vrouwelijk personeel – mommy track heet dat denigrerend in Amerika – en het resultaat is bekend: geen vrouw in de Raad van Bestuur en te weinig rolmodellen voor de volgende generatie vrouwen. Carrière is voor niemand verplicht, maar de samenleving moet mannen en vrouwen zo veel mogelijk zinvolle opties bieden, en daar schiet Nederland zonder universele naschoolse opvang zwaar in tekort.

Hier is ook nog een negatieve suggestie: laten we niet, om de werkgelegenheid te vergroten, gaan morrelen aan de AOW-leeftijd. Vanuit Brussel komen geluiden om de 65 jaar op te hogen tot 67, omdat de kosten van de vergrijzing dan zo veel lichter worden. Een correcte berekening, maar wel heel wrang voor de bouwvakker, electricien, conducteur of stratenmaker. Mensen die werken met hun rug en moeten staan zullen dan nog massaler uitvallen vóór de officiële pensioenleeftijd. Hoe hoger iemands opleiding, des te beter de kans dat hij de volle veertig dienstjaren kan opbouwen voor een mooi pensioen, maar de anderen moeten zich redden met een uitkering. Daarom is een verhoging van de AOW-leeftijd slecht voor de billijke verdeling van de inkomens.

Als we dus vasthouden aan 65 als een mooi ingangsjaar voor de Ruhestand, is het des te belangrijker om tot die leeftijd alle talenten zo goed mogelijk te benutten. Vandaar mijn suggestie om de Nederlandse vrouwen eindelijk te helpen om werk en opvoeden efficiënter te combineren. In Frankrijk maakt één op de drie schoolkinderen gebruik van de naschoolse opvang en hebben de meeste ouders dus een vrije keus tussen zorgen thuis of carrière maken. Als Nederland de Franse naschoolse opvang zou imiteren met navenante gevolgen voor de werkgelegenheid van vrouwen, stijgt de totale werkgelegenheid in Nederland met ruim 10 procent. De echte winst is nog veel groter, want meer ouders kunnen zelf de mix bepalen tussen zorgen en werken, en het bedrijfsleven zal ophouden om vrouwelijk personeel uit te rangeren op een inferieur mommy track. Daarom is van alle verstandige maatregelen voor de arbeidsmarkt misschien een dekkende naschoolse opvang wel het meest urgent. Een new town met geld en durf zou de kans grijpen en daarna Cisca Dresselhuys van Opzij uitnodigen voor een bezoek met haar feministische meetlat.