Waanzin, overspel en dood aan het Deense hof

In 1766 werd Christian VII op 17-jarige leeftijd gekroond tot koning van Denemarken, niet geheel zonder zorgen van de hofhouding. De geesteszieke Christian leed aan waanvoorstellingen. Het kon gebeuren dat hij tijdens een bezoek aan een toneelvoorstelling het podium betrad en vreemd gebarend en mompelend tussen de spelers ging staan. Hij beleefde het theater als de werkelijkheid. Op verzoek van zijn lijfarts Struensee werd tijdens een staatsbezoek aan Engeland in 1768 de voorstelling Hamlet geschrapt, omdat het risico te groot was dat Christian zou denken dat het stuk over hem ging.

De echtgenote van de koning, Caroline Mathilde, erkende de gelijkenis tussen hun leven en het stuk over de krankzinnige koning die zijn geliefde tot zelfmoord dwingt. Ze wilde niet dat de werkelijkheid theater zou worden; dat er een dag zou komen dat toeschouwers konden genieten van `Christian VII' of van `Caroline Mathilde', over een zwakzinnige koning en een overspelige koningin die het aanlegt met de lijfarts van haar man. Dat, kortom, de feiten fictie zouden worden.

Caroline Mathilde belandde, samen met de gekke koning en zijn lijfarts Struensee, alsnog in een roman. Het bezoek van de lijfarts van Per Olov Enquist, de Zweedse schrijver die als mogelijke kandidaat voor de Nobelprijs is genoemd, is een indrukwekkende historische roman waarin de invloed van de Franse Verlichtingsdenkers in de tweede helft van de achttiende eeuw in Denemarken wordt verweven met het politieke en erotische drama dat zich aan het hof afspeelt.

De feiten, die op zich zelf al wonderlijk genoeg zijn, kan men terugvinden in de encyclopedie. De Duitse arts Struensee, een aanhanger van de Franse Verlichtingsdenkers, werd in 1768 lijfarts van Christian VII en in die positie werd hij alleenheerser van Denemarken. Geïnspireerd door verlichte denkers vaardigde hij 632 decreten uit, waaronder de afschaffing van het lijfeigenschap. De zwakzinnige koning Christian zette gewillig zijn handtekening eronder.

Struensee werd vier jaar later door een eerste minister aangeklaagd wegens overspel met de koningin, hij werd ter dood veroordeeld en terechtgesteld. Caroline Mathilde werd verbannen uit het koninklijke paleis en moest haar kinderen afstaan. `De Deense revolutie', waar Enquist het steeds over heeft, treft men niet aan in een encyclopedie. Met de term suggereert hij dat zich in Denemarken een voorbode afspeelde van de Franse revolutie die kort erna zou volgen.

Paleis

Enquist moet veel studies hebben geraadpleegd, schilderijen hebben bekeken en brieven hebben gelezen om zijn roman te construeren. Soms is het alsof hij als een toeschouwer in het paleis aanwezig was: `Wat er gebeurde was dit'. Dan weer stelt de schrijver zich als een historicus op: `De documentatie over deze maaltijd is overweldigend groot.' Hij citeert naar hartelust uit geschriften van Holberg en brieven van Voltaire, zonder dat het een stijlbreuk oplevert met zijn eigen vertelling.

Een van zijn eerdere romans typeerde Enquist ooit als `reportage-roman', een term die zeker ook van toepassing is op Het bezoek van de lijfarts. In de reportage-roman stelt de auteur zich op als een wetenschapper; hij bestudeert talloze documenten, brieven, dagboeken en verslagen. Door aandacht voor kleine, ogenschijnlijke onbenullige details – in Het bezoek van de lijfarts zijn dat bijvoorbeeld de tekeningetjes van gezichten die men in het proefschrift van Struensee aantreft – krijgt hij zicht op het emotionele leven van zijn personages. En zo kan hij als schrijver de feiten tot fictie verheffen.

Onder de registrerende observaties zindert het van de emoties, die we in meesterlijke dialogen krijgen aangereikt. De driftbuien van de koning komen bijvoorbeeld tot uitdrukking in de manische woordenreeksen die hij produceert. `De tempel moet gereinigd worden! Een totale vernietiging! Daar bent u het mee eens, nietwaar!!!'

