Terras (2)

Trastevere is een oude Romeinse volkswijk aan de overzijde van de Tiber, die is uitgegroeid tot een toevluchtsoord voor een welgestelde elite. Een soort Amsterdamse Jordaan, al is die pittoresker gebleven, zeg ik er chauvinistisch bij. Het aardige van Trastevere is dat je er soms nog tussen louter Italianen op een terras kunt zitten mooi meegenomen voor een toerist.

Het overkwam ons tussen de middag bij La Torre, een klein restaurant aan de Via Natale Del Grande. Links van ons lunchten enkele Italiaanse zakenlieden, rechts zaten een man en een vrouw tegenover elkaar aan een tafeltje. De man was over de dertig, hij had peper- en zoutkleurig haar en droeg een wit T-shirt. De nogal corpulente vrouw was een jaar of zestig, ze had een blonde spoeling in haar haar en ze liet tijdens het eten een zware handtas op haar schoot liggen.

Het duurt altijd even voordat je beseft dat er iets vreemds gaande is aan een belendend tafeltje. In dit geval drong het na een minuut of tien tot me door dat er geen woord gezegd werd. Lag het misschien aan de complicaties van de menukaart die ze bestudeerden? Zou kunnen, maar zó gecompliceerd was die niet. De kelner kwam langs en de man en de vrouw plaatsten hun bestelling in rad Italiaans – ze bleken het gesproken woord wel degelijk machtig.

Daarna trad opnieuw een onbegrensde stilte in. Zoiets valt in Italië eerder op dan in Nederland, waar van nature meer zwijgers leven. Hoe zat het met het oogcontact? Ook dat was vrijwel nihil. De vrouw keek naar de stoep achter de man, de man richtte zijn blik op zijn bord of op de luchtruimte naast haar hoofd. Heel soms keek hij tersluiks naar haar, met een stuurse oogopslag, maar nog voordat zij die blik als een uitnodiging had kunnen opvatten, zocht hij weer zijn bord of de lucht.

Gezellig was dus anders. Maar eten konden ze wél. Spinazie, mosselen, abrikozen – geen probleem. Eten is misschien wel het beste alibi voor wie niet wil praten. Terwijl de maaltijd vorderde, betrapte ik de vrouw soms op een poging iets te zeggen. Ze leunde dan voorzichtig voorover en fluisterde iets. Tevergeefs. De man deed of hij het niet gehoord had en kauwde woordloos verder. Hij vond het zelfs niet nodig zijn schouders op te halen. Wat hij deed was geen zwijgen meer, het was een spraakstaking: onverbiddelijk en meedogenloos.

Aan de vrouw was nog te merken dat ze zich opgelaten voelde ze schoof steeds meer op haar stoel maar hem leek de situatie onverschillig te laten. Zij had hem willen zien? Nou, nu kon zij hem zien.

Ik merkte dat ik bij gebrek aan harde gegevens begon te speculeren over hun relatie. Een oude dame met haar jonge minnaar? Niet waarschijnlijk. Een onbegrepen zoon met zijn moeder? Daar had het veel meer van weg.

Toen ze uitgegeten waren, stond de man op. Hij liep het restaurant binnen vermoedelijk om naar de wc te gaan. Even later stond hij weer voor hun tafeltje. Zij vroeg hem iets, hij zei niets terug, maar schudde alleen kort zijn hoofd de eerste zichtbare reactie in anderhalf uur. Toen draaide hij zich af en liep weg. Zij bleef nog een minuut of tien zitten. Versteend. O eenzaamheid. Toen rekende ze af en vertrok.

,,Wat was je stil?'' vroeg mijn vrouw. ,,Ik zat te luisteren'', zei ik.