Zesde plaats verlost Tamminga van probleem

Een polsstokhoogspringer heeft in Nederland aan alles gebrek. Toch werd Chris Tamminga vannacht met een hoogte van 5,75 meter zesde bij de WK atletiek. Een prestatie die zoveel geld genereert, dat hij eindelijk zijn lening kan aflossen.

Chris Tamminga wil niet als een klager afgeschilderd worden. Dan had hij ook geen polsstokhoogspringen moeten worden. Zijn adagium is: eerst investeren, dan presteren. Maar het was mentaal zwaar om voortdurend te worden geconfronteerd met gebrekkige faciliteiten en een lege bankrekening. Een medaille zat er, zoals voorspeld door oud-wereldkampioen Sergej Boebka, vannacht bij de WK-finale in Edmonton niet in, maar de zesde plaats maakte van de Nederlander een gelukkig mens.

Tamminga (27) genoot vooral als sportman, want hij slaagde er toch maar in om zich onder 's werelds besten te scharen. Dat hij als gevolg van die prestatie eindelijk meer financiële armslag krijgt, is een neveneffect dat hij vooral zijn naaste familieleden gunt. Want naast zijn vriendin Karin waren de wederzijdse ouders zijn grootste sponsors.

Om zijn programma te kunnen uitvoeren heeft Tamminga jaarlijks 60.000 gulden nodig. ,,Het is me steeds weer een raadsel hoe ik erin slaag dat geld bij elkaar te krijgen'', zegt de polsstokhoogspringer. ,,Dankzij de fulltime baan van mijn vriendin, aangevuld met geld van kleine sponsors, bijdragen van familie en vrienden en een lening van een bedrag met vier nullen, red ik het. Maar om de motivatie niet aan te tasten, laat ik me bewust zo min mogelijk door dat gesappel afleiden.''

Gelukkig voor Tamminga breken er nu betere tijd aan. De eerste bonus incasseerde hij in Edmonton, waar de zesde plaats goed is voor 5.000 Amerikaanse dollars. De tweede bonus ligt klaar op Papendal, waar Joop Alberda, technisch directeur van NOC*NSF, de naam Tamminga kan toevoegen aan het lijstje A-sporters, een status die hem een vast maandinkomen van ongeveer 3.000 gulden garandeert. Voorwaarde voor toelating is namelijk een plaats bij de topacht op een internationaal kampioenschap.

Het verhaal Tamminga is er één van een zoektocht naar progressie en een gevecht tegen moedeloosheid. Maar ook het verhaal van de trotse sportman die het begrip doorzettingsvermogen een nieuwe dimensie heeft gegeven.

Het dieptepunt in zijn voorbereiding op de limietjacht voor de WK bereikte de kleine man uit Den Haag afgelopen winter, toen hij in de stromende regen bij de koplampen van zijn auto moest trainen. Tamminga kreeg zelfs een keer bezoek van argwanende politieagenten, die zich afvroegen wat hij aan het uitspoken was. ,,Ze waren zeer verbaasd toen ze hoorden dat een polsstokhoogspringer aan het trainen was'', vertelt hij lachend.

Tamminga prijst zich gelukkig met een wedstrijdmat die dankzij een sponsor kon worden aangeschaft. Het nadeel dat hij bij elke training twee keer drie kwartier druk is met het opbouwen en afbreken van de stellage, neemt hij op de koop toe. In de euforie over zijn voortreffelijke prestatie in Edmonton, sloot Tamminga vannacht zijn ogen niet voor de realiteit. En die is dat hij nog een twintigtal centimeters hoger moet springen wil hij aanspraken op medailles kunnen maken. Gouden-medaillewinnaar Dimitri Markov uit Australië zwiepte over 6,05 meter, een hoogte die, op Boebka's wereldrecord van 6,14 meter na, één keer eerder is gesprongen. Van zes meter mag Tamminga voorlopig alleen maar dromen. ,,Eerst maar eens 5,80 meter springen, dan zien we wel verder'', is hij realistisch.

Aan zijn gedrevenheid zal het niet liggen. Om zich te verbeteren heeft Tamminga de hele wereld over gezworven. ,,Ik denk dat ik alle trainingsoorden voor polsstokhoogspringers wel heb bezocht. Uiteindelijk ben ik uitgekomen bij Valery Kogan in Israël, de trainer die ooit de Rus Rodion Gautalin naar een hoogte van 6,05 meter begeleide en onder wie de Israëliër Alexander Averbukh (zilver in Edmonton, red.) een opzienbarende progressie boekte. Ik zat al jaren tegen de grens aan van internationale toernooien, maar voor dat laatste stapje moest ik technisch beter worden. En dat is onder Kogan gelukt. De volgende de stap is om sterker te worden, want ik ben met mijn lengte van 1,74 meter en gewicht van 66 kilogram zwaar in het nadeel. Ik sprong van alle finalisten met de lichtste stok. Maar de zwaardere stokken te kunnen hanteren die nodig zijn om hoger te springen, zal ik aan kracht moeten winnen.''

In de schaduw van Tamminga werd Rens Blom, de tweede Nederlandse finalist, dertiende en laastste. Blom faalde bij de aanvangshoogte van 5,50 meter, die hij in drie sprongen niet wist te overbruggen. Hij werd daarmee als eerste uitgeschakeld.

Tamminga sprong soepel in één beurt over achtereenvolgens 5,50 meter, 5,60 meter en 5,75 meter. Maar 5,85 meter bleek vervolgens te hoog gegrepen, al zat hij er voor zijn gevoel er in de laatste poging dichtbij. Achteraf bleek dat Tamminga, afhankelijk van het aantal pogingen, zilver of brons zou hebben gewonnen als hij wel over 5,85 meter was gesprongen. Maar het was vannacht nog te veel gevraagd om zijn persoonlijk record met negen centimeter te verbeteren.