DE GROTE ROSSE VLEERMUIS SLAAT ZIJN SLAG BIJ VOGELTREK

Roodborstjes en fluiters die in Spanje op doortrek zijn van of naar hun overwinteringsgebied in Afrika worden belaagd door een onverwachte nachtelijke rover: de grote rosse vleermuis (Nyctalus lasiopterus). De vleermuis traceert de vogels met zijn echolocatie, vangt ze in volle vlucht en peuzelt ze waarschijnlijk al vliegend op (Proceedings of the National Academy of Sciences, 14 augustus).

De grote rosse vleermuis is een van de zeldzaamste en minst onderzochte zoogdiersoorten van Europa. Onderzoekers van het Biologisch Station van de Doñana en de universiteit van Madrid volgden diverse populaties van deze dieren bijna twee jaar lang en kwamen tot de verrassende conclusie dat kleine trekvogels niet alleen overdag wat te duchten hebben, van jagende valken, maar ook 's nachts: van de grote rosse vleermuis. Er zijn wel meer vleesetende vleermuizen bekend, maar er zijn hooguit vier (voornamelijk grote tropische) soorten die ook vogels eten. N. lasiopterus is echter de enig bekende die vogels in hun vlucht vangt. De vleermuis kan de vogels ongemerkt benaderen dankzij de echolocatie met een frequentie van 0,5 tot 6 kHz, ruim boven de gehoorgrens van de vogels.

De onderzoekers onderzochten meer dan veertienduizend uitwerpselen van de vleermuis. De meeste daarvan verzamelden zij onder de palmbomen in de dierentuin van Jerez de la Frontera, waar de vleermuizen slapen. Ook vingen zij honderd van deze vleermuizen in de bergen van de Rioja en nog eens zeventig in het stadspark van Sevilla, waarbij de Spanjaarden geslacht, gewicht en lengte van deze dieren bepaalden. De dieren werden tot de volgende avond ieder apart in een stoffen zak gehouden, waarna de onderzoekers ze op de plek waar zij gevangen waren weer vrijlieten. De uitwerpselen die in de zak achterbleven werden onderworpen aan nauwkeurig onderzoek.

In de vleermuizenpoep troffen de onderzoekers gedurende het hele jaar insectenresten, maar ook de resten van vogelveren in twee duidelijke pieken in het voorjaar (maart tot en met mei) en een in het najaar (augustus tot en met november). Beide pieken vallen precies samen met het tijdstip van de vogeltrek door Spanje. In de herfst bleek de verenpiek eerder op te treden in het Rioja-gebied dan in het 700 kilometer zuidelijker gelegen Andalusië, wederom samenvallend met de migratiegolf van trekvogels.

Geen van de vleermuizen die de Spanjaarden in hun netten vingen, konden op heterdaad worden betrapt met een vogel of resten daarvan. Wel troffen de onderzoekers vers afgerukte vleugels en veren van roodborstjes en fluiters op de grond in het jachtgebied. Samen met de veren uit de poep wijzen deze stille getuigen erop dat de grote rosse vleermuis inderdaad een vogelrover is.

Volgens een ruwe schatting van de onderzoekers passeren tijdens de herfsttrek 5 miljard kleine zangvogels het Middellandse-Zeegebied, op weg naar de overwinteringsgebieden ten zuiden van de Sahara. Een van de hoofdroutes loopt over het Iberisch schiereiland. De trek vindt plaats in zeven van de negen maanden per jaar waarin de vleermuis actief is (de overige drie maanden is hij in winterslaap). Voor de vleermuis is het dus aantrekkelijk zijn dieet van grote vliegende insecten aan te vullen met de ruim voorhanden zijnde voorraad aan vogelvlees.