Een lastig parket

Het openbaar ministerie tobt. Goed personeel is nauwelijks te vinden. Maastricht heeft het van alle parketten het moeilijkst. Het heeft ook nog last van affaires. Vervalste observatiebevelen. Een hoofdofficier die zijn huis `zwart' laat schilderen. Kun je zo'n geschonden imago herstellen?

`Ik heb een titel voor uw verhaal: `het zinkende schip'. Zo wordt het parket in Maastricht al jaren genoemd.' Advocaat R. Wagemans zegt het graag helder: het was en het is een chaos bij het openbaar ministerie (OM) in Maastricht.

Wagemans geeft een voorbeeld. Hij staat als raadsman de huurders bij van een woningbouwvereniging in Sittard. Het bestuur en de directeur hebben toegegeven dat ze gelden hebben verduisterd. ,,Er zijn vier bekentenissen op papier!'', roept hij. ,,Inmiddels wachten wij al achttien maanden op de zitting. Nog even, en de redelijke termijn waarbinnen het viertal vervolgd kan worden is voorbij.''

Het parket Maastricht heeft geen goede naam in het land. Er waren affaires. Over het vervalsen van processen-verbaal bijvoorbeeld en het gebruik van ongeoorloofde opsporingsmethoden in een onderzoek naar twee drugsverdachten (`de Limburgse IRT-affaire'), aan het licht gekomen in het midden van de jaren negentig. En vorig jaar bleek een officier van justitie in een ander onderzoek acht observatiebevelen te hebben vervalst.

De affaires passen in een langere reeks beschadigingen aan het imago van het openbaar ministerie, ook elders in het land. Andere parketten leverden bijvoorbeeld slordig of slecht werk. Dit jaar alleen al bleken tekortkomingen in de Puttense moordzaak (Zutphen), de zaak van de vermoorde Marianne Vaatstra (Leeuwarden) en de beursfraudezaak (`Operatie Clickfonds', Amsterdam).

Maar dat wil niet zeggen dat het ene parket het andere is. In februari dit jaar maakte het college van procureurs-generaal in beperkte kring de uitslag bekend van een vergelijkend kwaliteitsonderzoek onder de negentien arrondissementsparketten. Het was voor het eerst dat vragen werden gesteld als: hoe snel komt een zaak op zitting en hoe vaak wordt geseponeerd?

Maastricht bungelde onderaan. Het percentage snelrechtszaken lag met 17 procent ver onder het landelijk gemiddelde van 31 procent. Zo ook het aantal zaken dat binnen tien weken na het opmaken van het proces-verbaal op zitting kwam. Daarbij scoorde Maastricht met 3 procent beduidend slechter dan het landelijk gemiddelde van 25 procent. Zijn de problemen bij het parket in Maastricht typisch Limburgs? Of zijn ze exemplarisch voor de staat waarin het Nederlandse justitieapparaat verkeert?

Onder invloed

Een doorsnee zittingsdag in Maastricht. In de hal van het tot rechtbank verbouwde voormalige Annadalziekenhuis signaleert de jongen achter de informatiebalie dat er een ingetrokken zaak op de zittingslijst staat. Hoe dat komt? ,,Slechte communicatie. Wij zijn niet voor niets een van de slechtste parketten van Nederland.'' In Maastricht valt, volgens OM-cijfers, een op de acht zaken die op zitting moeten komen uit.

In zaal G staat een gepensioneerde man deemoedig voor het hekje. Hij bekent onder invloed te hebben gereden en heeft spijt. De feiten blijken achttien maanden oud. Omdat de zaak zolang is blijven liggen, krijgt de man strafvermindering. De jongen achter de balie wil daarna nog wel een voorbeeld geven. Laatst was er in Polen een getuige opgeroepen. De man kwam naar Maastricht, maar daar bleek geen tolk besteld. Op het laatste moment kon nog iets worden geregeld.

Maastricht kampte jaren met een tekort aan mensen. Het parket telt nu op papier zestien officieren, maar één heeft zwangerschapsverlof, een andere vrouwelijke collega is langdurig afwezig. En de officier die de observatiebevelen vervalste is vertrokken naar Curaçao. ,,Zijn vertrek naar Curaçao staat los van die kwestie'', zegt hoofdofficier J. van Eck.

