Mijn vader

Mijn vader, geboren in 1903, kwam op een gewone werkdag drie keer per dag naar huis. De eerste keer om half tien in de ochtend om, altijd op dezelfde tijd, naar de wc te gaan. We noemden hem stiekem `de tijdschijter'. De tweede keer tussen de middag om de warme maaltijd te gebruiken en de derde keer kwam hij gewoon thuis na zijn werk. Dan zette mijn moeder koffie en vroeg hoe de dag was geweest. Mijn vader keek om zich heen en zei: ,,Waar mag ik gaan zitten?'' Mijn moeder antwoordde: ,,Doe niet zo raar, overal natuurlijk.'' Hij ging gewoon in zijn eigen stoel zitten en klopte op zijn werkbroek waar de cement afstoof. Het rook opeens heerlijk in de kamer.

,,Vandaag'', zei mijn vader, ,,werkte ik bij een kakmadam. Ze zei: `U wilt vast wel een kopje thee'.'' Mijn vader deed heel hoog haar stem na. ,,`Maar wilt u dat wel in de bijkeuken opdrinken'.'' Daar stond een heel oude stoel. Op de zitting had ze een krant gelegd waar hij met zijn cementbroek op moest gaan zitten. Mijn vader voelde zich driftig worden, ,,maar'', zei hij, ,,ik hield me doodkalm.'' Hij dronk de thee staande op met zijn pink omhoog en zei: ,,Nee dankuwel mevrouw, ik ga niet op een krant zitten die u nog moet lezen.'' Mijn moeder moest daar hard om lachen, en riep: ,,Doe die broek onmiddellijk uit.'' Wij lieten de bretels hard op zijn rug knallen. Daar schrok hij zo van, dat we allebei een mep kregen.