DOODSANGST

In het prachtige artikel van Ellen de Bruin `Denkend aan de Dood' (W&O, 28 juli) vertelt zij hoe een aantal wetenschappers ervan uitgaan dat ons aller leven berust op het verdringen van doodsangst, en dat wij dat doen door wat zij noemen terror-management (TM). Wij zouden dus altijd angstig zijn, en er in slagen dat niet te zijn door niet aan de dood te denken. Het is eigenlijk dezelfde opvatting over de aard van de mens die de filosoof Heidegger heeft voorgestaan. Deze zei dat onze Eigentlichkeit de angst was, omdat wij bij een juist inzicht in ons bestaan altijd doodsangst zouden voelen, maar dat wij ons van die angst ontdoen door te `Verfallen an das Man', het bezig zijn met de dingen en mensen van de dag.

Ik heb tegen deze opvattingen grote bezwaren. In de eerste plaats is de eigen dood onvoorstelbaar. Dieren kennen geen doodsangst, want zij hebben geen besef van hun begin en einde, alleen de mens kan zich van buiten af bekijken. En dat is nodig om te beseffen dat we dood gaan, dan kijken we als het ware van buiten af over de grens van ons leven heen. Maar deze zelfbeschouwing, deze reflexieve attitude is niet dat wat ons in ons leven wortelt. Dat is onze animale natuur, onze `dierlijke' verbondenheid met de wereld en de andere mensen. Als het goed met ons gaat neemt dat ons zo in beslag dat wij aan nadenken over de dood niet toekomen. Om dat verdringing te noemen, of Verfallen sein, alsof dat een instelling van minder allooi is dan het stilstaan bij `existentiële' vragen is een ongefundeerde voorkeur, die wel diep geworteld is in onze godsdienstige tradities.

Mevrouw De Bruin beschrijft hoe Nederlandse onderzoekers dan ook twijfelen aan de algemene geldigheid van doodsangst, en meer voelen, zoals zij Koole citeert voor een `globaal verdedigingssysteem tegen allerlei bedreigingen van psychologische onzekerheid'. Dat zou dan volgens Koole weer kunnen leiden tot het opstellen van een hiërarchie van angsten.

Ik denk dat dit dichter bij de waarheid komt, maar toch niet het wezen van het probleem onderkent. Ik durf dat te zeggen omdat ik een aantal mensen op hun sterfbed heb behandeld voor doodsangst. Ik heb dat gedaan door hun te vragen wat zij zich voorstelden bij dood zijn, en wat zij daarbij voelden. Tot mijn verbazing kreeg ik daarbij de meest uiteenlopende antwoorden. Eenzaamheid is een veel genoemde angst. Ook mislukt zijn, angst om niet flink te zijn, angst voor het verlies van controle zeer uiteenlopende angsten werden genoemd door mensen die wisten dat zij op korte termijn zouden sterven. De voorstanders van terror-management zouden kunnen zeggen dat hiermee hun theorie bevestiging vond, de doodsangst kon in het zicht van de werkelijkheid niet langer onderdrukt worden. Maar als men deze redenering accepteert zou daaruit volgen dat men die mensen niets meer te bieden heeft, zij gaan dood, en volgens de theorie van TM zijn zij dus terecht angstig.

Maar wanneer ik bijvoorbeeld met de mensen die bang waren voor eenzaamheid besprak of zij dat gevoel kenden, dan wisten zij te melden dat dat eigenlijk hun hele leven een achtergrondgevoel was geweest. Verder pratend bleek dan dat zij van kleins af aan in moeilijke situaties geen troost hadden gekregen en troost is een bescherming tegen eenzaamheid, doordat iemand begrijpt hoe naar het is, en de machteloosheid deelt dat er niets aan te doen is (dus meestal niet door te zeggen dat het wel over zal gaan ook de belofte van een eeuwig leven beschermt zelden tegen doodsangst).

Naar mijn mening is doodsangst dus te begrijpen als de activering, in deze extreme situatie, van basale levensproblemen. Die angst is dan ook toegankelijk voor therapie, dat wil zeggen voor doorvoeld inzicht in de tot dan verdrongen of naar de achtergrond van de beleving verschoven problemen. Ik vond het altijd jammer dat het tot het doodsbed moest wachten tot dit kon gebeuren, maar dat is nu eenmaal de stand van de geestelijke gezondheidszorg in Nederland.

Ik meen dus dat er geen existentiële problemen bestaan, in de zin dat wij allemaal dezelfde basale problemen zouden hebben. Alleen doodsangst al. Er zijn mensen die niet bang zijn, maar naar de dood verlangen (eigenlijk niet naar de dood, maar naar ophouden van het lijden). Wat wij beleven bij de gedachte aan de dood is persoonlijk heel verschillend, want gefundeerd in ons persoonlijke leven al zijn er natuurlijk tussen mensen ook veel overeenkomsten, bijvoorbeeld angst voor eenzaamheid.

De wijze van onderzoek waarop de theorie van TM is gebaseerd gaat uit van populaties, en niet van individuele reacties, en neemt aan dat doodsangst vanzelfsprekend is, en dat zijn afwezigheid verklaard moet worden. Daartegenover stel ik dat doodgaan wel een probleem is voor velen zelf bijvoorbeeld ben ik er voorzover ik weet niet bang voor maar vind ik het wel heel jammer maar dat de aard van dat probleem individueel bestudeerd moet worden, om dan van daaruit naar algemeenheden te komen. Dat mensen dus bij het noemen van de dood gevoelsmatig reageren zonder dat te beseffen kan ik goed begrijpen. Dat het laatste woord dan is dat daarmee bevestigd wordt dat doodsangst een primair existentieel gegeven is acht ik dus onjuist, en ook verlammend, want dan zou iemand met doodsangst de waarheid van zijn situatie beleven. Ik acht het veel waarschijnlijker dat denken aan de dood levensproblemen activeert. En over levensproblemen valt te praten.