Frontpositie

Daarnaast kende Maastricht de afgelopen tien jaar ook veel incidenten met personeel. In de jaren negentig bleek een parketmedewerker informatie uit een dossier te lekken naar criminelen. Ook liet hij een strafdossier verdwijnen. En de rijksrecherche pakte een parketmedewerkster op op verdenking van betrokkenheid bij drugshandel. Ze bleek getrouwd met een kopstuk van een lokale drugsbende. Personeel dat niet deugt kan elk parket overkomen. Maar Maastricht heeft erg veel personele problemen gehad. Een aantal officieren was langdurig overspannen of ziek. Het parket had aanvankelijk twaalf officieren, waardoor het afhaken van enkele collega's grote gevolgen had.

Een van de oorzaken van dat personeelstekort waren de persoonlijke problemen tussen procureur-generaal R. Gonsalves in Den Bosch en toenmalig hoofdofficier Fransen. Fransen had toezeggingen gekregen over een versterking van het parket, maar die kwam Gonsalves niet na. Officieren hadden daardoor te weinig tijd om diep in zaken te duiken.

Het arrondissement Maastricht heeft veel kenmerken van een grotestedenparket. In een onderzoek naar de veiligheidsbeleving onder burgers scoort Zuid-Limburg (650.000 inwoners) na de drie grote steden het slechtst, met witwastransacties staat de regio op de derde plaats en er komen vierduizend drugstoeristen per week. De helft van alle verdachten van zware misdrijven in Zuid-Limburg woont in het buitenland. Daardoor duurt het gemiddeld langer voordat zaken in Maastricht op zitting komen. En is er een groter risico dat een zaak `stuk loopt'. Het ministerie van Justitie houdt bij het verdelen van het geld over de parketten echter nauwelijks rekening met dit internationale, verzwarende aspect.

H. van Atteveld, officier van justitie in Maastricht van 1990 tot 1997 en nu advocaat-generaal in Den Haag, stoort zich daaraan. ,,Bij toekenning van mensen en middelen is onvoldoende rekening gehouden met de frontpositie van Maastricht. Het arrondissement heeft tweehonderd kilometer grens met het buitenland. Dat zorgt voor meer grensoverschrijdende onderzoeken die tijdrovend zijn. Neem een simpele overval. Als de dader net over de grens in België woont betekent dat een rechtshulpverzoek. De politie in Zuid-Limburg heeft hetzelfde probleem.''

Lopende band

In 1995 kwam een nieuwe hoofdofficier, W. Overbosch, in Maastricht orde op zaken stellen. De verwachtingen waren hoog gespannen. Overbosch kwam uit Arnhem en had zich voor zijn komst landelijk in de kijker gespeeld als voorzitter van een commissie die de aanzet gaf tot een nieuw personeelsbeleid bij het OM.

Maar in eigen huis liep het al snel mis. Overbosch bemoeide zich weinig of niet met de dagelijkse leiding. Net als zijn collega's bij veel andere parketten was Overbosch bezig met landelijk beleid. Dat betekent veel vergaderen over richtlijnen en regels.

Soms bemoeide hij zich wel met de dagelijkse leiding. Zo maakte hij in één klap de helft van alle officieren vrij voor `criminaliteitsbeheersing'. Dat wil zeggen: ze moesten ook beleid gaan ontwikkelen. Daardoor groeide de achterstand bij de afhandeling van strafzaken, vooral de grotere.

Dat kwam onder meer tot uiting bij een reeks geruchtmakende corruptiezaken in de jaren negentig. Onder hoofdofficier Fransen was het parket erin geslaagd met relatief weinig mankracht tien ambtenaren en politici veroordeeld te krijgen wegens corruptie en/of aanverwante feiten. Overbosch liet al bij zijn aantreden als hoofdofficier weten geen al te hoge prioriteit aan corruptiezaken te willen geven. Ze bleven op de plank liggen. Daardoor ontliepen een hoge ambtenaar van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds en een wethouder uit Landgraaf rechtsvervolging.

Ook werd, in tegenstelling tot elders, de gebiedsindeling losgelaten. Vroeger had iedere officier zijn eigen regio, met zijn eigen zaken. Overbosch voerde de lopende band in. Verscheidene officieren gingen zich met één zaak bezighouden. Wie eindverantwoordelijk was, was onduidelijk.

In de nog geen vier jaar dat Overbosch hoofdofficier was, verziekten de verhoudingen tussen leiding en personeel en tussen het personeel onderling. Een voorbeeld. Officier Van Atteveld had een belangrijke privé-afspraak op een dag dat voor hem op het laatste moment een zitting ingeroosterd was. Weken vooraf had hij aangegeven dat hij die middag vrij zou nemen. De leiding zou de zitting door iemand laten doen. Maar op de dag zelf bleek niets geregeld. Pardoes liep Van Atteveld weg tijdens de zitting.

