Zoeken naar nieuwe stamcellen gaat door

Het besluit van president Bush over genetisch onderzoek zal de speurtocht naar nieuwe stamcellen niet beëindigen. Wetenschappers zullen uitwijken en particuliere onderzoekers kunnen hun gang blijven gaan.

Academische onderzoekers in de Verenigde Staten krijgen van president Bush alleen nog overheidssubsidie als zij blijven werken met de zestig bestaande embryonale stamcellijnen die eerder in het onderzoek zijn gecreëerd. Het maken van nieuwe stamcellijnen uit menselijke embryo's die overschieten bij reageerbuisbevruchtingen, laat staan het speciaal maken van menselijke embryo's voor het oogsten van stamcellen, is de universiteiten niet meer toegestaan. Wat betekent dat voor het wetenschappelijk onderzoek in het land dat tot nu toe wereldwijd het stamcelonderzoek aanvoerde?

Volgens Paul van der Saag, adjunct-directeur van het Hubrechtlaboratorium in Utrecht, waar ook onderzoek aan embryonale stamcellen wordt uitgevoerd, is het besluit van Bush ,,een wassen neus''. ,,De maatregel geldt alleen voor door de overheid gefinancierde onderzoekers. De private sector kan gewoon zijn gang gaan en mag zelfs nog embryo's creëren om aan nieuwe stamcellijnen te komen.''

Volgens Van der Saag zal de opgelegde beperking ertoe leiden dat het academische onderzoek ,,nog verder in de armen van de industrie wordt gedreven.'' Ook kent hij ten minste één Amerikaanse stamcelspecialist die zijn positie aan de Universiteit van Californië heeft opgegeven om in het Engelse Cambridge zijn onderzoek voort te zetten. Groot-Brittannië heeft als eerste land ter wereld wetgeving geformuleerd waarin het maken van embryonale stamcellen onder voorwaarden is toegestaan.

Stamcellen zijn kleine, ongespecialiseerde cellen die in kweek kunnen worden gehouden en zich oneindig blijven delen. Anders dan gewone lichaamscellen die al een specialisatie hebben ondergaan, kunnen stamcellen zich nog tot ieder celtype ontwikkelen. Door stamcellen te behandelen met specifieke signaalstoffen kunnen onderzoekers de specialisatierichting van de cel sturen in een gewenste richting. Zo vormen zich bijvoorbeeld bloed-, spier- of levercellen, die in de toekomst mogelijk bruikbaar zijn voor transplantatie. Onderzoekers hopen hiermee degeneratieve ziekten als suikerziekte, Parkinson en Alzheimer te kunnen genezen door de patiënt nieuwe insulineproducerende cellen of zenuwcellen toe te dienen.

Nog weinig is bekend over de afstotingsverschijnselen die zich zullen voordoen bij de transplantatie van lichaamsvreemde cellen in een patiënt. De verwachting is dat artsen bij stamceltherapie, net als bij orgaantransplantatie, rekening zullen moeten houden met de weefselkenmerken, en patiënt en donor zorgvuldig op elkaar af moet stemmen. Of de zestig stamcellijnen die nu al bestaan die specificiteit kunnen bieden, is onbekend, maar volgens Van der Saag zijn daarvoor ,,minstens honderden zo niet duizenden lijnen nodig.'' Om alle patiënten te dekken moeten die bovendien selectief zijn en dus ontkom je haast niet aan het speciaal maken van embryo's om stamcellijnen uit te isoleren, aldus Van der Saag. Om afstoting te omzeilen zouden patiënten ook behandeld kunnen worden met lichaamseigen stamcellen, die via `therapeutisch klonen' in het leven worden geroepen. Een cel van de patiënt (bijvoorbeeld een huidcel) wordt daarbij versmolten met een ontkernde eicel, waarna een embryo ontstaat. Na een aantal dagen groeien in het kweekmedium kunnen de embryonale stamcellen worden geoogst. Het nadeel van deze methode is dat de ingewikkelde procedure van het isoleren van stamcellen voor iedere patiënt opnieuw zal moeten worden doorlopen.

Het is overigens de vraag of therapeutisch klonen in de VS zal worden toegestaan, aangezien het Huis van Afgevaardigden onlangs een wet goedkeurde die alle vormen van het klonen van mensen verbiedt. De wet moet de Senaat nog passeren maar als deze ook instemt, is therapeutisch klonen in de Verenigde Staten van de baan.

Volgens Van der Saag is therapeutisch klonen ,,duidelijk fase twee'' van het stamcelonderzoek. ,,We moeten eerst uitzoeken hoe we stamcellen het kunstje kunnen leren om zich te specialiseren in diverse celtypes. Als dat is gelukt kunnen we werken aan transplantatie zonder afstoting.''