Slotervaartziekenhuis

De ophef rond de opnameperikelen in het Slotervaartziekenhuis, en de reactie van de inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ) tonen nog eens duidelijk aan hoe weinig inzicht en begrip bestaan in respectievelijk voor de problemen om voor zieke neurologische, en andere patiënten, een ziekenhuisbed te vinden (NRC Handelsblad, 28 juli).

Deze problemen manifesteren zich door de specifieke moeilijkheden van het afgelopen jaar in het Slotervaartziekenhuis nu het duidelijkst, maar zijn bijna even schrijnend aanwezig in tal van andere ziekenhuizen in Amsterdam en daarbuiten.

Het is inmiddels bijna een `normale' situatie geworden dat de dienstdoend arts enige uren achtereen ziekenhuizen moet bellen in een steeds verder verwijderde omgeving van het eigen ziekenhuis om uiteindelijk toch een ziekenhuisopname te verwezenlijken.

Overplaatsingen naar alle windstreken zijn aan de orde van de dag, en zijn gerealiseerd vanuit Amsterdam tot aan de Duitse grens of tot in het verre zuiden van het land.

De tijd die aan deze telefonades moet worden besteed, gaat ten koste van de tijd die de arts aan zijn eigenlijke werk zou moeten besteden, en op deze wijze stijgt de kans op calamiteiten, óf op de afdeling zelf, óf op de afdeling waar de acuut zieke patiënt moet wachten totdat er elders een bed is gevonden.

Het stemt tot droefheid te moeten constateren dat deze tendens tot verschraling in de gezondheidszorg, niet alleen in de neurologie, nog steeds doorzet, en uiteindelijk dus zal noodzaken tot de door de IGZ gewraakte en door ons evenmin gewenste selectie van patiënten, zoals ook in oorlogstijd en in ontwikkelingslanden geschiedt.