,,Dat incident was veelzeggend'', vindt G. Mols, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit Maastricht, tevens advocaat en plaatsvervangend-rechter in Maastricht. Mols: ,,Er was niemand om die zaak van Van Atteveld over te nemen. Er heerste een totaal gebrek aan onderlinge solidariteit. Het was een organisatie in staat van ontbinding.'' Onder Overbosch, die niet wilde meewerken aan dit artikel, verloor het parket bovendien veel knowhow. Alle oudere `eerste klas'-officieren vertrokken.

De een, die geen plaatsvervangend hoofdofficier mocht worden, ging naar Roermond, een collega vond een baan als advocaat-generaal in Den Bosch en een derde werd rechter. Overbosch bevorderde twee jonge officieren tot eerste klasser, nadrukkelijk tegen het advies van de benoemingsadviescommissie in. Volgens de commissie waren ze ongeschikt. De ondernemingsraad bemoeide zich ermee, maar uiteindelijk ging de bevordering toch door. Eén van de twee zou niet veel later in het nieuws komen. Het was 1998 toen hij op heterdaad werd betrapt bij het gluren in andermans woningen. Om in de achtertuinen te komen, klom de officier over schuttingen en hekken. Hij kreeg een boete, en een overplaatsing. Opnieuw was het parket een officier kwijt. Een jurist die daarna vanuit Den Haag het parket kwam versterken, bleek ook al geen gelukkige keuze: na een paar maanden vertrok hij alweer.

Het vacatureprobleem werd versterkt door de negatieve beeldvorming en de excentrische ligging van het parket. Op sommige personeelsadvertenties in de juristenbladen reageerde niemand. Illustratief is de handelwijze van voormalig rechtbankpresident P.Broekhoven. Hij weigerde van de Randstad naar Maastricht te verhuizen. Broekhoven logeerde twee, drie dagen per week in de stad. Dat droeg bij aan het negatieve beeld van Maastricht en leverde Broekhoven de bijnaam `de rechter met het koffertje' op.

Hoofdofficier Overbosch ging in januari 1999 vervroegd met pensioen. Later dat jaar kwam aan het licht dat hij juli 1997 zijn woning `zwart' had laten schilderen door een WAO'er. Rechercheurs van het GAK betrapten de zwartwerker op heterdaad bij de woning van de toenmalige hoofdofficier. Als beloning had de man van Overbosch een tientje per uur en wat juridische adviezen gekregen. Het incident leidde opnieuw tot besmuikt gelach in het land en had tot gevolg dat justitie landelijk een gedragscode opstelde voor het inhuren van poetshulpen en dergelijke. Op de vraag van een PvdA-Kamerlid waarom de zaak die dateert van voor het vertrek van de hoofdofficier, juli 1997, pas na zijn vertrek in mei 1999 op zitting is gebracht, antwoordde minister Korthals (Justitie) dat ,,de zaak door het parket voortvarend is behandeld''. Hij schreef de lange looptijd van de zaak toe aan de werkwijze van het GAK. Er zou volgens Korthals geen verband hebben bestaan tussen het vroegtijdige vertrek van hoofdofficier Overbosch en het zwartwerken in zijn huis.

Smeuïg

Weggelopen knowhow, affaires, onvervulde vacatures en organisatorische problemen bemoeilijkten jarenlang de rechtsgang. In 1999 begon J. van Eck, opvolger van hoofdofficier Overbosch, zijn strijd tegen de chaos op het Maastrichtse parket. Ook landelijk werd het OM op dat moment gereorganiseerd. Van Eck ontdekte bij zijn aantreden dat ,,het in Maastricht een beetje moeizamer'' liep dan waar hij vandaan kwam. Er waren ,,grote werkvoorraden''. Hij riep de hulp in van een organisatieadviesbureau.

Hoewel nog maar anderhalf jaar aan de slag, constateert Van Eck dat vooruitgang zichtbaar is. Nu scoort het parket al beter in de strafsector. De kantonsector presteert al jaren bovengemiddeld. Van Eck zegt ook `trots' te zijn op de snelle afhandeling van dodelijke aanrijdingen en aanrijdingen met zwaar lichamelijk letsel. Het gemiddelde van een half jaar is landelijk gezien opmerkelijk.

