Stabiele winst halszaak Aegon

Aegon raakt weer in bij beleggers, en dat is van strategisch levensbelang. Het dreigende verbod op zijn systeem van winststabilisatie kan het concern niet gebruiken. Juist nu niet.

,,Onze voorspelbaarheid is spreekwoordelijk'', zei Aegon-topman K. Storm gisteren bij de presentatie van de halfjaarcijfers van het verzekeringsconcern. Niet alleen spreekwoordelijk, maar ook uiterst noodzakelijk voor Aegons strategie, mag daar aan worden toegevoegd. Het concern verhoogde zijn winstprognose voor het hele jaar van tussen de 10 en 15 procent per aandeel tot tussen de 12 en 17 procent.

De tijding viel goed op de beurs. In de aanloop naar de halfjaarcijfers was Aegon de laatste weken al met zeven procent gestegen. Gisteren kwam daar 2,6 procent bij, en vandaag rond het middaguur weer 4,2 procent, tot 34,43 euro. Invloedrijke analisten, zoals die van ING Barings en Morgan Stanley, gaven nieuwe koopadviezen, gesterkt door Aegons opgevoerde vooruitzichten.

De herwaardering is voor Aegon broodnodig. De ster van het Damrak was diep gevallen. Nadat de koers in twee jaar was verviervoudigd tot een piek van 55,47 euro in januari 1999, kalfde Aegon gestaag af, en verloor alleen al dit jaar een vijfde van zijn beurswaarde.

Daarmee raakte Aegon uit de opwaartse spiraal die het aandeel op de beurs had groot gemaakt. De spiraal werkt als volgt: voor een bedrijf met een hogere koers-winstverhouding dan zijn concurrent, zal de winst per aandeel per definitie stijgen als het een met aandelen gefinancierde overname van die concurrent pleegt. De resulterende extra winstgroei per aandeel zal beleggers verleiden het bedrijf een nóg hogere koers-winstverhouding toe te dichten. Daardoor kan het zijn strategie doorzetten. In die opwaartse spiraal zat Aegon, dat fors uitbreidde in vooral de VS. Het culmineerde toen Aegons koerswinstverhouding na een reeks van overnames was gestegen tot een duizelingwekkende 50. Kort daarna, in februari 1999 kocht Aegon het Amerikaanse Transamerica voor een recordbedrag van 19 miljard gulden. De deal werd voor het overgrote deel gefinancierd met aandelen.

Op dit moment behoort Aegon tot de internationale top tien. De spiraal heeft echter zijn beperkingen. Om de winst van het sterk gegroeide bedrijf in hetzelfde tempo te laten stijgen, moeten steeds grotere targets worden overgenomen. Óf de koerswinstverhouding moet bovenproportioneel blijven stijgen ten opzichte van de targets. Daar botst de strategie op de realiteit: er blijven steeds minder grote targets over, en van de kandidaten die er wel zijn, wordt de koers-winstverhouding door beleggers al vast in prijs opgedreven. Bovendien moeten alle overnames ook worden verteerd, waardoor het tempo niet steeds hoog kan blijven. De overnamemachine stokt, de verwachte winstgroei neemt af, en de koers van de hoogvlieger daalt.

Dat gebeurde eerder met het vorige wonderkind Elsevier in en na het tijdperk-Pierre Vinken. Het gebeurde ook met Aegon. Eind 1997 streefde het de Europese levensverzekeraars in beurswaardering ver voorbij, maar na een flinke koersdaling noteert Aegon sinds april dit jaar weer onder het Europese gemiddelde.

Wat te doen? Aegon moet net als (inmiddels Reed-)Elsevier weer in de opwaartse spiraal zien te raken. Het opkrikken van de koers-winstverhouding, op dit moment 23, is daarop het enige antwoord. En dat wordt bereikt door een hoge en stabiele winstgroei te realiseren, in het vooruitzicht te stellen en waar te maken. Dat is de spreekwoordelijke voorspelbaarheid waar topman Storm op doelt.

Het verklaart het verbeten verzet van Aegon tegen het voorstel van de commissie-Traas. Die commissie heeft in opdracht van het ministerie van Financiën voorstellen gedaan voor de verslaglegging van verzekeraars. Het belangrijkste van het voorstel is dat beleggingsresultaten, voor een levensverzekeraar een majeure bron van inkomsten, niet langer over dertig jaar mogen worden uitgesmeerd.

Aegon doet dat sinds 1995 – niet toevallig het jaar waarin de expansiestrategie pas goed begon. Beleggingswinsten zijn, net als de beurzen zelf, wispelturig. Als die vol in de winst van Aegon zouden doorklinken, dan was het snel gedaan met de stabiliteit van de winstgroei. Hooguit zouden dan aan het eind van de verslagperiode, door tactische verkopen, beleggingswinsten kunnen worden gerealiseerd om daarmee de bedrijfswinst glad te strijken. Maar ook dat heeft zijn beperkingen.

Zonder stabiele winst geen hoge beurswaardering. Anders dan de buitenwereld zich waarschijnlijk realiseert, is het handhaven van het eigen systeem van winstegalisatie voor Aegon van levensbelang.