NAVO-uitbreiding is geen kwestie van boekhouden

Veel meer dan een militaire is de uitbreiding van de NAVO een politiek-strategische beslissing die van grote betekenis is voor de toekomst van Europa. Des te vreemder dat een visie terzake lijkt te ontbreken, meent J. Schaberg.

Over circa een jaar moet het besluit vallen welke nieuwe landen mogen toetreden tot de NAVO. De beslissing is van grote betekenis – voor de betrokken landen, voor de toekomst van Europa, maar ook voor Nederland. De Nederlandse krijgsmacht wordt medeverantwoordelijk voor de veiligheid van de nieuwe bondgenoten. Te onzent ontbreekt een discussie daarover, de regering zwijgt.

Het NAVO-standpunt is dat elke Europees land dat aan de voorwaarden voldoet kan toetreden. Amerika zegt bij herhaling dat ook Rusland welkom is. Dat is onzin. Maar als men dat toegeeft, zou dat strijdig zijn met de droom van een ongedeeld Europa. Om dat dilemma te camoufleren is onder namen zoals `Partnerschap voor Vrede', een ratjetoe van los-vaste samenwerkingsovereenkomsten gesloten tussen de NAVO en een reeks van thans al 34 landen. Nu kan zo'n lijst met telefoonnummers en de gezichten die daar bij horen in crisissituaties heel belangrijk zijn, maar veiligheidsgaranties geeft dat niet. Hoewel in het kader van zo'n overeenkomst een Russische generaal in het NAVO-hoofdkwartier zetelde, zetten tijdens de Kosovo-oorlog de Russen de NAVO gevaarlijk voor het blok, door na de luchtbombardementen met een militaire eenheid onverwachts naar het vliegveld van Skopje op te rukken.

Niet elk land zal kunnen toetreden tot de NAVO. Behalve Rusland zijn dat met name Oekraïne, Moldavië en Wit Rusland. In die landen bestaat geen uitzicht op een democratisch geregeerd land dat enigszins aan de toetredingseisen voldoet. De scheiding in Europa, die men wil ontkennen, bestaat dus wel.

Tegelijk moet worden ingezien dat de NAVO in haar samenhang is veranderd. Artikel 5 van het NAVO-verdrag behelst de verplichting tot bijstand: een aanval op één lid wordt beschouwd als een aanval op alle leden. Dat was tijdens de Koude Oorlog de basis voor de collectieve verdediging. Het heeft de Sovjet-Unie weerhouden van agressie. Ook als NAVO-landen andere taken uitvoeren dan collectieve verdediging, zoals thans, blijft het desbetreffende artikel formeel van kracht. Maar het is aan erosie onderhevig. Tijdens de Golfoorlog in 1990/91 nam Duitsland niet deel aan de coalitie van landen tegen Irak. Er was toen een kans dat Irak als afschrikking raketten op Turkije zou afvuren. Op dat moment zou voor alle NAVO-landen artikel 5 in werking treden. Duitsland nam bij voorbaat het standpunt in dat het zich daarvan zou distantiëren.

Er is een groot verschil van opvatting tussen de landen over de betekenis van het artikel en elke uitbreiding van de NAVO zal het verder naar de achtergrond doen verdwijnen. De contradictie is echter dat juist de nieuwe landen, met name Polen, het NAVO-lidmaatschap begeren om de veiligheidsgarantie die voortvloeit uit artikel 5. Het gaat dan om de garantie van de Verenigde Staten, want Europa vertrouwt men na de lessen uit het verleden niet zo erg.

Rusland is de bepalende factor voor de toekomst van Europa. Wat daar gaat gebeuren is behalve van binnenlandse ontwikkelingen, mede afhankelijk van de relatie met het Westen. Een antagonistisch Rusland kan voor de komende halve eeuw de ontwikkelingen in Europa domineren. Het is een Europees belang dit te voorkomen.

Rusland ziet de NAVO die aan haar grenzen staat als een bedreiging en vernedering. Het ingrijpen van de NAVO in Kosovo, zonder mandaat van de VN, heeft het wantrouwen versterkt. Wat volgt? Dat wantrouwen kan wel ,,onzinnig'' zijn, zoals Václav Havel in zijn artikel `Eerlijk zijn tegen Rusland' op 3 augustus in deze krant schreef, maar het is hun perceptie en dus iets om rekening mee te houden. Vooral de Baltische landen zijn een probleem, ze liggen onder de rook van St. Petersburg. Maar daar moeten we ons niets van aantrekken, schrijft Havel. Hij vindt dat we ,,Rusland ronduit de waarheid zeggen moeten hoe onaangenaam die ook mag zijn''.

Wiens waarheid? Zonder overeenkomst met Rusland zal dit geen NAVO-gebied moeten worden. Dat is minder rampzalig voor de Baltische landen dan het lijkt, want welk verschil in veiligheid is er of zij al dan niet NAVO-lid zijn? Het automatisme van militaire steun heeft door het afkalven van de betekenis van artikel 5 immers aan betekenis verloren. Ook als een niet-NAVO-land zou worden aangevallen zal dat tot NAVO-overleg en mogelijke steun leiden.

Binnen de NAVO bestaat verdeeldheid over de uitbreiding. Nationale belangen spelen hierbij de hoofdrol. Duitsland is bezorgd om spanningen met Rusland te veroorzaken. Maar, zoals gezegd, Tsjechië, denkt daar heel anders over. Voor de Verenigde Staten is de uitbreiding van de NAVO een speerpunt van beleid geworden. Het gaat Amerika er vooral om een tweede Koude Oorlog te voorkomen; die hield veertig jaar lang het gros van het Amerikaans militaire potentieel aan Europa gebonden. Amerika ziet de NAVO nu vooral als een regionale veiligheidsorganisatie, waarvan naar behoefte gebruik kan worden gemaakt.

De NAVO heeft altijd een interne stabiliserende functie tussen de ledenlanden gehad. We zien nu dat de regeringen van de landen die geopteerd hebben voor toelating zich grote moeite getroosten om conflicten met buurlanden op te lossen. Landen die weten dat zij niet in aanmerking komen zullen aan interne onvrede, instabiliteit en nationalisme bloot komen te staan. Een grotere NAVO zal dus over een groter gebied stabiliteit bevorderen.

De geïntegreerde militaire structuur moet echter verzekerd blijven. Dat is het wezenskenmerk en onderscheidt de NAVO van nuttige maar machteloze organisaties zoals de OVSE. Wat de nieuwe landen aan militaire middelen inbrengen is niet in de eerste plaats belangrijk. Het gaat om de wil om de strijdkrachten in te passen in de militaire structuur van de NAVO. Nu klinkt gemopper dat de drie reeds toegelaten nieuwe landen, in het bijzonder Tsjechië, ver achterblijven bij hetgeen zij hebben toegezegd toen zij opteerden voor het lidmaatschap. Belangrijker is dat die arme landen er intern alles aan doen om tot een stabiele democratische en meer welvarende samenleving te komen. De meer rijke Europese NAVO-landen moeten dan maar iets extra doen. Heeft Europa zo niet decennia lang van Amerika geprofiteerd? Is Nederland niet met anderhalve man en een paardenkop lid van de NAVO geworden?

De uitbreiding van de NAVO is veel meer dan een militaire, een politiek-strategische beslissing. Het is geen boekhouden, waarbij een lijstje met criteria de uitkomst bepaalt. Het vraagt om een beslissing met visie, maar in Europa lijkt die te ontbreken.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de landmacht.