Oorlogskerkhoven soms halve ruïnes

J.M. Bik noemt de oorlogskerkhoven nabij de IJzer smetteloos (NRC Handelsblad, 31 juli). Voor de Engelse en de Duitse kerkhoven is dat zeker waar. Op alle Duitse kerkhoven is overigens, om het neerleggen van bloemen etc. in goede banen te leiden, een Friedhofsordnung opgehangen, Duitser kan het niet. De Franse oorlogskerkhoven zijn al slordiger, maar sommige Belgische kerkhoven zijn halve ruïnes: gedeeltelijk overwoekerd door onkruid, naambordjes op de kruisen die nog maar aan één roestige schroef hangen, ingestorte traptreden bij de opgang, gerafelde nationale vlag, etc.

De vroegste (keltische) kruisen van de Vlaamse oorlogsgraven zijn in de jaren '20 zelfs in stukken geslagen en gebruikt als wegverharding. Later zijn ze weer opgegraven en zo goed en zo kwaad als het ging hersteld, en liggen nu bij de IJzertoren. Voeg daarbij dat er vrijwel alleen Vlaamse soldaten liggen, die hun Waalse officieren niet konden verstaan waardoor heel veel totaal onnodige doden vielen, voeg daar ook nog bij dat de Waalse officieren die hun bevelen daarom voor de ééntalige Vlamingen moesten herhalen dat deden door te roepen: `Et pour les Flamands, la même chose', dat een tweetalige sergeant die bevelen in het Vlaams vertaalde daarvoor voor de krijgsraad kwam en gevangenisstraf kreeg, en de bittere strijd tegen de Waalse overheersing krijgt reliëf als méér dan een taalstrijd, een strijd namelijk tegen sociale achterstelling en maatschappelijke minachting.

Bik schrijft dat de Reichswehr tot stilstand kwam bij de IJzer. Dat is een anachronisme. Dat was namelijk de naam voor de kleine zelfverdedigingsmacht van de Weimar-republiek. Was Bik wellicht in de war met de Landwehr, de reserve tijdens het Duitse Keizerrijk? Eén naam voor alle keizerlijke, koninklijke, hertogelijke, en wat dies meer zij, strijdkrachten van de verschillende staten in het keizerrijk heb ik overigens niet kunnen vinden.