`Je wilt een gezond bedrijf nalaten'

Wat kan de boer in Nederland tegenwoordig doen om het hoofd boven water te houden? Hij kan emigreren naar een landbouwvriendelijker land, zoals buurland Duitsland. Melkveehouder Hoekstra deed het.

Trots loopt melkveehouder Wietse Hoekstra door een grote, lege stal. Er zitten gaten in de betonnen vloer, hier en daar liggen brokken cement opgestapeld. ,,Die vloer moet vernieuwd, net als het dak'', zegt Hoekstra. Aan het eind van het jaar moet de stal klaar zijn, vertelt hij, want dan wil hij er 67 melkkoeien in hebben staan. ,,Tenminste, als ik de vergunningen op tijd krijg. Ik weet niet hoe snel dat gaat hier in Duitsland.''

Ruim drie maanden geleden is de Friese melkveehouder met zijn vrouw en twee kinderen geëmigreerd naar Ovelgönne, een plaatsje vlakbij het Noordduitse Oldenburg. De familie bezit hier 75 hectare land, ruim twee keer zoveel als in het Friese plaatsje Garijp waar ze eerst woonde. ,,In Nederland was er geen lol meer aan'', zegt Hoestra. Zijn vrouw Boukje knikt. ,,Als je daar wil uitbreiden betaal je je helemaal scheel'', zegt ze. In de verte staan hun koeien te grazen in de wei. Een aantal ligt in de schaduw van wat populieren, om te ontsnappen aan de brandende zon.

Zoals de familie Hoekstra zijn er jaarlijks circa 300 boerengezinnen die uit Nederland vertrekken. Vorig jaar steeg dat aantal naar 350. Steeds meer boeren lopen op tegen de hoge grondprijzen en het toenemend aantal regels van de overheid. Uitbreiden wordt moeilijker. ,,En dat wil je als ondernemer toch'', zegt Hoekstra. Daarom zoeken sommige boeren hun heil in landen waar nog ruimte genoeg is of waar de regels minder streng zijn. Zoals Canada, Denemarken en Duitsland. Die landen zijn het meest in trek, zo blijkt uit cijfers van de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO). Maar Nederlandse boeren strijken ook neer in Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika of Suriname. Polen is in opkomst. En over tien jaar verwacht LTO dat ook Tsjechië, Hongarije en Oekraïne populair zijn.

Voor de familie Hoekstra werd het Noord-Duitsland, hoewel de melkveehouder ook nog even aan Oost-Duitsland heeft gedacht. ,,Daar heb je enorm grote bedrijven, dat leek me wel een uitdaging. Maar van dat idee ben ik toch afgestapt. Je kunt daar je zaken minder goed regelen.''

Hoekstra loopt naar een andere stal. Zijn 18-jarige zoon Eelke loopt met hem mee. Eelke moet nog drie jaar naar school, daarna mag hij bij zijn vader op het bedrijf komen werken. En op den duur zal hij de melkveehouderij overnemen. ,,Nóg een reden dat we uit Nederland zijn vertrokken'', zegt Hoekstra. ,,Je wilt je zoon toch een gezond bedrijf nalaten.''

In de stal staat een zwartbont kalfje van twee dagen oud. Het dier heeft een Hollandse moeder, vertelt Hoekstra. Hij heeft 19 drachtige koeien uit Garijp meegenomen. Een paar weken geleden heeft hij nog eens twintig melkkoeien gekocht van een boer uit de buurt die besloot ermee te stoppen. Hoekstra loopt via een zandpad naar weer een andere stal. Er staan twee melktanks, een van 2.300 liter en een van 1.000 liter. Dit jaar wil de melkveehouder 400.000 liter afleveren. Volgend jaar koopt hij nog eens 100.000 liter aan quotum bij. Met vier andere boeren in de buurt verkoopt hij zijn melk aan Hogeveen, een Nederlands kaasbedrijf. ,,De tankauto komt hier elke twee dagen langsrijden.''

Hoekstra voelt zich al redelijk thuis in Ovelgönne. De mensen zijn aardig. En financieel zijn de omstandigheden een stuk gunstiger dan in Nederland. Zo betaalt de melkveehouder in zijn nieuwe woonplaats slechts 16.000 Duitse mark per hectare grond, in Friesland ligt dat bedrag tussen de 60.000 tot 70.000 gulden. Voor elke liter die hij nu aan melkquotum wil kopen betaalt hij 1,74 mark. In Nederland is dat vier gulden. En de mest mag hij gewoon uitrijden terwijl hij er in Nederland voor moest betalen om het kwijt te raken. ,,De weilanden zijn hier zo uitgestrekt dat het mestprobleem amper speelt'', aldus de melkveehouder. In de wijde omtrek ziet het groen van het gras. ,,Ik vraag me wel eens af hoe je in Nederland nog boer kunt zijn.''

De boeren in de omgeving hoeven betrekkelijk weinig voer voor hun koeien bij te kopen. De dieren grazen vaak buiten omdat er zoveel weilanden zijn en ze mogen hier ongestoord in het gras schijten. ,,En dan nog blijft er een heleboel gras over. Dat wordt als stro ingekuild voor de winter. Daarmee bespaar ik op mijn kosten.''

Sommige boeren verdienen er nog wat bij doordat ze paarden in hun weilanden laten grazen. ,,De dieren zijn van rijke lui uit het Ruhrgebied'', legt Hoekstra uit. Van een gemeenteambtenaar heeft hij inmiddels gehoord dat er plannen zijn om in Ovelgönne een windmolenpark te bouwen. Als de plannen doorgaan, komt 4,5 hectare daarvan op zijn land te liggen. ,,Ter compensatie krijg ik een deel van de stroomopbrengst.''

Heimwee heeft Hoekstra niet. Hij gaat niet terug naar Nederland, zoals 1 op de 10 geëmigreerde gezinnen doet. Maar toch is het raar om weg te zijn, bekent hij aarzelend. ,,Vanwege mijn moeder.'' Van haar heeft hij het ouderlijk bedrijf overgenomen, zo vertelt de melkveehouder. Dat was in 1999. Zijn vader, bij wie hij heel zijn leven heeft gewerkt, was twee jaar eerder overleden. ,,Mijn moeder woont nog in Garijp. Voor haar was het raar dat we gingen. Maar ik wist dat het in Friesland niks kon worden met het bedrijf.''

Dit is het laatste deel in een serie over boeren. De vorige afleveringen verschenen op 3, 11, 19 en 27 juli.