Kleine groene zak

Gisteravond werd ineens zo'n avond die zo veel realiteit bevatte dat ik die alleen nog maar wilde aanlengen met fictie. Dus ging ik krampachtig op zoek naar fictie op tv, van het soort waardoor je even stopt met nadenken.

The Color Purple kwam natuurlijk niet in aanmerking. Er was ook een `erotische komedie' met Hugh Grant, maar daar bleek ik nog minder behoefte aan te hebben. Zo'n stamelende Brit die beleefd je huiskamer inkijkt en vraagt of hij alsjeblieft mag binnenkomen en – neem ik aan – zich mag uitkleden. Dan moet je ook nog nadenken of je hem wilt of niet. Ik wilde hem absoluut niet, besloot ik na vijf minuten. Ik wilde volledig weg hiervandaan meegesleept worden, desnoods door Jurassic Park III of zo, maar die had ik vorige week in een zelfde stemming als deze al in de bioscoop gezien. Dat had inderdaad geweldig geholpen, vooral toen op de aftiteling bleek te staan dat `no animals were harmed during the making of this movie', ik ging echt fluitend naar huis, maar daar had ik nu niets aan.

Buiten werd inmiddels de lucht grijsgeel, de aardbeienplant op mijn balkon zwaaide heen en weer in zijn hangpot, af en toe ging er een flits door de kamer die niet van de tv afkomstig was, het begon te donderen en te hozen en er klonk van dat onheilspellende gelek en gedruppel dat je ook altijd hoort in het soort films dat ik nu heel graag op mijn tv zou hebben. Dat klinkt allemaal mooi en romantisch en misschien zelfs een beetje symbolisch, als je daar gevoel voor hebt, maar het effect was alleen maar dat ik te beroerd was om naar de videotheek te fietsen om zo'n film te gaan halen.

Ik weet het, ik zou tv voor u kijken, gisteravond, om te beschrijven wat u gemist had, of juist wat u ook gezien had. Maar die laatste kans is al zo klein met al die zenders tegenwoordig dat ik dacht: ik haal gewoon even een videootje, daar merkt u niks van. Bovendien wilde ik sowieso nog graag vertellen hoe goed je de tv 's ochtends als wekker kunt gebruiken en hoe onhandig het dus is dat de meeste televisies geen tijdklok hebben, zodat je de wekker moet zetten en zodra die afgaat meteen de tv aan.

Maar dan werkt het verder allemaal fantastisch. Want het Journaal heeft om zeven uur en om acht uur uitzendingen van twintig minuten die beide tweemaal herhaald worden, en om negen uur is er denk ik wéér een nieuwe editie maar dan moet ik echt al lang onder de douche staan. En dat lukt ook altijd, want als je voor de tweede keer de zin ,,het Friese paard is nog nooit zo populair geweest'' voorbij hoort komen, of ,,het verkeer rijdt nagenoeg overal nog goed door'', dan weet je dat je wakker begint te worden. Bij de derde keer wil je echt heel graag je bed uit.

Maar goed, ik bleef thuis gisteren, film- en videoloos, televisiezappend. En er was toch nog iets waar ik met al mijn aandacht naar heb zitten kijken. In Paradisolife, met muziek uit Tarantinofilms, zong George Baker zijn lied Little green bag uit de film Reservoir dogs. Bij wijze van `swingen' draaide hij het hele lied lang in de maat van de muziek grote cirkels met zijn microfoonvrije hand. Soms probeerde hij de zinloosheid van dat gebaar te verbloemen door te doen alsof hij eigenlijk met zijn vingers knipte, maar het grootste deel van de tijd maaide hij zijn rechtervuist gewoon wild rond, omdat hij er toch wát mee moest of zo. Ik kon mijn ogen er niet vanaf houden.

Het doet me – waarschijnlijk ook doordat het lied over een kleine groene zak ging – nu denken aan het moment in de film American Beauty waarop twee mensen volledig gebiologeerd zijn door een plastic zak waar de wind mee speelt. Typisch zo'n scène waar recensenten en andere kijkers graag iets dieps in zoeken wat te maken heeft met `kunnen genieten van de kleine dingen in het leven'. Maar daar gaat het helemaal niet om. Het gaat erom dat het leven soms in zo'n hevigheid op je afkomt dat je er even buiten moet gaan staan. Dat kan door te kijken naar iets buiten jezelf wat niets anders doet dan een beetje bewegen. Het maakt niet uit wat – dinosaurussen, een plastic zak in de wind, de hand van George Baker – als het je maar laat stoppen met nadenken. Dan kun je daarna weer verder met wat je in vredesnaam aan het doen was.