Ik breng bewust obstakels aan

Deze zomer praat Marjoleine de Vos met dichters over een van hun gedichten.

L.F. Rosen: ,,Het gedicht dat alle andere gedichten overbodig maakt is nog niet geschreven, maar een goed gedicht dunt de rest wel uit.''

Brandhaarden is de vierde bundel van L.F. Rosen (1953). Zijn eerste bundel werd genomineerd voor de Buddingh' Prijs, de tweede voor de VSB-poëzieprijs. Zijn bundels zijn opmerkelijk divers van inhoud, geen gedicht laat vermoeden wat het volgende gedicht zal bieden. Daar houdt hij ook van, zegt hij. Het moet verrassend blijven.

Het gedicht begint vanzelfsprekend over een `hij' te praten, alsof wij die al kenden.

,,Die `hij' is de alchemist uit de titel, maar hij is ook iedereen die bezig is iets te ontraadselen, eventueel ook de dichter zelf. Als ik dat personage had moeten introduceren, gaat het tempo uit het gedicht. Zo te zien is het wel een alchemist die ervaring heeft, hij is al vlakbij de oplossing, want hij zit het leven op de hielen.''

Of het leven hem. Wat betekent dat?

,,Misschien dat het einde van het leven nadert, dat het daarom nu of nooit is. Hij wordt achtervolgd door het leven, door de angst om de formule niet gevonden te hebben voor het einde komt of tot zijn bevindingen door het leven zullen worden achterhaald.''

U schrijft `maar de duisternis' etc. Op welke tegenstelling duidt dat `maar'?

,,De duisternis die hij voelt aankomen, die van het einde, die zal hij oplossen. Omdat hij het leven bijna betrapt heeft. Wellicht is het ook zo dat hij al die tijd in de duisternis geleefd heeft, de duisternis van de onwetendheid.''

Maar de dichter weet al dat zijn pogingen zullen mislukken, blijkens dat `zou'.

,,Zo gaat het met iedereen die een poging waagt zijn kluisters af te werpen. Er komt altijd een moment dat je denkt: nu sta ik vlak voor de openbaring, nu moet ik de microfoon grijpen. Dat blijkt dan niet of maar ten dele waar.''

U breekt de regel af na `fijn'. Waarom daar?

,,Dit gedicht was eerst een strofisch gedicht met eindrijm. Later heb ik het omgebouwd, de regels zijn wat `willekeuriger' afgebroken. Dat `fijn' op het eind geeft spanning wat zou er neergeslagen zijn en doordat dat poeder op de volgende regel staat, is het ook zichtbaar neergeslagen. Ik wil bepaalde obstakels bijna bewust inbrengen, het hier en daar iets stroever maken, zodat men er niet zo doorheen leest.''

Dit gedicht gaat ook over het schrijven van een gedicht.

,,Je moet zoveel mogelijk over dingen schrijven waar je verstand van hebt. Over alchemie weet ik maar heel weinig, alleen wat iedereen weet, maar over dichten weet ik iets meer.''

Het is blijkbaar een pijnlijk proces, zowel voor de alchemist als voor de dichter.

,,Ja, er zijn allerlei reacties gaande die je niet zelf in de hand hebt, en die niet altijd prettig uitpakken. `Zeer' in `het schroeide zeer', verwijst ook naar pijn.''

Bij `het tere wonder' denk je aan een geboorte.

,,Ieder gedicht is een vorm van bevalling, van geboorte. Het is het moment waarop het wonder van de poëzie of van het leven zich openbaart.''

De alchemist zoekt een concrete oplossing, doet de dichter dat ook?

,,Ik denk het wel. Hij moet iets sublimeren, net als de alchemist. Om het pure goud te vinden.''

Wanneer is een wonder `helder'?

,,Als al je zintuigen op scherp staan.''

Is inspiratie een vorm van helderheid?

,,Ja, je beschikt dan over al je zintuigen en over al je geestelijke vermogens. Op zo'n moment werken ze in perfecte harmonie samen. Het is niet zo dat er vooraf een belletje rinkelt om dat aan te kondigen, maar achteraf weet je dat er een bel gerinkeld heeft.''

Dit gedicht wemelt van de ij-klanken. Werkt u daar bewust aan?

,,Omdat dit gedicht een rijmend gedicht was, heb ik wel naar bepaalde klanken gezocht. Het is vaak zo dat je onbewust steeds weer bij eenzelfde klank uitkomt.

Ik laat het komen zoals het komt, ik zoek er niet naar. Uiteraard is klank wel van belang, maar het is ondergeschikt aan betekenis.''

En hoe bepaalt u de lengte van de versregels?

,,Vroeger telde ik wel lettergrepen, nu niet meer. Ik wil het wel een beetje compact houden, niet te grote verschillen tussen de regels, maar ik stap daar ook makkelijk van af. Vroeger werkte ik meer met vaste vormen, ik heb veel sonnetten geschreven. Nu denk ik: de poëzie bepaalt zelf wel welke jurk ze aantrekt.''

Waarom moet het wonder een vorm van pijn zijn?

,,Een geboorte gaat met pijn gepaard. Pijn is heel elementair. Als het geen pijn zou doen, klopt er iets niet.''

De woorden `geen wet' zet u ook expres aan het eind van de versregel neem ik aan.

,,Ja dan krijgt dat nadruk, dat er geen wet is die het leven, of de poëzie, voortbrengt. Er is geen bezweringsformule waarin je het leven kan vatten, of de dood. Het zijn altijd deelwaarden. Maar de zoektocht naar die formule is denk ik wat poëzie met religie gemeen heeft. En je weet bovendien maar nooit,jij zou kunnen slagen waar anderen faalden natuurlijk. Het gedicht dat alle andere gedichten overbodig maakt is nog niet geschreven, maar een goed gedicht dunt de rest wel uit.

Het gedicht krijgt op het eind een trechtervorm.

,,Ja dat heb ik bewust gedaan om het visuele aspect, als een distilleerkolf.'

De alchemist vindt as en gif nogal negatief.

,,Nu ja, mensen denken vaak dat dichten het uitdrukken van gevoelens is, maar het gaat om het oproepen van gevoelens. Dus dat gif, dat is verbonden met de vraag: hoe integer ben je eigenlijk. Oprechtheid, integriteit kun je niet gebruiken, alleen kunstmatigheid of wat de romanticus kunstzinnigheid zou noemen. De alchemist vindt gif, de dichter vindt geen zuivere gevoelens.''

Maar dat `residu' van `de innigste processen', dat klinkt wel weer zuiver.

,,Er is hier toch een vermoeden van iets echts. Het heeft een positief einde.''

In de vragende vorm.

,,Ieder goed gedicht moet eindigen met een vraag, en niet met een antwoord.''