BOTANALYSES MAKEN DE VOGEL-SAURIËR-LINK NOG EENS STERKER

Drie bijdragen in Nature van 26 juli over de structuur van de botten van vogels leveren nieuwe argumenten voor de hypothese dat vogels afstammen van de auriërs. In dit geval gaat het om de manier waarop de vogels hun `lichtgewicht' botten krijgen. Een van de kenmerken van vogels is dat ze, nadat ze uit het ei zijn gekropen, zeer snel groeien en hun volle omvang al (bijna) volledig hebben bereikt als ze uitvliegen. Na een jaar komt verdere groei nog slechts bij zeer weinig vogels voor. Dit is vrij uitzonderlijk: bij de meeste diergroepen vindt groei gedurende een veel langer deel van het leven plaats. Het is uit studies van de botten bekend dat bij de grote sauriërs eveneens een zeer snelle groei in de eerste jaren optrad.

Die snelle groei had uiteraard een nadeel voor de groepen die zich door de lucht bewogen. Het gewicht neemt bij voortgaande groei immers met de derde macht toe, terwijl de oppervlakte van de vleugels slechts kwadratisch toeneemt. De huidige bevindingen wijzen erop dat de vogels voor dat probleem een oplossing hebben gevonden door wel de snelle groei van de reuzensauriërs over te nemen, maar die groei `voortijdig' te stoppen. Daardoor bleef hun gewicht relatief laag.

Het aardige is dat een van de twee groepen onderzoekers daarbij zowel de wordingsgeschiedenis van afzonderlijke individuen (de ontogenie) heeft beschouwd, als ook de afstamming (phylogenie), waarbij kenmerken van groep op groep overgaan, al dan niet volledig ontwikkeld. Deze onderzoekers, van de Universiteit van Berkeley, de Universiteit van Parijs, en het Museum of the Rockies (Bozeman, Montana), vinden daarbij tal van aanwijzingen die het nog waarschijnlijker maken dan het al was dat de vogels van bepaalde groepen sauriërs afstammen.

Andere onderzoekers, biologen van de Universiteit van Kaapstad en van de Universiteit van Wroclaw (Polen), komen tot dezelfde conclusie op basis van uitsluitend de kenmerken van de botten van vogels. De derde groep onderzoekers, van de Universiteit van Florida, het Science Museum in Minnesota en Stanford University, hebben hun analyse van de groei van sauriërs, en daaraan gekoppeld vogels, vooral gebaseerd op de karakteristieken van jaarringen. Ze concluderen dat vogels zeker een deel van hun snelle groei hebben overgeërfd van de dinosauriërs, maar dat de snelle groei van de dinosauriërs zelf pas goed tot ontwikkeling kwam tijdens of na de evolutionaire stap waarbij de vogels zich aftakten.