Volop onrust, maar zonder consequenties

Een grapje op zijn tijd kan geen kwaad, moet Gerard van Emmerik hebben gedacht. Zijn verhalen worden nogal somber gevonden en zijn personages eenzaam en wereldvreemd. Vandaar vermoedelijk dat in zijn vierde boek De stemmen, een `roman in verhalen' zoals de ondertitel luidt, een komische episode voorkomt waarin hij zichzelf een beetje op de hak neemt. Ook zijn vriend - de naam althans van de man aan wie hij zijn werk pleegt op te dragen - komt er in voor: als breedgeschouderde crimineel.

Van de reclasseringsamtenaar heeft deze voormalige boef als advies gekregen om zich creatief te uiten. Vandaar dat hij nu een schrijfcursus volgt, al lijkt hij er niet veel van op te steken. Zijn docent is in zijn vrije tijd schrijver en zijn oeuvre lijkt verdacht veel op dat van Van Emmerik. `Twee verhalenbundels en een novelle?,' vraagt een van de cursisten. `Dat is niet veel. Een kennis van me schrijft ook. Misschien hebt u wel eens van hem gehoord, Oscar heet hij. Hij is nog heel jong maar hij heeft meen ik wel vijf of zes boeken geschreven, die allemaal prijzen hebben gehad, ook in het buitenland, zelfs in Hongarije. En zijn laatste roman wordt verfilmd.'

De grap heeft ook wel iets wrangs. Over Oscar van den Boogaard gaat het hier, die niet alleen meer geschreven heeft, maar ook veel meer bekendheid geniet dan Van Emmerik, al is hij misschien niet eens een zoveel betere schrijver. Maar wat Van den Boogaard duidelijk voor heeft op zijn oudere vakbroeder is dat zijn boeken krachtiger omlijnd zijn, omdat hij er een duidelijker bedoeling mee heeft. Wat men er ook van vindt en of men het ermee eens is of niet: ze doen een uitspraak over de wereld, er wordt een of andere positie ingenomen. Van Emmerik daarentegen heeft de neiging zich achter zijn intriges en traag voorttobbende verhaalfiguren te verschuilen.

`Woordneuker'

Hij laat veel stemmen opklinken - in twee van zijn vier titels komt het woord `stem' of `stemmen' voor - en laat het aan de lezer over om verbanden te zoeken of diepere betekenissen. Een paar jaar geleden noemde hij zichzelf in een interview een `woordneuker', die eindeloos lang deed over het vinden van het juiste, sobere woord. Af en toe slaagt Van Emmerik er inderdaad in om met weinig woorden veel te zeggen, maar zijn woordneukerij is niet altijd even doeltreffend. Erg veel aandacht gaat naar het detail, de losse formulering, waardoor de grote lijn nog wel eens in de verdrukking komt.

Het verbaast me niet dat hij na Mischa's koorts (1998), zijn enige roman tot dusver, is teruggekeerd naar de kortere baan, een mengsel tussen roman en verhaal. Met kleine ingrepen suggereert hij in De stemmen een verband tussen dertien korte verhalen. De rode draad vormt een telefonische hulpdienst, gevestigd in de Van Baerlestraat in Amsterdam-Zuid. In alle verhalen wil iemand zijn of haar vragen voorleggen aan de vrouw die zich op zondagavond beschikbaar stelt voor andermans problemen.

Aardig is het verhaal van de ambtenaar werkzaam bij de sociale dienst, naar eigen zeggen lijkend op dokter Rossi uit Peyton Place, die niet weet hoe streng hij moet zijn tegen zijn cliënten. Genadeloos hun uitkering stopzetten als ze er stiekem bijverdienen of over ongeoorloofd kapitaal beschikken, of hen het voordeel van de twijfel gunnen. Om zekerder te zijn van zijn zaak zoekt hij, op de manier van de privé-detective, de twijfelgevallen op in hun woonomgeving. Dan beslist hij alsnog, maar in sommige gevallen blijft hij aarzelen. Zoals bij de vrouw die niet over de juiste papieren beschikt, maar die hem wel aardig lijkt, al weet hij niet goed waarom. `En nu bel ik met u,' zegt hij, `want ik weet het nog steeds niet [...] Dus moet u me vertellen: wel of niet?'

Zo is er met alle bellers wel wat. Moet Eva het alvast uitmaken met haar veel jongere vriend, voordat hij straks zelf de benen neemt? Moet Lilian haar handen aftrekken van haar afstotelijk dikke tweelingzus, of kan ze zelf ook nog iets hebben aan het zusterlijke contact? Is het terecht dat de bejaarde moeder van Eddy zich nog altijd ongemakkelijk voelt over de manier waarop ooit met de aanrander van haar zoon werd afgerekend? `Tweemaal een schreeuw, dat was alles,' zo eindigt het verhaal onderkoeld.

Verhouding

De verhaalfiguren van Van Emmerik weten niet wat ze met hun leven aanmoeten. Ietwat hangerige types zijn het: een beetje in de war, een beetje aan de drugs, beetje kampend met schuldgevoelens, beetje depressief, beetje eenzaam en een beetje contactgestoord en niet in staat om eens een knoop door te hakken. De leraar uit het schrijfcursusverhaal heeft wel fantasieën over een hartstochtelijke verhouding met een van zijn cursisten, maar alles wijst erop dat hij toch maar gewoon bij de vriend blijft die hij al 18 jaar heeft. `Hij houdt van me. En ik hou van hem. En toch wend ik me tot u,' heet het wat hulpeloos.

Het is jammer dat het hier in alle dertien verhalen daar steeds bij blijft: woorden, geen daden. Er wordt volop onrust gezaaid, maar de consequenties blijven uit. Ik vermoed dat zich in Van Emmerik een goede, doortastende detectiveschrijver verschuilt en dat hij zichzelf te kort doet met zijn net iets te brave verhalen. Het wordt hoogtijd voor de zenuwslopende pyschologische thriller, die volgens mij al vier boeken lang in zijn hoofd rondspookt.

Gerard van Emmerik: De stemmen.

Veen, 160 blz. ƒ26,90