FOSSIELE GELEEDPOTIGE GEEFT NIEUWE KIJK OP DE EVOLUTIE

Zowel zijn schaal (van calciumfosfaat) als weke delen zijn prachtig gefossiliseerd. Voor een geleedpotig dier is dat al uitzonderlijk, maar in dit geval gaat het ook nog eens om een bijzonder oud fossiel dat de soortenexplosie in het dierenrijk veel vroeger in de evolutie plaatst (Science, 20 juli). De uitmuntende conservering laat geen twijfel over de aard van het diertje: het behoorde tot de phosphatocopide crustaceeën (kreeftachtigen).

Britse en Duitse onderzoekers deden de uitzonderlijke vondst in een steenlaag (Protolenus-kalksteen in Shropshire, G-B) van zo'n 511 miljoen jaar oud. Dat is slechts zo'n 22 miljoen jaar na het begin van het Cambrium. In deze geologische periode voltrok zich een plotselinge evolutionaire explosie waarin de daarvoor vrijwel uitsluitend uit weke delen bestaande fauna zich in tal van takken splitste; daarbij ontwikkelden zich ook veel diergroepen met goed fossiliseerbaar skelet (van calciumfosfaat of van calciumcarbonaat). Daarom worden er pas vanaf het Cambrium grote aantallen fossielen gevonden, maar slechts zelden in oudere gesteenten.

De nieuwe vondst is van groot belang omdat eruit blijkt dat er ruim voor het begin van het Cambrium al een ontwikkeling binnen de Crustacea moet hebben plaatsgevonden. Met die constatering moet opeens veel meer waarde worden toegekend aan de eerder opgestelde (maar door vrijwel alle deskundigen verworpen) hypothese dat er al voor het Cambrium een aanzienlijke diversiteit in het dierlijk leven moet zijn geweest. Dat doet dan direct de vraag rijzen waarom er nooit fossielen van die kennelijk al sterk gedifferentieerde vroege fauna zijn gevonden, en waarom alle fauna's die bekend zijn van omstreeks de grens tussen Precambrium en Cambrium zo sterk op elkaar lijken, en waarom daarin geen skeletvormende dieren aanwezig zijn.

Een mogelijke verklaring is dat zich na een eerdere diversificatie onder invloed van de milieu-omstandigheden een ontwikkeling voordeed waarbij de diverse taxa steeds meer op elkaar gingen lijken, althans voor zover herkenbaar aan gefossiliseerde weke delen. Dat scenario lijkt echter niet erg waarschijnlijk.

Een andere mogelijkheid is dat er zich reeds tussen 700 en 500 miljoen jaar geleden een duidelijke diversificatie aftekende (ook DNA-analyse van huidige diergroepen wijst in die richting), maar dat de verschillende diergroepen zich geografisch gescheiden van elkaar ontwikkelden. Omdat er slechts weinig oude gesteenten bewaard zijn gebleven, en omdat bepaalde groepen zich ontwikkelden in milieus die minder geschikt zijn voor fossilisatie, zouden de tot nu toe gedane vondsten in feite een vertekend beeld van het zeer oude leven op aarde geven. Het meest waarschijnlijk is echter toch dat de eerder reeds gediversifieerde fauna pas bij het begin van het Cambrium begon met het maken van skeletten.