Zuiver Nieuwe Bouwer

Met de woensdag overleden Jan Piet Kloos is een van de laatste Nederlandse architecten heengegaan die de zogenaamde heroïsche periode van het Nieuwe Bouwen nog actief hebben meegemaakt. Al in 1927 was Kloos als opzichter betrokken bij een van de hoogtepunten van het Nederlandse Nieuwe Bouwen, het door Jan Duiker ontworpen sanatorium Zonnestraal in Hilversum. Later werkte hij in dezelfde hoedanigheid aan het Collège Néerlandais van J.M. Dudok in Parijs.

Van deze twee architecten was het Jan Duiker die hem het meest heeft beïnvloed. Kloos beschouwde Duiker als de absolute grootmeester van het functionalisme, wiens `zuivere' gebouwen waren ontdaan van elke overbodigheid. Kloos werd dan ook lid van de `De 8', de Amsterdamse architectenvereniging die samen met de Rotterdamse evenknie de Opbouw het Nieuwe Bouwen in Nederland propageerde.

Als zelfstandig architect in Haarlem paste Kloos de beginselen van het functionalisme voor het eerst toe in een villa in Wiessel uit 1934. Ook zijn eerste grote opdracht, het Rijnlands Lyceum in Wassenaar uit 1939, is een proeve van het zuivere Nieuwe Bouwen. Van de toenadering tussen Nieuwe Bouwers en traditionalisten die tijdens de Tweede Wereldoorlog plaats vond, moest hij niets hebben. Het had geen zin om zich bezig te houden met de achterhaalde opvattingen van de traditionalistische Delftse School, schreef Kloos in het tijdschrift De 8 en Opbouw. Men moest zich op de toekomst richten, vond hij.

Die toekomst was de wederopbouw, die de glorietijd van Kloos zou worden. In 1946 ontwierp hij het stedenbouwkundig plan voor de wederopbouw van Nijverdal en later raakte hij betrokken bij Nagele, het nieuwe dorp in de Noordoostpolder waar architecten van De 8 en Opbouw compromisloos aan de slag mochten. In de jaren vijftig was hij lid van de commissie van toezicht bij de wederopbouw van Rotterdam. Daarnaast ontwierp Kloos ziekenhuizen, monumenten, scholen, waterzuiveringsinstallaties, fabrieken en veel woningen. Zijn Juliana Ziekenhuis in Terneuzen uit 1954 was een van de eerste modernistische Nederlandse ziekenhuizen.

Ook na de Tweede Wereldoorlog hield Kloos onverkort vast aan de beginselen van het functionalisme. Terwijl collega's als Maaskant en J.J.P. Oud monumentaliteit niet schuwde, bleef Kloos een zuivere Nieuwe Bouwer die altijd zocht naar zo efficiënt mogelijke oplossingen. Soms leidde dit tot verrassende resultaten, zoals in de hangbrugmaisonettes aan het Dijkgraafplein in Amsterdam-Osdorp uit 1970. Hier ontwierp Kloos galerijen, vanwaaruit trappen leiden naar twee boven elkaar liggende maisonettes. Doordat de maisonettes zelf telkens twee etages omvatten, was één galerij voldoende voor vier woonlagen. Kloos gaf de galerijen de vorm van hangbruggen van staal en glas die de flat tot een constructivistisch meesterwerk maken.

Tot op hoge leeftijd bleef Kloos actief als architect. Pas in de jaren negentig van de twintigste eeuw sloot hij zijn wonderbaarlijk consistente functionalistische oeuvre af.