Applaus

Het meisje van het café-restaurant brengt alleen onze frisdranken naar het terras, terwijl mijn kinderen en ik toch ook sandwiches hadden besteld. Au jambon, au fromage en thon om precies te zijn.

Ze hééft die wel, meldt ze nu, maar willen we de sandwiches met worstjes niet proberen? Zelfgemaakt! ,,Saucisses avec oignons. Très bonnes.''

Ik zou er misschien gecharmeerd van zijn en haar voorstel spontaan vinden, als ze me niet zo doordringend aankeek. Strenge ogen heeft ze, de bozige blik van een verwende matrone in het gezicht van een tiener.

Wat moet dat betekenen? Beschimmelde saucisses? Mijn hersens schakelen naar hun vijfde versnelling: is het niet vreemd, om eerst onze bestellingen op te nemen en dan later pas met een tegenvoorstel te komen? En bovendien: speciale worstjes horen toch op de kaart te staan, al is het maar op een los papiertje?

De tijd dringt. Het meisje heeft al driemaal très bonnes gesist. Ik moet nu oui of non zeggen. Maar kan non eigenlijk nog wel? Of lever ik onze sandwiches met ham en kaas dan uit aan wraakacties? Goed dan, oui.

Ze loopt naar binnen. Vijf stappen, gevolgd door twee seconden stilte. Dan klinkt er applaus. Men klapt voor haar, daar ergens binnen in het stille café-restaurant. De toeristen zijn er ingeluisd.