Kaspische Oceaan

Zoek olie en huiver. Twee weken geleden ervoer de bemanning van twee expeditieboten uit Azerbajdzjan dat weer eens. Op jacht naar nieuwe bronnen raakten de door BP gehuurde schepen verzeild in het schootsveld van de Iraanse marine. Onder die dreiging maakten ze rechtsomkeert naar de veiligere wateren bij Baku. Om verdere escalatie te voorkomen, hebben de Russische onderminister van Buitenlandse Zaken en zijn Iraanse ambtgenoot afgelopen woensdag in Moskou een paar hoofdlijnen vastgesteld. De laatste liet er geen misverstand over bestaan dat er zonder Iran geen oplossing denkbaar is. De eerste op zijn beurt beloofde Teheran een gelijkwaardige positie op een topconferentie die in oktober in de Turkmeense hoofdstad Asgabat wordt gehouden.

De toon is niettemin gezet. De strijd om de Kaspische Zee heeft niet alleen economische, maar ook militaire aspecten. Zo was het eind negentiende eeuw al en zo dreigt het nu weer te worden. Dat laat zich raden. Volgens geologen herbergt de zee mogelijk het in grootte derde olie- en gasreservoir ter wereld. Het is deze prognose die de Kaspische Zee tot een brandhaard-in-wording maakt. Juist de voorspelde rijkdom levert namelijk gecompliceerde problemen op.

Ten eerste omdat niemand de exacte cijfers kent. Vaststaat dat er 18 tot 34 miljard vaten olie uit de zee kunnen worden gehaald. (De Noordzee is goed voor 17 miljard.) Geologen sluiten niet uit dat het er 235 miljard kunnen worden, een kwart van de reserves in het Midden-Oosten. Bovendien is er in zee en op land ook aardgas, bijna net zoveel als in Noord-Amerika. Dit eldorado stimuleert schatgravers aller landen. Hun gretigheid heeft inmiddels al ruim driekwart van de steurpopulatie (kaviaar) geliquideerd.

Ten tweede omdat de Kaspische Zee niet alleen voor de plaatselijke bevolking van eminent belang is, maar ook voor de grote Westerse energieondernemingen. Mede omdat zij tijdens de privatisering van de oliebronnen in Siberië door de regering-Jeltsin consequent werden buitengesloten van deelname aan de `veilingen', zijn grote concerns als BP en Chevron naar het zuiden uitgeweken.

Ten derde omdat het gebied afgelopen tien jaar in politieke zin ingrijpend van karakter is veranderd. In 1991 was de zee in handen van twee staten: de Sovjet-Unie en Iran. Nu maken er vijf (Rusland, Kazachstan, Turkmenistan, Azerbajdzjan en Iran) direct aanspraak op een stukje. Het gebrek aan feitelijk gezag van Rusland in zijn deelrepubliek Dagestan, dat het leeuwendeel van de Russische Kaspische kust bestrijkt, is daarbij een complicerende factor. Deze vijf staten zijn het bovendien al een decennium oneens over de status van de Kaspische Zee. Tijdens een informele ontmoeting is Rusland er vorige week in geslaagd Kazachstan en Azerbajdzjan te winnen voor zijn standpunt dat het juridisch een zee is en verdeeld moet worden naar rato van de kustlijn van de staten. Volgens Iran daarentegen is de zee een meer. Anders gezegd: Teheran wil niet afgescheept worden met 12 procent maar eist een vijfde op.

En, om het nog ingewikkelder te maken, ten vierde omdat het achterland eveneens loert op de distributie van de Kaspische energiebronnen. Zo zitten Georgië en Turkije wegens hun havens aan respectievelijk de Zwarte Zee en de Middellandse Zee op het vinkentouw. Baku is nu via twee pijpleidingen met de Zwarte Zee verbonden. De belangrijkste naar Novorossijsk loopt over Tsjetsjeens grondgebied en is door de voortdurende oorlog (ten dele een afgeleide van de strijd om de Kaspische Zee) werkeloos geworden. Rusland wil dit probleem ondervangen door twee nieuwe pijpleidingen om Tsjetsjenië heen te leggen. Georgië en Turkije hebben, onder auspiciën van de Verenigde Staten, hun kaarten gezet op de aftakking van een bestaande pijpleiding naar Ceyhan aan de Middellandse Zee. De aanleg moet volgend jaar beginnen. De opbrengst zou goed zijn voor 10 procent van het overheidsbudget van Georgië. Om vergelijkbare redenen azen de Oekraïne en Moldavië ook op een pijpleiding, zij het dat deze voormalige Sovjet-republieken wegens schulden tot nu toe effectief door Rusland in de tang worden genomen.

Het cliché , kortom, is maar al te waar: alles rond de Kaspische Zee heeft met alles te maken. Het mag om een binnenzee gaan, qua politiek-economisch belang is het een oceaan. Iedereen schaakt er met iedereen. Of het conflict in vreedzaam vaarwater kan worden gebracht, zal allereerst afhangen van Rusland en Iran. Maar zelfs als die op één lijn komen, is succes niet verzekerd. Want achter hun rug kunnen de frontlinies en bondgenootschappen elke dag wisselen.