Mild roofdier op Coney Island

De beeldende kunst mag dan overtrokken in de ban zijn geraakt van de fotografie, een voordeel is dat menigeen ook oudere opnamen onder ogen krijgt, die zonder die hype ongezien zouden blijven. Zo'n tentoonstelling is nu ingericht in de Kunsthal in Rotterdam. Een instelling die begin dit jaar een lang verwaarloosde Rotterdamse foto-reus als Henri Berssenbrugge (1873-1959) neerzette, maar die net zo goed regelmatig een gelukkige greep doet uit het internationale aanbod van rondreizende fototentoonstellingen.

Een voorbeeld daarvan is de presentatie van Leon Levinstein (1910-1988), een vergeten New-Yorker. In de jaren vijftig namen zowel Amerikaanse fotobladen als het Museum of Modern Art in New York wel werk van hem op, maar zijn wantrouwen jegens alles wat kunsthandel was, bakende zijn reputatie af tot een kleine kring van kenners. Jammer voor Levinstein, want zijn zwart-wit opnamen in de Kunsthal vertellen snel dat deze amateur met een begaafd, compositorisch oog én met veel empathie zijn stadsgenoten in de gaten hield.

Het accent ligt op deze expositie op Coney Island, het kustvermaak van de Newyorkers. Het massale strandvertier, waar een fotograaf als Massimo Vitali nu succesvol mee uitpakt, was aan Levinstein niet besteed. Hij richtte zich op elk mens afzonderlijk, op hun mimiek, hun houding, hun gebaren, en vooral op hun huid. En waar een fotograaf als Cas Oorthuys – in de veel grotere zaal van de Kunsthal te zien tot 26 augustus – steeds een compleet verhaal vertelt, gesitueerd in een tijd, een entourage, een lichtval, daar leest Levinstein een haiku voor.

Hij benaderde zijn passanten als een mild roofdier, isoleerde hen in het beeld, accentueerde hun contouren en beperkte zich desnoods tot hun torso of profiel. Nooit, zei hij, wisselde hij een woord met wie hij portretteerde, want ,,daar had ik geen reden toe''. En toch suggereren zijn opnamen dat de camera bij machte was iemands karakter transparant te maken.

Terwijl sociaal engagement in de Amerikaanse fotografie van zijn tijd min of meer werd voorgeschreven, onttrok Levinstein zich aan geënsceneerde of extreme `zieligheid'. Niettemin zwierf hij liever tussen zijn bonter getinte medemensen – `beaten by life' – op de Lower East Side rond dan tussen de `winners' op Fifth Avenue. Zonder verwachtingen en zonder concept kleurde hij tussen het wit en het zwart de grijzen in van een verbitterd vrouwenhoofd met bontkraag, van een botte mannenkop met het reliëf van een hooggebergte, van de bejaarden die als schimmen de tijd doden achter de ramen, of van een smetteloos geklede, zwarte zakenman die – de kin omhoog en een Hitchcock-bolknak tussen de kaken – zich baas waant van Broadway; een opname die overigens alleen in de prachtige gedrukte monografie voorkomt.

Mooi in zijn eenvoud en directheid is ook het jonge stel, slapend op het strand van Coney Island, dat in hun intimiteit niet voyeuristisch van bovenaf wordt bespied – waar men nu wel pap van lust –, maar vooral in hun kwetsbare vertrouwdheid wordt geobserveerd. Dat Levinstein het liefst onzichtbaar opereerde, blijkt uit meer `slaapfoto`s', in het circus bijvoorbeeld, en ook uit detailopnamen van dokwerkershanden, tatoeages, zwaar behaarde lijven, meestal ruggelings geregistreerd.

Over de man zelf is weinig bekend. Levinstein was de zoon van joodse immigranten uit Litouwen. Pas op 31-jarige leeftijd kocht hij een camera en een paar jaar later waagde hij de sprong van West-Virginia naar New York.

Hij tekende aanvankelijk veel, werkte als grafisch vormgever en hobbyde in de fotografie. Thuis wachtten alleen een bed en een doca in een badkamertje, met spoelbakken vol sigarettenas. Eén keer kreeg hij bij leven een solo-tentoonstelling (1956) – in galerie Limelight, het fotografische ontmoetingscentrum waar Europese groten als Moholy-Nagy, Edouard Boubat en Brassaï hun Newyorkse debuut maakten.

Levinstein mag dan alweer jaren dood zijn, de Newyorkers lijken tijdens zijn afwezigheid nauwelijks veranderd. Goed, er zijn autotypes en hoedjesmodellen verdwenen, maar die vielen toch al in het niet bij de getergdheid, het verdriet, de zorgeloosheid, de achterdocht, de bravoure, de gelatenheid, de genegenheid – bij al dat aardse wel en wee waar de `loner' Levinstein met een fijnzinnig gevoel voor feitelijkheid en lichamelijkheid alleen via een camera uitdrukking aan kon geven.

Tentoonstelling: Leon Levinstein. Tot 30/9 in de Kunsthal, Westzeedijk 341, Rotterdam. Open: di. t/m za. 10-17 uur, zo. 11-17 uur. Boek: Leon Levinstein, Obsession. Editions Léo Scheer, 313 blz. ƒ129,50.