Prioriteit heeft ook de misdrijfsector en dan vooral de doorlooptijden (de tijd die verstrijkt vanaf het moment waarop een zaak binnenkomt tot aan de zitting), het snelrecht en het sepotpercentage. Veel seponeren is een verspilling van tijd en geld. Een belangrijk voornemen is volgens Van Eck ook om zware, gevoelige zaken weer te koppelen aan één officier.

Maar het parket in Maastricht is er nog niet. ,,Ik ben ook zo eerlijk om te zeggen dat er nog dingen niet goed lopen'', zegt Van Eck in zijn werkkamer. ,,We kunnen niet alles tegelijk. Daarom hebben we tegen het parket-generaal gezegd: het spijt ons, maar we bereiken jullie doelstelling dit jaar nog niet.'' Zo lukt het het parket nog niet om binnen twee maanden een geweldszaak te beoordelen en om binnen negen maanden zaken van minderjarigen af te doen. Ook het percentage zittingsuitval is nog te hoog.

Nog steeds duurt het vervullen van vacatures langer dan gewenst. En nog steeds klagen advocaten over processtukken in strafzaken die te laat komen. Een algemene klacht is ook dat brieven niet beantwoord worden en dat officieren telefonisch moeilijk te bereiken zijn. En terugbellen doen ze niet altijd. De plaatselijke orde van advocaten kent de klachten, zegt advocaat H. Menger, lid van de raad van toezicht. ,,De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik nu minder klachten krijg. Er is onder Van Eck veel verbeterd en we werken ook samen om de rechtsgang zo efficiënt mogelijk te maken.'' Ook bij de rechtbank heerst het gevoel dat de intentie van het OM in elk geval goed is. ,,Van Eck trekt er hard aan'', zegt coördinerend vice-president R. Philippart.

Van Eck straalt uit dat hij van het parket een goed geoliede machine wil maken, zegt hoogleraar strafrecht Mols in het hoofdgebouw van de Universiteit Maastricht. Mols vergeleek de handelwijze van het parket (onder meer het vervalsen van processen-verbaal) in de Limburgse IRT-affaire dit voorjaar in Dagblad De Limburger met die van een criminele organisatie. Van Eck was beledigd. Maar de ruzie kon worden bijgelegd tijdens een lunch.

Volgens Mols zijn veel problemen van het parket niet `typisch Maastrichts'. In Oldenzaal of Zwolle zullen de affaires wellicht niet zo smeuïg zijn, maar daar zijn toch ook akkefietjes? De perifere ligging lijkt hem ook geen probleem. Daar heeft zijn universiteit toch ook geen last van? Mols: ,,Steeds meer mensen merken dat het zuiden een buitengewoon aangenaam klimaat heeft. En afstanden spelen geen rol meer. Waarom zou dat dan voor het parket een probleem zijn?'' Bovendien: bij het vergelijkende kwaliteitsonderzoek van de procureurs-generaal kwam Roermond, vijftig kilometer verderop, als beste uit de bus. Als beloning kreeg het Roermondse parket een ton.

Of de kwaliteit van de andere parketten beter is? De voorzitter van het college van procureurs-generaal J. de Wijkerslooth wees er onlangs op dat professionaliteit en deskundigheid in het hele land een groot probleem is. Veel parketten merken dat deskundigheid wordt weggekocht door het bedrijfsleven. De vraag is: hoe krijgt het OM nieuwe goede medewerkers en hoe behoudt ze die, terwijl de arbeidsvoorwaarden dun zijn. Het ambt van officier van justitie is weinig aantrekkelijk, ook al wegens de ouderwetse, hiërarchische structuren. Mols: ,,En dan is er de strenge controle van hogerhand. Aanwijzingen van de minister om iets wel of niet te doen in een strafzaak. Als het even kan bemoeit de hele Tweede Kamer zich met een zaak. Dan hak je met een bijl aan de wortels van de onafhankelijkheid van de magistratuur. In zo'n organisatie wil je toch niet werken, als je elders bovendien het driedubbele kunt verdienen?''

Hoogleraar Mols heeft recent een gesprek gehad met De Wijkerslooth over de problemen bij het OM. Een van de gespreksonderwerpen was het belang van klantvriendelijkheid en communicatie. Het OM werkt nu nog vaak vanuit de verdediging. Mols: ,,Vanuit bastions die paleizen van justitie heten. Paleizen! Dat woord zegt alles. Het schept afstand. Ook dat is niet typisch Maastrichts!''