Waarnemingen en omschrijvingen

De mooiste omschrijving van een huwelijksconflict, die tot een scheiding leidde, heb ik uit de mond van Belcampo opgetekend: `Wij voelden ons niet meer in elkaars knollentuin.'

Geen hartstochtelijker aan incest verslaafd schepsel dan de zuigeling. De zuigeling van het vrouwelijk geslacht is nog lesbisch op de koop toe.

Een moeder is de tweeling van elk van haar kinderen.

Ik zal het blijven betreuren dat ik doodga, al was het alleen maar omdat ik dan de muziek van Bach niet zal horen.

Sterven doe je samen, met je beminden. Het verschil is dat jij sterft en zij blijven leven. In zekere zin laat jij ze niet achter maar ben je ze voor.

Ze was heel blond, roodachtig, met een sneeuwblanke huid, en weinig schaamhaar, zodat je onmiddellijk de spleetachtige toegang tot haar vagina zag, de volle lippen gesloten, zacht, en heel braaf.

Je moet leren de cultuur waarin je bent grootgebracht en waardoor je voor een belangrijk deel bent gevormd, en misvormd, te zeven in bestanddelen die tegen je kritiek en je gevoel voor betrekkelijkheid bestand blijken te zijn en als bedrieglijk, voos en overbodig kunnen worden uitgesloten.

Zodra ik in de buitenlucht ben, en vooral ook in beweging, groeit mijn zelfvertrouwen en kan ik ook veel beter denken, waarnemen en reflecteren. Wandelen betekent al bijna nadenken.

Als je 88 bent geworden, kun je gerust wel weer beginnen te roken en drinken, kortom alles te doen waartoe je nog net in staat bent. Het betekent niet veel meer dan een lichte aangename vorm van euthanasie en voor de liefhebbende achterblijvers de toediening van pijnstillers en slaapmiddelen.

Ik wou dat ik nog een kleine huilende jongen was, op de arm van mijn moeder.

Wantrouwen is de overtreffende trap van voorzichtigheid.

De gevoeligheid van ons geslachtsorgaan doet niet onder voor die van onze smaakpapillen. Toch heeft de ene functie het meer met de moraal aan de stok gehad dan de andere. Daaruit alleen al blijkt dat wij er moeite mee hebben gehad vrijelijk met ons lichaam om te gaan. Onze ziel heeft ons in de war gebracht.

Op mijn sterfbed zal ik denken, wanneer ik daar nog toe in staat ben: Wat een moeite heeft het gekocht om nu eindelijk echt dood te gaan!

Ik vind het nog altijd gek, hoewel ik het heus wel begrijp, wanneer ik een man en een vrouw zie die door een relatie, van welke aard of capaciteit ook, of door een huwelijk aan elkaar zijn verplicht. Ik zie onmiddellijk, wanneer zij een café of restaurant binnenkomen, wie van beiden de eerste viool speelt en de wensen, bevelen uitspreekt, of anderszins kenbaar maakt, die in hun verbintenis geldigheid hebben verkregen, of ook, op grond van de tijd die er tussen hen is verstreken, geleidelijk hebben verkregen.

De dood: het volmaakte anticonceptivum. Waarom verbiedt de paus de dood niet?