Voltaire

Mooi is daarbij de twijfel die je als lezer soms bekruipt: is de kinderlijke Deense koning bijkans niet geniaal? Immers, de manische man correspondeert als een bezetene met de grote Franse Verlichtingsdenker Voltaire, die hem serieus lijkt te nemen en hem zelfs een lofdicht op Denemarken toezendt. Knap zijn ook de overige personages geportretteerd: enigszins karikaturaal, maar, zoals in de beste koningsdrama's, gaat het komische hand in hand met het diep-tragische. Caroline Mathilde ontpopt zich van een `karakterloos' wezen tot een dwarse, levenslustige vrouw die optimaal gebruik maakt van haar machtsmiddel: haar vrouwelijke lichaam. Grappig zijn de passages waarin ze Struensee verleidt en hem beveelt haar te leren paardrijden. Later, als ze wordt afgeperst, zien we de schaduwzijde van haar eigenzinnige wil. Haar kennismaking met `angst', zoals ze het zelf zegt, dwingt haar het leven los te laten.

Het bezoek van de lijfarts, dat in 1999 in Zweden de Augustprijs kreeg voor de beste Zweedse roman van dat jaar, is inmiddels in het Frans, Deens en nu dus in het Nederlands vertaald. In Frankrijk kreeg de roman onlangs een prijs voor het beste buitenlandse boek toegekend. In Denemarken verdreef het boek binnen een week de avonturen van Harry Potter van de eerste plaats van de bestsellerlijst. Deense recensenten waren alom lovend en maakten grapjes; dat nu juist een Zweed zo voortreffelijk deze pijnlijke periode uit de Deense geschiedenis moest blootleggen was het enige minpunt van deze verbluffende roman. Alom lof, en terecht.

In Nederland is het lang geleden dat men iets hoorde van Enquist; behalve zijn biografie van Strindberg werden drie van zijn romans vertaald. Minder bekend zijn Verbannen Engel (1987) en Geen asiel voor legioensoldaten (1968), over de Zweedse `Baltenaffaire', het protest van de Zweedse bevolking om na de oorlog 167 Balten, waarvan de meesten onvrijwillig aan Hitlers zijde hadden meegevochten, uit te leveren aan Rusland. Het record (1971), vertaald door J. Bernlef en soms wel de eerste `sportroman' genoemd, vertelt over het bedrog van een Zweedse kogelslingeraar die met een te lichte kogel een Olympisch record vestigde. Het is, net als de twee andere, een op feiten gebaseerde roman. Achterin treft men van Bernlefs hand een beknopte biografie aan over Enquist, waarin men kan lezen dat Per Olof Sundman een van eersten was die het genre van de onderzoeksroman in Zweden introduceerde. Anders dan Sundman, die vond dat de schrijver onbevooroordeeld moest rapporteren, kiest Enquist moreel en emotioneel partij. De terechtstelling van Struensee wordt door Enquist beschreven als een afkeurenswaardige daad.

Koetsen

In de Nederlandse vertaling van Het bezoek van de lijfarts lijkt soms sprake van een kleine onevenwichtigheid. Dan lezen we een vreemde zin als: `Op deze manier dacht hij zich deze...' of `Voordat ze de volgende avond in de koetsen stapten, hadden ze zich in de binnensalon verzameld om wat te praten onder een kopje thee'. Toch deert het niet echt; het verhoogt eerder het merkwaardige en eigen karakter van de roman.

De prachtige dialogen zijn geschreven alsof ze thuishoren in het theater. En Enquists roman zal ondanks de verzuchting van Caroline Mathilde dat ze géén toneelstuk wil worden, ongetwijfeld dat lot ondergaan. De uitbundigheid van Svenska Dagbladet, op de achterflap geciteerd, is niet overdreven: `Die duivel van een Enquist! Wat een formidabele auteur!' De lezer wordt gegrepen door de gekke en vertederende koning Christian VII, immer verstrikt in een opgewonden staat van taal vol uitroeptekens, en men kan bijna niet anders, dan verward voor zich uit mompelen: `Het bezoek van de lijfarts is schitterend! Ja, zo is het! Schitterend!!!'

Per Olov Enquist: Het bezoek van de lijfarts.

Uit het Zweeds vertaald door Cora Polet. Ambo, 326 blz. ƒ49,90